dinsdag 4 december 2012

Op zaterdag in de teil



Uit een liedtekst van Willem Wilmink:
Op zaterdagavonden werd in een teil
De schare gereinigd met boender en dweil.
De teil zat vol water, maar 't water ging schuil
Onder schubben van zeep en van andermans vuil
Waar een leger van luizen verdwaasd in verdronk
Je was blij dat je leefde en blij dat je stonk.  
We hadden een handdoek voor heel het gezin.
Je droogde je af en dan snoot je erin.
En als dan die handdoek niet natter meer kon
Dan werd hij gewoon weer gedroogd in de zon
En ook door die keiharde handdoek mijn kind
Stonken wij allen een uur in de wind.
Ook wij gingen op zaterdag in de teil. Ik ben nog net uit de jaren vijftig en een badkamer werd pas verplicht in 1965 en dan alleen voor nieuwbouwwoningen. Er moeten toen ik een jaar of zes was nog heel wat huizen geweest zijn zonder badkamer. Wij hadden geen badkamer.

Sterker nog: wij hadden rond die tijd nog niet eens stromend warm water. De pomp was net vervangen door de kraan, maar al het water dat daaruit kwam, was koud. Voordat de teil gevuld kon worden, zal mijn moeder dus eerst een grote ketel water hebben moeten verwarmen. In de winter kon dat op de kachel, in de zomer waarschijnlijk gewoon op het gasstel. Ik herinner het me niet.

Als ik terugdenk aan de wekelijkse badscène, zie ik mezelf voor de kachel van de kamer in de teil zitten. Dat zal dan wel in de winter geweest zijn.  In de zomer zal het wel in 'de geut' geweest zijn. Dat was eigenlijk gewoon de keuken, maar in ons huis was er een andere ruimte die wij 'keuken' noemden. Daar leefden wij meestentijds. Er werd, voor zover ik mij herinner, niet gekookt. Er stond natuurlijk wel een kachel, dus in de winter zal er wellicht wel gekookt zijn.

Als mijn haar gewassen werd, hield ik een washandje stijf tegen mijn ogen gedrukt. Zeep in de ogen was iets vreselijks. Dat prikte namelijk. Waarom heb ik daar tegenwoordig nooit meer last van? Is de zeep veranderd? Zijn mijn ogen beter bestand tegen zeep? Ik weet het niet.

We werden van top tot teen gewassen, waarbij het wassen onder de voeten altijd kietelde. Soms trok ik daarom mijn been terug, waarop het met een plons in het water terechtkwam. Gespetter.

Terugdenken aan de wasbeurt doe ik met plezier: de warme kachel, het lauwe water, moeder dicht bij je en daarna schoon geboend nog even opblijven. En als het erg koud was, mochten we voor de straalkachel zitten. Die was eigenlijk voor de kuikens bedoeld, maar vermoedelijk had mijn vader toen al geen kuikens meer, waardoor de straalkachel voor ons gebruikt kon worden. Ik zie ons nog tegen elkaar gekropen voor de kachel met de drie gloeiende spiralen zitten.

Mijn ouders wasten zich later op de avond. Op hun slaapkamer stond een lampetstel, maar dat werd eigenlijk nauwelijks gebruikt. Alleen bij ziekte, volgens mij. Als mijn geheugen mij niet bedriegt, wasten zij zich in of met een emmer.

Bij de foto's:

De foto bovenaan komt uit Eindhoven. Ik vond hem hier. De kinderen van de hoedenfabrikant Spoorenberg gaan in bad. Wij hadden ook verschillende teilen (voor de was), maar op zaterdag was er gewoon één teil waar wij om beurten gebruik van maakten.


De foto hierboven is genomen in Leiden, 1939. De herinnering die erbij hoort, is hier te vinden. 


Tja, dit is een foto uit het atelier. De teil glimt meer dan die van ons ooit gedaan heeft. De borstel herinner ik me wel. Meer gegevens over de foto: klik!


Een lampetstel zoals wij ook wel hadden. Wij hadden ook twee van die bakjes erbij: een kammenbak (zoals op de foto) en een zeepbakje. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen