maandag 15 april 2013

De grootste truc aller tijden


De meeste schrijvers ontkomen in hun werk niet aan hun autobiografie. Wat ze meegemaakt hebben tijdens hun leven, is ergens in hen opgeslagen en bewust of onbewust komt daar tijdens het schrijven het een en ander van boven. Ik geloof dat het Louis Ferron was die een van zijn personages laat zeggen: 'Zelfs een bloembollencatalogus is nog autobiografisch'.

Theodoor Holman heeft in De grootste truc aller tijden aantoonbaar geput uit zijn eigen leven, maar het boek is geen autobiografie. De hoofdpersoon, Jopie Ising, heeft de oorlog meegemaakt, Holman is in 1953 geboren. De ouders in het boek zullen wellicht overeenkomsten hebben met Holmans ouders, maar ze zijn het niet. Wel wordt er terloops verwezen naar de vrouw van de assistent-resident en dat zou best eens de echte Holmanmoeder kunnen zijn.

In De grootste truc aller tijden worstelt een zoon met zijn vader. Vader heeft gewerkt aan de Birmaspoorlijn en moeder heeft in een Jappenkamp gezeten. Na terugkeer in Nederland ziet vader geen andere kans om in zijn levensonderhoud te voorzien dan als goochelaar en later als bedenker van goocheltrucs. Hij treedt op onder pseudoniemen als Indra Bobo, Wong Tong of Johan Karnemelk en woont in 'Het huis van de magische zeewind'.

Jopie vindt zijn vader een goochelaar van niks. En eigenlijk ook een vader van niks. Op een gegeven moment verdwijnt hij zelfs en geeft af en toe tekenen van leven door bijvoorbeeld filmpjes te sturen. Als Jopie zijn opleiding heeft afgerond en gepromoveerd is, gaat hij, met zijn proefschrift in de hand, vader opzoeken. Het deed me denken aan de beroemde confrontatiescène in Karakter. Alleen heeft Jopies vader zijn zoon niet tegengewerkt. Of meegewerkt. Jopie voelt zich superieur aan zijn vader en tegelijkertijd verafschuwt hij dat gevoel bij zichzelf.

De grootste truc aller tijden is een heel aardig boek, waarin je Jopies geworstel meebeleeft. Als vader en zoon eindelijk samen zijn, schrijft Holman: 'Hij kwam naast me staan. We waren precies even groot.' Dat is het moment waarop er iets vergelijkbaars is tussen vader en zoon. Het moment waarop vader zo groot is, dat je hem aan kunt kijken. Een ontroerend moment en Holman houdt het mooi klein.

Vader Ising werkt zijn leven lang aan 'de grootste truc aller tijden'. In het begin van het boek wordt de doodskist van vader geopend en zal de zoon eindelijk getuige zijn van die grote truc. Vader had zich over trucs al uitgebreid uitgelaten. De oorlog was de slechtste truc aller tijden, vond hij: 'oorlog is het totale gebrek aan elke vorm van illusie.' De beste truc was God ('De beste die ik ken. Die had ik willen bedenken') En het dichtst bij God komt geld: 'Dat is zo mooi. Dat is eigenlijk God. (...) Als je geld hebt, ben je God.' En zou de zoon van de magiër getuige zijn van een grote verdwijntruc. Aan het eind van het boek lezen we wat die truc is.

De grootste truc aller tijden is geen grootse roman, maar het boek is heel behoorlijk geschreven en zit aardig in elkaar. De schrijver hoeft zich er bepaald niet voor te schamen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen