maandag 27 februari 2017

Het kwaad en ik (Colet van der Ven)


Om maar met de deur in huis te vallen: Het kwaad en ik, van Colet van der Ven, is een merkwaardig boek. Aan de ene kant ziet het eruit als een wetenschappelijk boek. Het voorwoord heeft de titel 'Van pesten tot genocide', wat laat zien dat Van der Ven het boek breed heeft opgezet: van het kwaad op kleine schaal tot het kwaad dat de geschiedenisboeken haalt. Daarna volgen de hoofdstukken waarvan je verwacht dat daarin systematisch gekeken gaat worden naar het kwaad.

Het boek heeft een handig personenregister, wat het nog meer plaatst in de hoek van de wetenschappelijke uitgaven. Maar een literatuurlijst ontbreekt, er zijn ook geen noten die ons nadere inlichtingen geven en de 'verantwoording' vermeldt alleen dat 'sommige stukken' in een eerdere versie al eerder gepubliceerd zijn en in welke kranten en tijdschriften, maar niet welke stukken het betreft en ook niet onder welke titel en op welke datum die dan gepubliceerd werden. Blijkbaar is het niet de bedoeling dat we de ontwikkeling van de gedachtegang van Van der Ven kunnen nagaan.

Ook in de stukken zelf zou ik graag meer exacte aanduidingen gezien hebben. Het stuk 'Breaking the silence' bijvoorbeeld begint met 'De Gaza-oorlog', maar vermeldt niet wanneer die was. Ik moet denken aan het boek Gaza 1956 van Joe Sacco, maar het stuk van Van der Ven blijkt over recentere gebeurtenissen te gaan.

We mogen Het kwaad en ik niet alleen als wetenschappelijk boek beoordelen. De ondertitel luidt: 'Een zoektocht naar de wortels van het geweld'. En niet voor niets geeft de titel aan dat het boek niet alleen over het kwaad gaat, maar ook over 'ik'. Dit boek gaat ook over een persoonlijke zoektocht.

Tussen de meer essayistische gedeelten zijn er steeds persoonlijke stukken opgenomen, in een ander, schreefloos lettertype. In het begin deed mij dat vreemd aan. Ik verwachtte een systematische analyse van de wijze(n) waarop mensen tot het kwaad komen en ik lees over een broer die gepest werd; over een vader die een andere broek draagt dan de rest van de vaders; over een kind dat beseft dat ze verschilt van de andere kinderen en dat haar dat kwetsbaar maakt.

Toen ik nog niet ver gevorderd was in het boek, maakte het op mij een hybridische indruk. Niet alleen bevatte het persoonlijke en meer essayistische gedeelten, maar die laatste stukken bleken ook nog zeer divers te zijn: interviews, reportages, polemieken, essays. Ze waren aangenaam om te lezen, maar het werd mij niet meteen duidelijk waarom al die stukken in één boek terechtgekomen waren, behalve dan vanwege het onderwerp: het kwaad.

Van der Ven heeft bij de samenstelling van het boek zo'n beetje alles wat ze al ooit geschreven had over onderwerpen die ook maar iets met het kwaad te maken hebben bij elkaar geveegd. Hoe dat precies gegaan is, is door de vaagheid bij de verantwoording niet na te gaan.

De verschillende afdelingen zijn niet altijd evenwichtig samengesteld. 'Overleven' lijkt voornamelijk over Zuid-Afrika te gaan. Drie van de vier artikelen spelen zich daar af. Maar de persoonlijke stukken tussendoor gaan over de jeugdgevangenis in Amsterdam en over Calcutta en het slotstuk licht Thomas Dalrymple door.

Aan een dergelijke opzet moest ik gedurende het lezen nogal wennen. Het ontnam me trouwens niet het leesplezier: Van der Ven schrijft helder en in haar persoonlijke stukken durft ze stilistisch verder te gaan dan een rapporterende toon.

Aan het eind van het boek zet Colet van der Ven op een rijtje wat ze gevonden heeft. Welke factoren kunnen leiden tot grensoverschrijdend gedrag?
Op individueel niveau: angst om afgewezen te worden, nergens bij te horen, angst voor het vreemde, krenking door gebrek aan erkenning, beschadiging door fysieke of geestelijke mishandeling, een karakterologische weeffout, psychiatrische problematiek, gedachteloosheid, instrumenteel denken, ideologische verblinding, alcohol- en drugsgebruik, een niet gewekt geweten. 
Op psychosociaal niveau: conformisme, groepsdruk, gehoorzaamheid, besmettelijkheid van geweld, wij/zij-denken, taalvervuiling, het narcisme van het kleine verschil, angst voor identiteitsverlies.
Op maatschappelijk niveau: afwezigheid van een democratische structuur, een situatie van gegeneraliseerd geweld, gebrekkig functionerende instituties, afwezigheid van discussie.
 De vraag is natuurlijk of wij dat gedrag kunnen voorkomen. Van der Ven geeft ook een opsomming van mechanismen die ons behoeden voor gewelddadig gedrag:
Op individueel niveau: een liefdevolle opvoeding in een fysiek en mentaal zuurstofrijke omgeving, onderscheidingsvermogen, waakzaamheid, kritische zelfanalyse, sensitiviteit, empathie, het koesteren van een droom, een rijke innerlijke leefwereld. 
Op psychosociaal niveau: het organiseren van tegenspraak, non-conformisme, burgerlijke ongehoorzaamheid, de aanstekelijkheid van empathie. 
Op maatschappelijk niveau: beschermende instituties zoals de Verklaring van de Rechten van de Mens, de Trias Politica en het Genocideverdrag. ruimte voor diversiteit. Steunende netwerken om zwakke gezinnen. Een leefomgeving die geen naargeestigheid en armoede ademt, maar lucht en licht. Een strafsysteem dat resocialiseren hoger waardeert dan vergelden. Onderwijs dat kinderen schoolt in goed burgerschap, in een verantwoordelijke omgang met de ander, met vakken die de verbeeldingskracht prikkelen, het vermogen tot empathie verfijnen, heet zelfgesprek oproepen waarvan het geweten een product is.
In de loop van het boek komen die punten allemaal langs. Fraai en indringend schrijft Van der Ven bijvoorbeeld over de rol van de taal: hoe je met taal iemand kunt ontmenselijken. De bekendste voorbeelden zijn de radiozender RTLM in Rwanda, waar de Tutsi's consequent als ongedierte benoemd werd, en de manier waarop er in het Derde Rijk over Joden werd gesproken.

Van der Ven noemt de mechanismen waardoor de taal vergiftigd kan raken. Een voorbeeld is het superlatief. Wat gezegd wordt, wordt vet aangezet met woorden als 'onvoorstelbaar', 'totaal' en 'talloos'. De auteur maakt het actueel door daarbij de taal van Wilders te betrekken: 'de massale komst van immigranten, de tsunami van moslims'.

Het kwaad en ik is een boek met veel interessante stukken. Handzame informatie over bekende denkers als bijvoorbeeld Hannah Arendt, een aanval op Abram de Swaan met zijn Compartimenten van vernietiging, uitstapjes naar de literatuur. En daar tussendoor wandelt de auteur, die in de persoonlijke stukken ook zichzelf niet ontziet. Ze kijkt zo eerlijk mogelijk naar zichzelf en ziet wat het kwaad met haar gedaan heeft.

Van der Ven is niet cynisch geworden van de ellende die ze gezien heeft. Niet voor niets heet het laatste deel 'De zachte krachten', wat natuurlijk verwijst naar Henriëtte Roland Holst: 'De zachte krachten zullen zeker winnen'. Door alles heen klinkt haar activisme, haar overtuiging dat we alert moeten zijn en de strijd moeten aanbinden met het kwaad. Bij Van der Ven heeft het kwaad niet het laatste woord. Dat hebben de zachte krachten.

Zoals gezegd: Het kwaad en ik is een merkwaardig boek. Maar het is vooral een boek dat geschreven is door een gedreven auteur, die ons dwingt tot nadenken over het kwaad om ons heen en vooral ook over het kwaad in onszelf.


Naschrift: Colet van der Ven schrijft in een korte reactie dat ze geen wetenschappelijke pretenties had/heeft, alleen persoonlijke/wetenschappelijk. Ze verwijst daarbij naar de inleiding:
Zo is dit boek ontstaan, als mengelwerk van drie journalistieke genres: reportage, interview, essay afgewisseld met autobiografische flarden. De titel geeft aan dat mijn persoonlijke en professionele leven de kadrering is van deze bundel: de ontmoetingen die ik had, de verhalen die ik hoorde, de gesprekken die ik voerde, de boeken die ik las, de ideeën die ik ontwikkelde.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen