dinsdag 30 april 2013

Slijpsel van tijd


Ze zijn er nog: uitgevers die poëziebundels mooi uitgeven. In dit geval is het Kleinood & Oudzeer uit Bergen op Zoom. Stofomslag en daaromheen folieomslag, mooi, dik papier, gedichten in bruin gedrukt, paginanummers in blauw, elk exemplaar genummerd en gesigneerd. Het betreft de bundel Slijpsel van tijd van Bert Kooijman.

Kooijman heeft hard gewerkt aan zijn gedichten en dat is eraan af te zien. De dichter heeft beelden bedacht, hij heeft een taalgebruik dat niet alledaags is, maar net iets meer verheven, hij heeft drie afdelingen gemaakt, met (voor mij) lastig te vertalen motto's.

Dat is allemaal braaf gedaan, maar het is de gedichten niet altijd ten goede gekomen. Het is bijvoorbeeld ten koste gegaan van de helderheid en ook van de eenheid binnen een gedicht. Het is mooi als je je uitslooft om beelden te bedenken, maar binnen een gedicht moeten ze elkaar wel ondersteunen. Een van de gedichten eindigt met de volgende strofe:
En al bloed ik
uit al mijn woorden
je blijft een vlam
die mij zuivert
een droom die
nooit verwelkt
Bloeden uit al je woorden - dat vind ik eigenlijk nog wel aardig, al is het zwaar aangezet. Maar de zinsconstructie deugt al niet: je blijft een zuiverende vlam, al bloed ik uit al mijn woorden. Daaronder zit de gedachte dat het nog niet zo vreemd is dat iemand een zuiverende vlam is, maar dat die dat blijft als iemand uit al zijn woorden bloedt, dat is toch wel verbazingwekkend. O ja? Ik heb het idee dat die twee dingen gewoon niets met elkaar te maken hebben.

Zuiveren lijkt me nooit verkeerd als iemand bloedt; het kon wel eens infectie voorkomen. De 'jij' is echter niet alleen een vlam, maar ook een droom en dan ook nog eens een droom die niet verwelkt. Het is een stapeling van beelden en daardoor zegt het helemaal niets meer. Geronk, geratel.

Zo gaat het bij veel beelden van Kooijman. Een enkele keer treft hij mij. 'Gerinkel van je vragen' is in ieder geval origineel en 'Hooi op de vork van hoogzomer' vond ik ook wel mooi. Maar vaker valt de poëet terug op clichés. Dan is er de koelte van een huid, dan bedwelmen geuren, zijn er tekens in een gelaat gegrift en wordt er naar adem gesnakt.

Opmerkelijk zijn ook de zelfherhalingen. Misschien was Kooijman zo blij met zijn vondsten dat hij het jammer vond om ze maar één keer te gebruiken. Dan schrijft hij 'maak / hoorbaar wat in je / donker zwijgt' en zes bladzijden verder: 'maak ik hoorbaar / wat in je donker zwijgt'. En dat is niet het enige voorbeeld.

Slijpsel van tijd is een ernstige bundel. Er kan geen lachje af, er is geen greintje humor te bespeuren. Nou ja, ik moest toch een beetje glimlachen bij deze strofe:
Hij laat zijn spraak
in heimwee roesten
of stapt uit zijn woorden
als uit de kleren
van de keizer maar
gaat vrolijk op weg
naar wat hem overkomt
Zoals we weten was de keizer naakt. Als de woorden vergeleken worden met de kleren van de keizer, dan zijn ze dus niets. Misschien gaat dit over een dichter die het dichten maar laat, omdat zijn woorden niets voorstellen. Dan kan hij de ernst laten varen en vrolijk op weg gaan. Het zijn niet mijn woorden, maar die van Kooijman. We zullen zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen