donderdag 2 februari 2017

Grafleggingen (Peter Drehmanns)


Het is alweer drie jaar geleden dat ik een gedichtenbundel van Peter Drehmanns besprak: Graafschade. De meeste gedichten in die bundel kon ik niet waarderen, maar er waren er toch een paar die ik goed vond. Bij zijn volgende bundel, Grafleggingen heb ik een soortgelijk probleem.

Met de titel verwijst Drehmanns naar schilderijen uit de christelijke traditie: de kruisafname en begraving van Christus. In deze bundel is de indeling daar ook op gebaseerd: 'Van het kruis gehaald', 'In linnen gewikkeld', 'De handen ten hemel', 'Op de achtergrond de Schedelberg', 'In rots geborgen', 'Daarna gingen ze naar huis'.

Inhoudelijk zijn de gedichten niet strikt gebonden aan deze indeling. Weliswaar gaat het openingsgedicht over Christus, maar de andere gedichten gaan hun eigen gang. Met wat goede wil is er nog wel een sfeer die verband houdt, of een thema dat in de buurt komt.

De eerste afdeling bevalt me het best. Het openingsgedicht:
Depositie (Immanuel) 
door de wolken uit de hemel
gesmeten een brok halfmens
gespeend van schouderscharnieren
en andere valapparatuur 
gesaneerd en ontzenuwd
wordt-ie weggegeven
serafijn zonder uitzettingspapieren 
de stuipen op het lijf
gejaagd dwarrelt hij
in handen van vetvrije makelij 
en wordt geluierd
en wordt leeggeschonken, meegetrokken 
tot de volgende doorligwond
tot de volgende afgebroken nagel
Dit gedicht verwijst duidelijk naar Christus. Hij wordt een halfmens genoemd, zoals we in bijvoorbeeld de Romeinse mythologie wel halfgoden kennen, en zijn hemelse herkomst wordt vermeld. Maar hij is uit de hemel 'gesmeten', wat de ruwheid, de wreedheid van de situatie benadrukt.

Dat 'gespeend van schouderscharnieren / en andere valapparatuur' laat zien dat Christus (zo noem ik hem maar even) echt gevallen is en zich niet vliegend in veiligheid kon brengen, ook al wordt hij verderop een 'serafijn'  genoemd.

De 'schouderscharnieren' doen me ook denken aan de manier waarop Christus met uitgestrekte armen aan het kruis hangt. De combinatie 'gespeend' en 'valapparatuur' vind ik wat minder. Drehmanns heeft vaak de neiging om gewone zaken op een ongewone manier te zeggen, echter zonder dat dat veel toevoegt. Die 'valapparatuur' doet wat luchtig aan, maar mij stoort toch de gemaaktheid. Dat heb ik vaker bij de gedichten van Drehmanns.

In de tweede strofe vind ik dat 'ontzenuwd' wel goed gevonden. Omdat bij de kruisafname het lichaam centraal staat, moet de lezer hier ook letterlijk aan zenuwen denken. Dat Christus 'weggegeven' wordt, zou theologisch verantwoord kunnen noemen: God geeft zijn zoon.

Over die 'uitzettingspapieren' heb ik getwijfeld. Als het alleen maar een grapje is, is het me te mager. Je zou ook kunnen zeggen dat we door dat woord de hedendaagse vluchtelingenproblematiek binnen het gedicht halen, waardoor het lijden van Christus in verband komt te staan met het lijden van andere mensen.

Net als bij 'ontzenuwd' werkt 'de stuipen op het lijf' plastisch. Natuurlijk roept de uitdrukking 'angst' op, maar ook letterlijk 'het lijf'. Met 'vetvrije makelij' kon ik niet zo veel. Misschien zijn het magere handen, zonder vet dus, maar dan vind ik de formulering aanstellerig.

De vierde strofe werkt goed: bij 'geluierd' zien we de lendedoek voor ons en 'leeggeschonken' doet niet alleen denken aan een leeggebloed lichaam, maar ook aan geschenk: geven tot je leeg bent. En natuurlijk aan een fles die tot op de bodem, en misschien wel tot op de ziel, geleegd is.

Die doorligwond klopt strikt genomen niet met de kruisscène, maar in mijn lezing werkt het net als met de uitzettingspapieren: het hedendaagse leed komt het gedicht binnen. Het gedicht sluit af met 'de volgende afgebroken nagel', wat aan een letterlijke nagel, bijvoorbeeld van je vinger, doet denken, maar ook aan 'spijker'.

In dit gedicht wordt Christus uit de hemel gesmeten. Hij is in de eerste regels helemaal aanwezig, aan het eind is er niet meer over dan een wond, een nagel. Dat wordt benadrukt doordat de strofen steeds korter worden. Voor mijn gevoel glipt Christus uit het gedicht en houden we de ellende om ons heen over.

'Depositie' is een intrigerend gedicht, misschien juist omdat je er niet helemaal je vinger achter krijgt. Het zou flauw zijn om te zeggen dat je dan alleen een gebroken nagel overhoudt.

Er zit ruwheid, misschien zelfs woede in het begin van het gedicht, in bijvoorbeeld 'gesmeten' en die betrokkenheid blijf je voelen in de rest van het gedicht. Dat geldt voor veel gedichten in deze afdeling. Het laatste gedicht begint bijvoorbeeld met 'naai de dood / een stoplap op zijn kont / sla de tijd / stuk tussen je handen'.

Veel gedichten in de eerste afdeling hebben een bestaand persoon als onderwerp, wat misschien makkelijker zorgt voor betrokkenheid. In de rest van de bundel mis ik die nogal. Drehmanns grossiert in zinnetjes waarvan je kunt zeggen dat opmerkelijk zijn, maar waarvan je ook wat moe wordt. Half grappig, half apart, zijn die zinnetjes.

Ik denk dat ze bij voorlezen wel werken, maar ik werd ze een beetje zat. Mensen die bezig zijn met hun telefoon: 'bevingerde men berichten / op goocheldoosjes' en 'het meisje tegenover mij duimde zich vooruit / op de digitale achtbaan'.

Soms lijden de formuleringen mij af van de lijn in het gedicht. 'Transsubstantiatie' gaat over het schrijven. Het begint met 'uit vlees gesneden substantieven / neergelegd op hostiedun papier / ligt daar te leggen / legt daar te liggen'.

De eerste twee regels vind ik sterk. Door de titel en de het 'hostiedun papier' komen de associaties met de mis los, maar voor mijn gevoel slaan de flauwe derde en vierde regel alles weer dood.

Soms werken de woordspelingen overigens wel degelijk: 'viel ik resoluut achteruit / in de waakzame handen // van de scheermeisjes.' Je ontkomt er bij het lezen van het laatste woord te denken aan 'scheermesjes' en 'de waakzame handen' doen denken aan het behoedzaam hanteren van het scheermes.

Er staan in Grafleggingen meer goede gedichten dan in Graafschade, maar naar mijn smaak zit er nog te veel gespeel en te veel aanstellerij in veel van de gedichten. Maar net als in de vorige bundel is ook in deze bundel het beste gewoon goed.

Rest mij nog te vermelden dat er bij elke afdeling een potloodtekening is opgenomen van Robbie Cornelissen. Achter in de bundel is een QR-code opgenomen, waarmee de lezer zes videogedichten kan activeren.

Peter Drehmanns, Grafleggingen. Gedichten. Uitgeverij Marmer, Baarn 2015. 88 blz. 15,00 euro

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen