Foto: Bianca Sistermans |
K. Schippers (pseudoniem van Gerard Stigter) is overleden. Het bericht zag ik vorige week voorbijkomen op een van de media die mijn telefoon aanbiedt, een dag later, toen ik net thuis was van vakantie, maar mijn hoofd nog niet. Schippers is 84 jaar geworden. Hij was ziek, wat al even bekend was.
Voor het reconstrueren van mijn leesgeschiedenis van het werk van Schippers moet ik ver terug: tot mijn tijd op de middelbare school. Schippers werd genoemd in de Schets van Knuvelder of in de bijbehorende bloemlezing. Ik dacht dat ik die boeken om nostaligische redenen bewaard had, maar als dat zo is, weet ik niet waar. Het blijft dus een beetje gokken. Maar ik weet (bijna) zeker dat ik onderstaand gedicht las:
De autobezitter voor H.M.Er stap een man in een autoverricht de nodige handelingenvoor het rijdenen rijdtdaarnadan ookinderdaadweg.
Waarneming
Bij LoosdrechtAls dit Ierland was,zou ik beter kijken.
Maar je bent in Loosdrecht. Dat weet je, dat heb je tegen jezelf gezegd. Je hoeft niet te kijken, want je weet al wat je ziet. Maar als je in een nieuwe omgeving bent, kijk je actief, registreer je de details. Misschien is het de kunst om te kijken alsof je voor het eerst naar iets kijkt, als een toerist in het leven. Vroeger heb ik mij wel eens afgevraagd wat er zou gebeuren als Vondel ineens naar de huidige tijd verplaatst werd en bij mij achter op de fiets zou zitten. Ik zou hem heel veel uit moeten leggen. Hoe langer ik het gedachte-experiment volhield, hoe meer dingen ik zag die voor een ander, Vondel in dit geval, vreemd waren, terwijl ze voor mij gewoon zouden zijn.
Waarom Vondel in mijn gedachten kwam, weet ik niet zo goed. Ik aanvaard het maar in dank.
Metaforen en vergelijkingen
In verschillende gedichten neemt Schippers afstand van metaforen en vergelijkingen:
JaIk heb je lief zoals je somsgelijk een gouden zomerdag bentnee nee neeik heb je lief zoals je bentnee neeik heb je lief zoalsneeik heb je lief
Misschien dat ook een vergelijking of een beeld je de indruk geeft dat je iets al kent en dat je dus niet meer echt hoeft te kijken. Misschien ook dat Schippers de kern ('ik heb je lief') al genoeg vindt en dat die niet mooier gemaakt hoeft te worden met een beeld.
We ontkomen waarschijnlijk nooit helemaal aan beelden. Ook over de werking daarvan schreef Schippers:
Ongeveer zoAls ik je zie kan ik wel aan kamperfoelie denkenMaar als ik kamperfoelie ruikZal ik dan aan je denken?En de heerlijke geur van gepofte kastanjesLaat die nog ruimte voor je over?In ieder geval laat jij je tenminste vergelijkenMet de geuren van kamperfoelie en gepofte kastanjesWant zo ben je ongeveer
Eerste indrukken
Waar was je nou
De hoedenwinkel
Tellen en wegen
dicteede blauwe inkt en het groene boekde zilveren lepel en de gouden kande inkt, het boek, de lepel en de kanhet blauw het groen, het zilver en het goudde, het, de en dehet, het, het en hethet geel, het wit het paars en het roodde doos het licht, de beker en de ringde paarse beker en de rode ringde gele doos en het witte licht
In de eerste strofe worden vier voorwerpen beschreven, in de tweede worden de zelfstandige naamwoorden en de bijvoeglijke gescheiden. In de derde wijst Schippers ons op de lidwoorden die dan gebruikt worden en daarna krijgen we hetzelfde (met andere voorwerpen, al is 'licht' eigenlijk geen voorwerp), maar dan andersom. Door die compositie zouden we het gedicht ook kunnen lezen van onder naar boven, beginnen bij de laatste strofe.
Bij alles wat Schippers schreef, valt de aandacht op: doordat hij ernaar kijkt, wordt het bijzonder. Of misschien zijn in dit gedicht niet de inkt, het boek, de lepel en de kan bijzonder, maar vooral de manier waarop ernaar gekeken wordt: je realiserend dat bij je waarneming ook de taal meedoet. Dat wij de voorwerpen alleen maar zien doordat er taal voor is en dat we daar dus woorden voor gebruiken met verschillende lidwoorden.
De laatste boeken die ik van Schippers las zijn Voor jou (2013), Niet verder vertellen (2016) en Straks komt het (2018). De roman die dit jaar verscheen, Nu je het zegt, las ik nog niet.
Voor jou
Ook deze boeken zijn weer een belevenis: in Voor jou praten Gerard Brands en Bernlef mee. Ze zijn ziek aan het begin van het boek en later zijn ze overleden, maar in wat Schippers schrijft trekken ze zich daar niets van aan. Ze lezen mee en hebben commentaar en later lopen ze weer gewoon in de verhalen rond, omdat de verbeelding het altijd wint van de werkelijkheid.
Niet verder vertellen is ook zo'n heerlijk boek. Het begint als een traditioneel verhaal, maar al gauw merk je dat er meer aan de hand is en dan begint het avontuur. De moeder van de hoofdpersoon (die erg op K. Schippers lijkt) zegt tegen iemand 'Mijn zoon schrijft over u'. Dat klopt, want dat lezen wij. Maar moeder zegt dat eigenlijk in een verleden waarin die zoon nog niet schrijft. Voor je het weet zijn het verleden en het heden in elkaar geschoven. We gaan niet van de ene naar de andere tijd, maar de twee tijden zijn dezelfde tijd.
Straks komt het
In Straks komt het spreekt de verwachting uit de titel. Een deel van het boek speelt zich af vlak na de bevrijding. Zelfs de beruchte schietpartij op de Dam komt nog ter sprake. Maar, zoals altijd bij Schippers, is het een boek over veel meer: over zitten, staan en tasten, over Kurt Schwitters en over jazz en over meer, meer, meer. Schippers zal zich nooit beperken tot een verhaal, omdat het leven nu eenmaal niet een simpele verhaallijn kent.
De laatste keer voor zijn dood dat de naam Schippers in mijn als een pop-upvenster verscheen, was toen een vriendin me erop attent maakte dat er een podcast over hem was. Die is van Ronald Snijders. Mooie gesprekken, vrolijk en ernstig en natuurlijk speels.
Tot aan het eind van zijn leven is het werk van Schippers fris gebleven. Hij heeft altijd onbevangenheid behouden, die ons laat kijken als is het allemaal nieuw. En als je zo kijkt wordt het ook allemaal nieuw. Schippers schreef geen spannende boeken in de zin dat hij naar een plot toe werkte, maar het lezen van zijn boeken is wel altijd een belevenis. Je wordt tijdens het lezen nieuwsgierig naar wat er allemaal kan in de roman en je wordt voortdurend scherp gehouden, omdat niets vanzelf spreekt. Tomas Lieske is een van de weinige auteurs bij wie ik dat ook heb.
Ik heb de boeken van Schippers ook altijd met een zekere gretigheid gelezen vanwege het avontuur dat het lezen van zijn boeken is. Je kunt nooit lezen op de automatische piloot en je moet voortdurend alert zijn. Je bent bij wijze van spreken altijd in Ierland, ook als je in Loosdrecht bent. Juist als je in Loosdrecht bent.
Schippers is verdwenen, maar hij is niet weg. Er zijn nog woorden waarin hij spreekt, regels waartussendoor hij kijkt en er zijn nog heel veel hoofden waarin hij van tijd tot tijd zal verschijnen. Markante man, groot kunstenaar. Gedenk hem. Lees zijn werk. En als je dat al gedaan hebt: herlees het.
De foto van K. Schippers is welwillend ter beschikking gesteld door Bianca Sistermans. Meer van haar vind je op haar website. Eerder mocht ik een foto van Menno Wigman gebruiken. Sistermans is aangesloten bij het fotoagentsdhap Lumen Photo.
Hoi Teunis, ik heb nooit iets van K. Schippers gelezen, maar je hebt een mooi stuk over hem geschreven. Groetjes, Erik
BeantwoordenVerwijderenDank!
Verwijderen