donderdag 30 april 2015

Sammie en Nele bij Van Gogh (Nelleke de Boorder/Dick Matena)


Nelleke de Boorder en Dick Matena werken samen aan een serie boeken over Sammie en Nele. In het verleden kwamen deeltjes uit over de poezenboot en Artis, in het derde deel gaat het over Van Gogh.

Sammie is boos omdat de juf zijn tekening niet mooi vindt. Ze vindt Sammies tekening maar geknoei en adviseert hem om naar het Van Gogh Museum te gaan. En dat doet Sammie, samen met moeder en Nele. Ze zien beroemde schilderijen van Van Gogh. Nele blijkt er al wat over te weten en moeder legt ook het een en ander uit.

Net als in de vorige deeltjes bestaat de tekst uit dialogen, in gepaard rijmende zinnen, die strofen van twee regels vormen. Het metrum wordt niet strak gehanteerd en dat is toch jammer. Af en toe geeft dat de indruk van sinterklaasrijm, vooral ook omdat het rijm niet altijd even handig is. Zo rijmt 'inktvis' op 'is' en 'potlood' op 'rood'. Sommige rijmen zijn clichématig (iets/niets, rekenen/tekenen).

Steeds wordt bij een tekstgedeelte aangegeven wie er aan het woord is. Maar blijkbaar vertrouwde De Boorder er niet op dat dat voldoende zou zijn. Daarom voegt ze als toelichting soms aanwijzingen toe als 'vertelt' of 'legt uit'. Dat is een zwaktebod.

Over Van Gogh wordt er overigens aardig wat informatie gegeven, bijvoorbeeld over het schilderij 'De aardappeleters'. Het verhaal van Sammie en Nele neemt wel een erg onwaarschijnlijke wending: de juf die de tekening van Sammie eerst nog geknoei vond, geeft hem voor hetzelfde werkje nu 'een dikke tien'. Tja.


De tekeningen van Dick Matena zijn weer heel leuk. Hij heeft verschillende schilderijen van Van Gogh nagetekend en dat is goed gelukt. Zijn stijl varieert een beetje tussen realistisch en karikaturaal. In de tekening hierboven zie je dat de suppoost en de kleinere kinderen een vrij groot hoofd hebben. Moeder, met Sammie en Nele (links) hebben de normale verhoudingen.

Net als in de vorige delen zijn de tekeningen echte kijkplaten, waar kinderen ook nog eens naar terug kunnen bladeren.  Hieronder de plaat die hoort bij het verhaal over de eerste expositie van het erk van Van Gogh. De schilderijen zelf zijn slechts aangeduid, maar de personen zijn gedetailleerd weergegeven. Er is zelfs te zien hoe een vrouw flauwvalt.


Voor alle platen geldt dat ze met de hand zijn ingekleurd. Daar kan geen computer tegen op.

Dat Sammie en Nele juist dit jaar met Van Gogh in aanraking komen, is natuurlijk geen toeval. Dat zal wel een commerciële reden hebben. Was daardoor de tijdsdruk hoger? Aan de tekeningen is het niet te zien, maar de tekst is duidelijk minder dan in het Artisdeeltje.

Kinderen zullen daar wellicht niet om malen. Rijmende verhalen doen het bij hen altijd goed en de tekeningen zullen hun ook veel plezier bezorgen.

Schets van Matena voor een van de platen 
Titel: Sammie en Nele bij Van Gogh
Tekst: Nelleke de Boorder
Tekeningen: Dick Matena
Uitgeverij: Kluitman
hardcover, 32 blz. € 13,95

woensdag 29 april 2015

Verkneukelen (Woorden die je weinig hoort 6)


Onlangs plaatste ik een stukje over Teatro Olimpico van Kees 't Hart. Daarin schreef ik:
Dat er ergens een bananenschil ligt en dat de mogelijkheid er is dat er iemand over uit zal glijden is blijkbaar al genoeg om je te verkneukelen.
Iemand reageerde op dat stukje met: 'verkneukelen, wanneer kom je dat woord nog tegen :('. Ik had er niet bij stilgestaan, maar ineens realiseerde ik me dat 'verkneukelen' een woord kon zijn dat je nog maar weinig hoort. Ik ging op zoek.

Eerst maar even naar het WNT, wat altijd een mooi startpunt is. Het Woordenboek geeft twee betekenis. De eerste (schenden, bederven, verknoeien) laat ik even voor wat die is. Het ging mij om de tweede. De betekenis:
Vervuld worden van een stil, innig genoegen (omwille van —); (eenigszins heimelijk) plezier, schik hebben (in —); (inwendig en/of wat heimelijk) genieten (van —); (innerlijk) pret beleven (aan —); in de eerste aanhaling ook: zich (besmuikt) vroolijk maken (over —).
Het WNT vertelt ook nog dat 'verkneukelen' gebruikt wordt in combinatie meet verschillende voorzetsels (met, aan, in of over) waarna de aanleiding tot het (zich) verkneukelen gegeven wordt.

Alle voorbeelden die gegeven worden, hebben te maken met jezelf pret bezorgen, maar het is ook mogelijk dat je een ander pret bezorgt. Het WNT geeft een citaat van Beets uit 1891 (De Man van Smarten, de Heer der Heerlijkheid):
De haat … had het eerste menschenbloed vergoten … en sedert, ach hoevele doodvonnissen uitgesproken, in hoevele gezegende aangezichten gespuwd, hoevele vuisten kinnebakslagen uitgedeeld, en bedorvene harten met de onheiligste spotternijen verkneukeld!
'Verkneukelen' is niet oud. Voor 1800 is het niet aangetroffen. De oudste vermelding stamt uit 1812 uit de Algemeene konst- en letterbode. Enkele andere citaten:
(Zekere bewering) is … niets dan de lang reeds walglijke … aartigheid, waar de bestrijders en afvalligen onzer kerk zich zoo recht gaarne mede verkneukelen. (W. Bilderdijk, Aan den Heer le Sage ten Broek, in andwoord op zijnen openbaren brief aan W. Bilderdijk, 1829)
Ik verkneukelde mij stilletjes met het vooruitzigt van zoo pleizierig gezelschap. (Kneppelhout, 1860)
In haar verandah neergezeten nam zij (den roman) "Het zwervende meisje" ter hand … en verkneukelde zich van genot bij de oratiën van Harleigh. (H.J. Schimmel, Het gezin van Baas van Ommeren (voor dertig jaren) 1870)
Ik ben er zeker van dat zij zich op haar sterfbed heeft verkneukeld bij de gedachte, dat zij eene kampioen voor hare grieven heeft achtergelaten. (A.L.G. Bosboom - Toussaint, Majoor Frans 1875)
In het citaat van Schimmel lezen we de toevoeging 'van genot' na 'verkneukelen'. Dat lijkt overbodig, maar het komt vaker voor. Van Deyssel schrijft bijvoorbeeld (1884): 'Ik verkneukel mij dikwijls van pleizier'.

Goed. Dat wat toen. Maar nu? In het sleepnet van Google ving ik nog aardig wat citaten. Behoorlijk veel zelfs. Een handvol:
Liefhebbers verkneukelen zich weer op El Clásico (de Volkskrant van 11 augustus 2011)
Over de wedstrijd Arsenal - Barcelona:
Ik stond er mee op en ik zit me er al de hele tijd op te verkneukelen (Gesprek van de Dag, 16 februari 2011)
Twee keer voetbal, twee keer 'zich verkneukelen op'. De combinatie met 'op' geeft het WNT niet. Ik vermoed dat het een contaminatie is van 'zich verkneukelen' en 'zich verheugen op'.
In De Stentor van 2 januari 2009 lezen we:
ZUTPHEN - De kerstdagen zijn weer achter de rug, maar voor veel kinderen gaat het feest nu pas beginnen. Zij verkneukelen zich bij de gedachte dat ze tientallen euro's kunnen verdienen aan de talrijke kerstbomen die ze de komende dagen gaan inzamelen.
 Op de site boetes.nl (met een zoekmachine kom je nog eens ergens) stond de bijdrage 'Leedvermaak om flitsfoto buurman':
ALKMAAR - Het 'streng bewaakte' digitale politiebureau op internet van de politie Noord-Holland Noord is zo lek als een mandje. Automobilisten kunnen hier niet alleen morren als ze hun eigen flitsfoto's bekijken, maar zich ook verkneukelen om die van anderen.
Zelfs als ik me beperk tot recente bijdragen (2014 en 2015) heb ik een keur aan mogelijkheden. Een paar voorbeelden:
Ajacieden verkneukelen zich om grap Edwin Evers (Ajax-nieuws.nl, 18 april 2014)
Mocht de dotcom-extensie zich lange tijd verkneukelen op zijn monopoliepositie, binnenkort is dat verleden tijd. Hij krijgt stevige concurrentie van het generic Top Level Domain, kortweg de gTLD's. (De kansen en valkuilen van nieuwe gTLD's, dutchcowboys.nl, 14 mei 2014)
Verkneukelen om 'brazielige' halve finale

RIJSWIJK -De Duitse stormloop op het Braziliaanse doel in de halve finale van het WK voetbal is ook op internet het gesprek van de avond. Duitsland vernederde Brazilië: 7-1. Na een half uur stonden de Duitsers al met 5-0 voor tegen het gastland. „Brazielig”, noemde oud-schaatser Jan Ykema de wedstrijd toen al. (de Telegraaf, 8 juli 2014) 
Gênant hoe rechtse types zich haast soppend verkneukelen over de ontruiming van n kraakpand in A'dam- Oost. (tweet van Rutger Groot Wassink, 20 januari 2015)
Een reactie van ene Stratenmaker op een column van Peter Edel ('Ruzie binnen de Turkse regeringspartij breidt zich uit'):
Edel,
.
Degene die zich hier het meest zit te verkneukelen ben jijzelf, geef dat eerst eens toe. (turksnieuws.nl, 26 maart 2015)
Ik was te vroeg en zat me te verkneukelen aan mijn tafeltje. Het café is namelijk van de rest van het tuincentrum afgescheiden door een pergola, die is opgefleurd met plastic klimop en nepbloemen. In een tuincentrum! Deze discrepantie maakt me elke keer weer ongelooflijk blij. Het is toch zo fijn als de dingen niet kloppen, of beter nog, nergens op slaan. (schrijfplaatsvroemen.nl, 1 april 2015)
Als 'zich verkneukelen' een voorzetsel bij zich heeft, is dat meestal 'om' of 'over'. Zoals al eerder gezegd komt ook 'op' voor en ook 'met' kwam ik wel tegen. Een enkele keer wordt voor nog een ander voorzetsel gekozen (in, aan):
Weer zo een blablabla verhaal, waar de oerhallandien zich in kunnen verkneukelen net als het sprookje van Roodkapje. Het heeft de magische woorden: hoofddoek (wellicht rood), import (reis vanuit het bos), boze wolf (man), schoonfamilie (heksen en tovenaars). Meteen isollatie, onderdrukking en een volle lading Marokkaanse tint eraan geven en het verhaal kan niet meer stuk.
Dit is een bijdrage op het forum van de site Marokko.nl (16 augustus 2009) naar aanleiding van een bericht over het boek De uitverkorene van Fayza Oum'Hamed, een boek over een importbruid.

Op Spitsnieuws.nl reageert Blaasbaan op het bericht dat Man bijt hond gaat verdwijnen:
Het is de spotlight op de ‘vreemde’ mens, zodat de gewone man zich kan verkneukelen aan zoveel onnozelheid.
Ten slotte: ik heb de indruk dat 'verkneukelen' vaak gebruikt wordt bij leedvermaaksituaties. Niet uitsluitend, maar wel in veel gevallen.

Het wordt tijd om de balans op de maken. Met een enigszins natte vinger in de lucht concludeer ik dat 'zich verkneukelen' nog vrij vaak gebruik wordt. Meer dan ik gedacht had, in ieder geval.

Heren van de thee (Knipoog 40)

In NRC Handelsblad van 25 april 2015 trof ik een artikel aan van Thomas Rueb over het drinken van ayahuasca, een thee die hallucinaties opwekt. Het was op zijn zachtst gezegd een ongewone ervaring. Niet dat ik dat artikel aantrof, maar het drinken van die thee, bedoel ik, als ik af mag gaan op wat Rueb schrijft

Boven het artikel zette Rueb de titel 'Leren van de thee', een duidelijke knipoog naar Heren van de thee (1992) van Hella Haasse. Bij de grote schrijvers van haar generatie werd Haasse altijd genoemd, maar meestal na Hermans, Reve en Mulisch. Ze heeft een omvangrijk oeuvre bij elkaar geschreven. De novelle Oeroeg zal menigeen het eerst te binnen schieten. Maar Haasse schreef meer, veel meer. Heren van de thee is een van haar beste romans. Er is ook een toneelbewerking van gemaakt.

'Leren van de thee' zit qua klank dicht bij de titel van het boek, waardoor de knipoog direct werkt. De boektitel blijkt bekend genoeg om variaties op te roepen. Zo is er een site Heren van de koffie, En zou de zaak Heeren van de Zee al bestaan hebben voordat Haasse haar boek schreef?

Veel knipoogjes naar Haasses titel ben ik niet tegengekomen. Is men al bezig haar werk te vergeten. Dat zou mij verdrieten. In ieder geval ging Thomas Rueb ervan uit dat we in ieder geval de titels nog kennen.


dinsdag 28 april 2015

Ik kom terug (Adriaan van Dis)



Er zijn heel wat moederboeken in de literatuur. Van Olifanten op een web (Mensje van Keulen) tot Bezonken rood (Jeroen Brouwers), van Gesloten huis (Nicolaas Matsier) tot De overkant van de rivier (Jan Siebelink). Met Ik kom terug heeft ook Adriaan van Dis zo'n moederboek geschreven.

Over het gezin waarin Van Dis is opgegroeid weten we al aardig wat uit zijn eerdere boeken. Nathan Sid uit het gelijknamige debuut heeft duidelijk heel wat trekken van de auteur en ook in romans als Indische duinen en Familieziek heeft hij geput uit zijn verleden. Dat doet hij ook bij Ik kom terug. Het boek wordt op de titelpagina nog wel 'roman' genoemd, maar je hebt het idee dat er weinig verschil is tussen de auteur en de ik-figuur en dus ook tussen de moeder in de roman en de moeder in werkelijkheid.

De vaderfiguur kreeg in Indische duinen al ruim aandacht, nu is de moeder aan de beurt. Daarbij duikt natuurlijk ook de vader met zijn woedeaanvallen van tijd tot tijd op. De ik-figuur, die ik voor het gemak dan maar Van Dis noem, wil nog veel van 'mammie' weten. Daarom stelt hij haar vragen. Ze wil best meewerken aan zijn project, maar ze heeft wel een voorwaarde: haar zoon moet haar helpen om uit het leven te stappen. 'Jij een verhaal, ik een pil', zegt moeder. Ze tekenen daar zelfs een contract voor.

Waarom wil Van Dis dat leven van zijn moeder optekenen? Waarschijnlijk om haar alsnog te bereiken. Ze heeft hem altijd buitengesloten; zo heeft hij het althans ervaren. In wat hij over haar schrijft, kan hij haar naderen. Daarbij spaart hij haar niet, maar dat doet hij ook met zichzelf niet.

Daarom vind ik Ik kom terug een beter en waardevoller boek dan Magdalena van Maarten 't Hart. Voor mijn gevoel staat er hier meer op het spel. Het lijkt of 't Hart meer uit is op een aardig verhaal. Zelf lijkt hij geen risico te lopen. Van Dis beschrijft zichzelf ook in zijn onredelijkheid, zijn schijterigheid (met zijn verplichting uit het contract maakt hij geen haast), zijn onzekerheid. Ik kom terug is, of lijkt in ieder geval, een eerlijker boek, niet alleen tegenover de moeder, maar ook tegenover zichzelf.

Moeder is geen gemakkelijk mens en ook een sterke vrouw. We leren haar kennen in wat ze doet in haar laatste maanden, maar ook in haar herinneringen. De zoon is vaak in de buurt. Hij betrekt zelfs een kamer in hetzelfde pand, om dicht bij haar te zijn als het nodig is, maar ook nu nog sluit ze hem buiten. Lange tijd bezit hij geen sleutel  van haar woning, waardoor hij afhankelijk is van haar stemming als hij bij haar naar binnen wil.

Over het algemeen is Ik kom terug goed geschreven. Je gaat als lezer gemakkelijk mee in het verhaal. Sentimentaliteit houdt de schrijver meestal buiten de deur, maar niet altijd. Misschien is dat ook wel begrijpelijk. Hoe objectief kun je kijken naar je schrijverij als die over je moeder gaat? Enkele keren kan de schrijver het juiste evenwicht niet bewaren.

Door het hele boek heen staan er stukjes die opvallen, doordat de tekst iets verder inspringt. Soms noemt Van Dis die stukken liedjes, een andere keer autodromen. Eerlijk gezegd wist ik niet helemaal wat ik ermee aanmoest en ook niet wat ik ervan vond. Ik ben er, geloof ik, niet alleen maar positief over.

Ik neig ernaar om Ik kom terug 'wel mooi' te noemen. Ik vind het minder dan bijvoorbeeld De wandelaar, maar het is nog altijd een boek dat goed in elkaar zit en goed geschreven is. Ik neem aan dat het een boek is dat nu eenmaal geschreven moest worden en daarom is het goed dat het er is. Net als bij 't Hart, hoop ik dat Van Dis toch nog een keer met een echte roman komt, waarbij het leven de literatuur niet in de weg zit.

donderdag 23 april 2015

Ambtsgebed


In Ede is er gedoe over het ambtsgebed. Dat is een kort gebed, dat de burgemeester uitspreekt meteen na aanvang van de raadsvergadering. Elke keer is het hetzelfde, zodat het waarschijnlijk een soort formule geworden is. In bijna vijfentachtig procent van de gemeenten is dat gebed afgeschaft, maar Ede heeft het nog.

Een meerderheid van de gemeenteraad is voor afschaffing. Als die raad een goede afspiegeling is van de Edese bevolking, betekent dat dat voor een kleine meerderheid van de burgers zo’n gebed niet hoeft. Op 16 april werd er gestemd, maar de stemmen staakten, omdat er een raadslid afwezig was.

Op 30 april wordt er opnieuw gestemd, maar nu al is duidelijk dat ook dan de raad niet compleet zal zijn. Als de stemmen opnieuw staken, moet het voorstel ingetrokken worden.

De indieners van het initiatiefraadsvoorstel om niet meer te bidden aan het begin van de vergadering hebben wel een punt. Als een groot deel van de bevolking niet christelijk is, is zo’n gebed niet meer zo logisch. De burgemeester bidt namens de raad, maar minstens de helft van de raadsleden neemt daar inmiddels afstand van.

Voor zover ik weet, hebben degenen die tegen het gebed zijn, zich altijd netjes gedragen onder het bidden. Er zijn gemeenten waar raadsleden zich vlak voor het gebed demonstratief verwijderden; dat is tot nu toe hier niet gebeurd. Blijkbaar hebben de niet-bidders altijd begrip gehad voor de bidders.

Het zou mooi zijn als de voorstanders van het gebed nu ook eens begrip zouden kunnen opbrengen voor de tegenstanders. Als ze willen bidden, is dat hun goed recht, maar dat kunnen ze ook vooraf doen, in de fractiekamer.

Een ander alternatief is dat er geen openbaar gebed plaatsvindt, maar dat er een moment van stilte in acht genomen wordt. Ieder kan dan dat stiltemoment gebruiken zoals hij wil: een stil gebed tot de christelijke, islamitische of welke andere god dan ook, een mindfulnessoefening, het in gedachten herhalen van een mantra of het denken aan de hond die nog uitgelaten moet worden.

Dat lijkt me beter dan mensen een gebed opdringen. De zin daarvan ontgaat mij.

De voorstanders van het gebed weten dat zij een achterhoedegevecht leveren, maar blijkbaar vinden zij het belangrijk genoeg om dat gevecht aan te gaan. Het kan in het uiterste geval nog enkele raadsperioden duren, maar uiteindelijk verdwijnt het gebed natuurlijk, net als in bijna alle andere gemeenteraden. Dat dat alleen al uit oogpunt van traditie voor een deel van de raad moeilijk te verteren is, snap ik wel. Misschien hebben die raadsleden gewoon wat tijd nodig om te wennen aan het idee dat de secularisering ook Ede niet voorbijgaat en misschien moeten we ze die tijd dan ook maar gunnen.

Intussen mogen we best van ze verlangen dat ze meedenken over een oplossing waar de gehele raad zich in kan vinden, ook als op 30 april de stemmen weer zullen staken. Met alleen maar het afwijzen van het standpunt van een groot gedeelte van de raad, wordt de kwestie niet opgelost. Het lijkt me in niemands belang dat het ambtsgebed een slepende kwestie wordt, ofwel een gebed zonder eind. We snakken naar een amen.


Foto: Edwin Nieuwstraten. Zie ook hier.

zondag 19 april 2015

Teatro Olimpico (Kees 't Hart)


Er zijn goede Nederlandse schrijvers van wie ik nooit een boek gelezen heb. Niet omdat ik die schrijvers niet wil lezen of omdat ik geen vertrouwen in hun boeken heb, maar het is er domweg nooit van gekomen dat ik hun boeken kocht of leende. Soms zit dat me dwars, maar meestal kan ik onrust daarover sussen met de gedachte dat je nu eenmaal niet alles kunt lezen of met de gedachte dat ik weer schrijvers heb gelezen die heel veel anderen niet hebben gelezen, zoals Arnold Clerx. Tussen twee haakjes: wordt het niet eens tijd voor een herdruk van Schandaal op Poeloeh-Tampah?

Kees 't Hart is ook zo'n schrijver die ik lang veronachtzaamd heb. Wel las ik de recensies van zijn werk en steeds nam ik mij voor het gerecenseerde boek te lezen. Het gebeurde niet. Vorig jaar plaatste ik Teatro Olimpico hoog op de lijst van de beste boeken van vorig jaar die ik niet gelezen had. Terecht, blijkt nu ik het boek gelezen heb.

Teatro Olimpico is een roman in de vorm van een verslag. Al op de tweede pagina wordt er een 'u' aangesproken voor wie het verslag bedoeld is:
Misschien interesseert u zich niet erg voor dit soort details, maar ze zijn van belang om de context van onze wederwaardigheden in Italië te begrijpen. Bovendien verzocht u enkele weken geleden in uw brief om een 'gedetailleerd verslag, zodat de beoordelingscommissie een gedegen beeld kan krijgen van de situatie'.
Dat gedetailleerde verslag krijgt de commissie en daarmee ook de lezer. De schrijver, Kees, een theatermaker, beschrijft hoe er vanuit Italië belangstelling blijkt te zijn voor zijn toneelstuk Rousseau. Men wil het opvoeren op een heus Rousseaufestival, in het Teatro Olimpico in Vicenza, een van de oudste Renaissancetheaters.

Zo'n verzoek is natuurlijk eervol, al zijn er wel praktische problemen. Het stuk moet vertaald worden, er moet een acteur gevonden worden, het decor moet vervoerd worden en meer, veel meer. Zo gauw Kees en zijn kompaan Hein besloten hebben om mee te gaan doen, doemt het ene probleem na het andere op. En bijna alles blijkt geld te kosten.

Hoe verder je komt in het boek, hoe meer je het idee hebt dat de hele onderneming op een fiasco uit zal lopen en je blijft lezen, omdat je wilt weten of je verwachting uitkomt. Aan de ene kant wil je graag dat het goed zal gaan; je identificeert je immers met Kees en Hein. Ze zijn van goede wil, gedreven, idealistisch en ze zijn bereid zich in een avontuur te begeven zonder dat ze weten hoe het afloopt.

Kees en Hein zijn afwisselend wanhopig (en soms zelfs woedend) en optimistisch. Wat dat betreft heeft 't Hart goed gedoseerd: hij brengt zijn personages in pijnlijke omstandigheden, maar steeds zijn er lichtpuntjes die hun weer hoop geven. Ook als lezer krijg je die hoop: misschien dat dan toch...

De toon blijft licht. Niet alleen zijn er hilarische misverstanden, ook de gedrevenheid van de personages werkt humoristisch. Ze hebben uitgesproken opvattingen over toneel en Beckett vertegenwoordigt zo'n beetje alles waar ze tegen zijn. Kandidaten voor de hoofdrol in hun toneelstuk worden dan ook scherp bekeken: hebben ze niet in 'verdachte' stukken meegespeeld?
Muzzi viel al snel af, omdat hij bij nader onderzoek op internet gespeeld bleek te hebben in een 'moderne' bewerking van Huis Clos van Sartre. Hij kende blijkbaar niet de invloed van Beckett op Sartre. Isolement, alleen zijn, leegte, zwijgen, verdriet over wanhoop, etc. etc. Ga er maar aan staan. Sartre had het niet van een vreemde, zal ik maar zeggen. Hierbij laat ik het even. 
Het hele boek door hangt er de dreiging van een mislukking. De schrijver van het verslag zinspeelt daar ook op:
Een opmerking: achteraf vinden we dat we te hard van stapel zijn gelopen. We gingen te luchtig om met de problemen. We waren ons bewust van de ernst ervan, maar stonden er toen niet lang bij stil. We dachten het financieel rond zou komen. We vonden dat het door moest gaan, we wisten zeker dat alles goed zou komen. Het Teatro Olimpico was een droom en die droom moest uitkomen. Ik hoop dat u daar begrip voor hebt. 
Met de kennis van nu zouden Kees en Hein indertijd anders gehandeld hebben. Maar was hun handelwijze alleen maar onhandig of was die uiteindelijk fataal? Daarover blijven we (gelukkig) lang in onzekerheid. En we willen het natuurlijk toch weten.

Andersom werkt het trouwens ook. Als de schrijver van het verslag erg pessimistisch is, heb je het idee dat je op het verkeerde been wordt gezet en dat het uiteindelijk allemaal zal blijken mee te vallen.

Tijdens het lezen kreeg ik het vermoeden dat de schrijver iets pesterigs in zich heeft, Steeds als het weer een beetje goed lijkt te gaan met de personages met wie je je als lezer identificeert, zorgt hij ervoor dat er nieuwe moeilijkheden opdoemen. Dat pesterige is overigens wel grappig en bovendien is het niet kwaadaardig: er wordt in het vertellen geen afstand genomen van Kees en Hein, zodat je betrokken blijft.

Hoe het afloopt kan ik hier natuurlijk niet uit de doeken doen en dat wil ik ook niet. Maar eigenlijk gaat het daar niet eens om. Je bent al ver voor de afloop van de personages gaan houden en je weet dat je solidair met hen zult blijven, wat ze ook doen.

Teatro Olimpico kun je lezen als een satire op (een deel van) de toneelwereld, maar ook als roman waarin onverbloemd gekozen wordt voor de dromers, de idealisten, de fantasten, de gedrevenen, ook al loopt hun onderneming mogelijk niet goed af. Wat dat betreft zijn het een soort titaantjes ('beroepamateurs' worden ze genoemd), maar ze zijn veel actiever dan de Titaantjes van Nescio.

Bovenal is Teatro Olimpico een bijzonder humoristisch boek, terwijl er nauwelijks grappen in gemaakt worden. Het boek bestaat uit een verslag, wat een vrij dor genre is, maar de personages worden in situaties gebracht, waarin je weet dat het mis kan gaan. Dat er ergens een bananenschil ligt en dat de mogelijkheid er is dat er iemand over uit zal glijden is blijkbaar al genoeg om je te verkneukelen.

Er zit niets anders op: ik zal meer van 't Hart moeten gaan lezen. Misschien moet ik over tien jaar concluderen dat dat toch niet gelukt is. We zullen zien.

zaterdag 18 april 2015

Drie stadsgedichten


Afgelopen woensdag trad Arjan Keene af als stadsdichter van Ede. Hij deed dat door zijn laatste gedicht in functie voor te lezen. Het werd ook afgedrukt in De Edese Post, maar daar kreeg het gedicht zo benepen ruimte, dat de regels, die toch niet overdreven lang zijn, niet eens pasten.
Het laatste woord
Dit is een testament van inkt
dat traag tussen de stenen kruipt
en druppelt op de jas die straks
hier prevelend langs gevels sluipt.
Verklein de stad opnieuw tot dorp.
Geef zinnen aan een ander heden
dat in de paarse hei ontvlamt.
Verbind vandaag met het verleden.
Wees harder, als je dat kunt zijn,
wees zachter dan de tijd kan eisen.
Bouw aan een toren voor de taal,
laat uit het dorp een stad verrijzen.
Ik heb je liefgehad, verguisd,
omarmd, betast. In jou vond ik
de lente van een nieuwe herfst.
Straks is die stad uit mij verhuisd.

Op de verkiezingsavond lazen de kandidaatdichters, in de tweede ronde, een gedicht over voedsel voor. Hieronder het gedicht van de uiteindelijke winnaar, Harry Oonk


Food

Frietje oorlog; kroket; shaslick stickie;
eierbal; aardolie; bamischijf;
broodje bal; kaassoufflétje; sitomikkie;
klefje burger; zacht leren pizza; berenlul;
sateetje; kipcorntje; mexicaantje;
smulrolletje; hete hond; hapstaafje.
Food.
Food komt uit de fabriek.
Food is een product.
Ik wil het hier hebben over voedsel.
Food is het braaksel van machines
doch voedsel groeit.
Voedsel, wat we bakken, braden, koken en eten.
Laten we koken, laten we dichten.
Kookdichten, dichtkoken.

Neem 500 gram idee,
200 gram indrukken,
onsje taal.
Scheutje emotie, drupje diepte.
Meng het met zoet en zuur.
Kneed het tot beelden.
Marineer de zinnen.
Drapeer wat kruiden.
Glaceer het couplet.
Serveer het met liefde.

Om foodsel te kunnen eren,
moeten smaken musiceren.

Peter Vermaat haalde de finale niet. Hij schreef na afloop van de avond een gekruid blogbericht. Dit gedicht schreef hij over voedsel:
Groen gewin
Geen gele heuvels, glooiend met een zachte g,
maar eerder mais met kromme schouders
en verkleumde voeten in de zure grond.
De grootste boer houdt hier een kleine naam.
Wie schrijft de glimlach op de glaslokalen?
De voedingswaarde die aan brein ontspruit,
de snoeptomaatjes van de kraamafdeling?
Het Wereldvoedselcentrum WFC.
Uit drassig land wordt groene faam gewonnen.
met Food wordt Ede zeker zwaargewicht.
Wie wordt de burgervader van die plek?
Hang hem een voedselketen om de nek.
Peter zullen we niet meer terugzien bij stadsdichterverkiezingen, schrijft hij. Toch jammer.