donderdag 6 december 2012

Pierre H. Dubois over Harry Mulisch in 1961


In Het Boek van Nu, ergens in 1961, bespreekt Pierre H. Dubois het nieuwe boek van Harry Mulisch, Voer voor psychologen. In 1960 had hij Mulisch' toneelstuk Tanchelijn nog vakkundig weggeschreven. Hij noemde het stuk 'én als toneelstuk én als kunstwerk, een mislukking'. Een jaar daarvoor had hij Het stenen bruidsbed 'niet in alle opzichten geslaagd' genoemd, maar vond hij het toch 'een opmerkelijk sterk boek'. En in 1957 schreef hij over Mulisch: 'Naar mijn mening is Harry Mulisch dan ook niet een groot schrijver, maar wel een zeer groot talent, ongetwijfeld het grootste dat sedert enige jaren aan de Nederlandse literatuur is toegevoegd.

Bij Voer voor psychologen lijkt Dubois geen enkel voorbehoud meer te hebben. Hij vindt het een prachtig boek.
Het resultaat van dit alles is een boek, chaotisch, bizar, voor sommigen in sommige opzichten provocerend, brutaal, gedurfd, meeslepend, fascinerend, kortom uniek. Ik vergat het woord irritant, een begrip dat voor mij persoonlijk in dit boek helemaal niet aan de orde komt, maar dat ongetwijfeld voor tal van lezers op allerlei gronden een factor zal zijn om tegen het boek gefundeerde bezwaren in te brengen.
In dezelfde alinea noemt Dubois het boek 'een zeldzaam curieus en boeiend fenomeen [...] dat van een buitengewoon authentiek schrijverschap getuigt'. Hij vertelt er meteen bij dat G.K. van het Reve over dit boek heeft verteld dat de auteur een aframmeling verdient, maar daar neemt hij afstand van.

Dubois is er bijzonder over te spreken dat Mulisch zichzelf opvoert als personage, zonder dat hij fictie schrijft.
Harry Mulisch heeft dit merkwaardigs gepresteerd: dat hij het inderdaad doet en dat het tegelijk echt is. Want ook het ònechte, de comedie, de aanstellerij is echt, het is zelfs, wat mij betreft, de eerste maal dat ik van de echtheid daarvan bij Harry Mulisch overtuigd geraakt ben. Misschien wel juist omdat hij het niet voortdurend is en eensklaps een heel andere kant op kan.
Dubois legt uit dat Mulisch, door de constructie die hij gekozen heeft, het over zichzelf kan hebben en tegelijkertijd het niet over zichzelf kan hebben, maar over het personage Harry Mulisch.
Ik ken geen ander voorbeeld van een boek dat zo principieel, zo grondig en zo klemmend alle kritiek door zijn structuur eenvoudigweg te niet doet. De ene Mulisch beaamt werktuigelijk, of zelfs spontaan en overtuigend, wat tegen de ander te berde wordt gebracht. 
In het vervolg noemt Dubois nog met waardering Mulisch' 'Zelfportret met tulband', dat ook in Voer te vinden is. In de slotalinea geeft hij nog even een fikse stoot op de klaroen:
Voer voor psychologenis een van de verrassendste boeken, sedert tientallen jaren in onze literatuur verschenen. 
Dubois heb ik uit zijn stukken leren kennen als een kundig criticus. Hij zal wel gelijk hebben en Voer voor psychologen zal wel een goed boek zijn. Ik kocht ooit een afgeschreven exemplaar bij de bibliotheek en las het begin. Verder kwam ik niet, al weet ik niet meer waarom. De openingszin is me bijgebleven.

Het boek moet nog in een doos zitten, maar ik ga er niet naar zoeken. Van Mulisch heb ik zeker een stuk of vijftien boeken gelezen, maar dit liet ik ongelezen. Dubois is dood; die zal er mij niet meer voor op mijn kop geven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen