donderdag 6 december 2012

Dorst



Ooit las ik van Esther Gerritsen De kleine miezerige god. Fraai boek, goed geschreven, een inhoud waar je nog even over kunt nadenken. Superduif, de volgende roman, las ik weer niet. En nu ligt Dorst naast mijn toetsenbord.

Kort gezegd gaat het boek over het volgende: een oudere vrouw, Elizabeth, weet dat ze nog maar kort te leven heeft, maar behalve aan haar kapper heeft ze dat aan niemand verteld. Als ze haar dochter, Coco, in de stad tegen het lijf loopt, vertelt ze het haar tussen neus en lippen. Coco neemt, vrij impulsief, het besluit om de resterende tijd van Elizabeths leven bij haar moeder te gaan wonen.

Coco's ouders zijn gescheiden. Haar vader heet Wilbert. Ze heeft een relatie met Hans, maar woont niet met hem samen. Verder is er nog Martin, in wiens lijstenmakerij Elizabeth werkt. Met die personen moeten we het doen.

Elizabeth heeft iets eigenaardigs. Ze weet niet zo goed hoe ze met mensen om moet gaan en wat een normale reactie is en wat niet. De relatie tussen haar en Coco is niet zonder problemen. Toen Coco nog heel klein was, sloot Elizabeth haar bijvoorbeeld vaak op in haar kamer. Coco was nog zo jong dat ze het zich niet kan herinneren, maar Wilbert heeft het haar verteld. Er waren ook incidenten waarbij Coco zich uit Elizabeths arm wrong en viel, en de keer dat ze met haar fietsje door de ruit van de serre ging.

Gerritsen is niet de auteur die ons precies zal uitleggen hoe alles in elkaar zit, hoe vroeger de dingen gegaan zijn en wat we er dus van moeten vinden. Ze laat zien hoe lastig de relatie tussen moeder en dochter is, dat ze voor zichzelf en elkaar dingen weghouden. Eigenlijk laat ze zien hoe lastig leven is; dat het niet makkelijk is om het voor jezelf en anderen leefbaar te houden.

Het perspectief ligt afwisselend bij Coco en bij Elizabeth, wat doorgaat ook na Elizabeths dood. Dat doet denken aan het perspectief in Een man van horen zeggen  van Willem Jan Otten waar iemand na zijn overlijden nog neer kan kijken op wat er gebeurt. Door het wisselen van perspectief weet de lezer meer dan de personages van elkaar weten. Maar uiteindelijk weet ook de lezer veel dingen niet. Gerritsen kan pesterig goed doseren.

De dialogen zijn heerlijk. Gerritsen houdt er flink het tempo in, heeft alles weggesneden wat we niet hoeven te lezen en laat gesprekspartners soms opzichtig langs elkaar op praten. Dat kan irritant zijn, maar even vaak is het aandoenlijk of schrijnend.

Niet alleen in de dialogen blijkt hoe goed de stijl van Esther Gerritsen is. Bijvoorbeeld in het volgende stukje:
Hans nam haar mee naar musea. Ze reden uren voor kleine exposities. Hij nam haar mee naar restaurants waar ze de jongste gast was. Daar dronken ze veel verschillende wijnen na elkaar. Het was een manier van drinken die ze niet kende. Drinken was altijd iets geweest wat rechtdoor ging, van eenzelfde ding veel tot je nemen. Alsof je een liedje instudeerde. Voortgaan in een gestaag tempo, tot je er was, tot je het snapte en dacht: eigenlijk is het helemaal niet zo'n moeilijk liedje, had ik daar al die tijd, al die glazen voor nodig? Dat met al die verschillende wijnen was een verwarrend slalompad door haar hoofd.
Wijnen drinken en een liedje leren - de vergelijking ligt niet voor de hand, maar je voelt dat die klopt, ook al is zij niet anders te beredeneren dan op de manier waarop Gerritsen het uitlegt.

De verwijzing naar de titel komt maar één keer in het boek voor: Coco drinkt een glas water en komt er dan pas achter dat ze dorst heeft. Blijkbaar kan er het een en ander aan de hand zijn in je leven, zonder dat je daarvan bewust bent. Pas als je ermee aan de slag gaat, merk je het verlangen dat er al die tijd al geweest is. Pas als Coco en Elizabeth bij elkaar in één huis wonen, komen ze erachter wat er woelt in en tussen hen.

Mocht het nog niet duidelijk zijn: die Gerritsen, die kan er wat van. Lees maar eens iets van haar. Het is te laat om aan de Sint Normale dagen of Superduif te vragen, dus ik zal die boeken toch zelf moeten aanschaffen. En Wieringa en Thomése heb ik ook nog niet! Er is altijd leestijd te weinig. Nu liggen Van Zomeren en Hemmerechts hoog op de stapel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen