dinsdag 16 augustus 2016

Art. 285b (Christiaan Weijts)


Bijna vier jaar geleden plaatste ik Euforie van Christiaan Weijts op het lijstje 'De beste romans van 2012 (die ik niet gelezen heb)'. Intussen heb ik meer dan de helft van de boeken op dat lijstje gelezen, maar het boek van Weijts nog niet. In de zomervakantie las ik wel Weijts' romandebuut, waarmee hij meteen doorbrak, Artikel 285 b. (2006).

Hoofdpersoon is Sebastiaan Steijn, een pianist van 25, die zijn leven niet helemaal op orde heeft. Hij heeft wel een zekere structuur om zich aan vast te houden: hij geeft pianolessen en speelt als achtergrondpianist in een restaurant. Maar zijn financiën zijn een rommeltje (hoewel of misschien wel doordat hij geregeld uitstapjes naar het buitenland maakt) en zijn huis is dat eigenlijk ook.

Sebastiaan wordt op zekere dag aangeklaagd op grond van artikel 285b. In zijn geval betekent dat: stalking. Hij heeft zijn ex-vriendin Victoria Fabers belaagd met telefoonoproepen en berichten. De ontwikkelingen in deze verhaallijn zijn steeds verteld in de ik-vorm.

Daartussendoor wordt verteld hoe het zover heeft kunnen komen. Daarbij wordt Sebastiaan steeds aangeduid als 'verdachte'. Je zou die delen kunnen zien als een onderzoeksrapport, maar ook als de verdediging van Sebastiaan.

Victoria Fabers is studente aan de dansopleiding. Ze verdient bij als danseres in een stripteaseclub. Daar ontmoet Sebastiaan haar. Ze komen in een relatie terecht. Victoria heeft al met tientallen mannen het bed gedeeld, maar met Sebastiaan komt het daar niet van, omdat zij een heel ander soort relatie hebben, volgens Victoria. Dat gegeven deed mij denken aan Vals licht (1991) van Joost Zwagerman, waarin de hoofdpersoon verliefd wordt op een prostituee, die ook niet met hem naar bed gaat.

Victoria is grillig, wat haar onvoorspelbaar maakt. Weijts karakteriseert haar verder door haar taalgebruik. Een voorbeeld:
Ze draaide zich om en zei: 'Oké, we kutten er niet meer over. En help me even met inkopen doen voor als die chicks hier straks komen chillen. Die piano is trouwens een afdankertje van een tante van Anne. Maar als hij gestemd is, is hij echt vet de koning weet je wel.'
Modieus en dus clichématig taalgebruik, aan de platte kant. Heel intelligent komt de spreekster niet over, wat niet zo lijkt te kloppen met haar gedrag.

Sebastiaan Steijn knoopt daarnaast een relatie aan met een op dat moment vijftienjarige Italiaanse leerlinge, Rosa. Met haar speelt hij Scarlatti. Zowel de relatie met Victoria als die met Rosa hebben een obsessionele kant.

Door alles heen loopt de muziek. Gezien zijn beroep is Sebastiaan veel met muziek bezig, maar door Rosa raakt hij ook gefascineerd door de muziek van Scarlatti. Hij komt tot een theorie die het ontstaan van sonates van Scarlatti moet verklaren.

De gedeelten in Art 285b die over muziek gaan, zijn heerlijk. Niet alleen zit Weijts vol met leuke anekdoten uit de muziekgeschiedenis, maar hij kan bovendien over een muziekstuk of het spelen daarvan fascinerend vertellen. Op het gebied van klassieke muziek ben ik een leek, maar deze passages heb met veel plezier gelezen.

Een hoogtepunt in het boek is de passage waarin Steijn Scarlatti speelt voor publiek, terwijl hij denkt aan Victoria. Zijn spel gaat over in improvisatie, waarin veel Liszt verwerkt is. De muziek en zijn gedachten zwepen elkaar op. De roes die dat veroorzaakt is prachtig beschreven.

De muziek verbindt Steijn uiteraard met Rosa, met wie hij samen speelt, maar ook met Victoria, die hij wel eens op de piano begeleidt als zij oefent voor een dansvoorstelling. Het bespelen van een piano en het liefdesspel zijn al vaker met elkaar vergeleken en ook daarnaar verwijst Weijts. Verschillende keren vertelt hij hoe Beethoven eerst zijn handen over de toetsen liet gaan voordat hij ging spelen:
Wist je dat Beethoven altijd ritueel met zijn handpalmen over de toetsen wreef voor hij begon? Daar is wel wat voor te zeggen. Zoals: het klavier ligt voor je, languit, als een vrouw, onder de dunste zijde. Met je palmen glijd je over het landschap van haar ribben en wrijf je de naakte huid tevoorschijn. Je voelt de randen van de toetsen, je hoort het doffe geratel waarmee ze terugvallen, een voor een.
Niet voor niets is het eerste wat Victoria van Sebastiaan vraagt haar te vingeren, of zo je wilt, haar te bespelen.

Art. 285b heb ik geboeid gelezen, al heeft het boek me niet op alle momenten overtuigd. Als de relatie tussen Rosa en Sebastiaan uit is, lijkt ze wel erg snel uit zijn gedachten te verdwijnen. Pas later in het boek duikt ze weer op.

Het slot van het boek, waarin Sebastiaan zich vrij moet pleiten van de beschuldigingen, is aardig maar ook niet meer dan dat. Erg verrassend is het niet.

De hele roman draait om de aangifte die Victoria gedaan heeft tegen Steijn. Maar waarom ze aangifte deed, wordt nauwelijks duidelijk. Ze heeft al meer verknipte ex-vriendjes, tegen wie ze, voor zover we weten, nooit aangifte heeft gedaan. Waarom ze nu wel deze stap zet, wordt niet aannemelijk gemaakt.

Het zijn smetjes, maar het boek blijft voor de rest aardig overeind. Ik snap dan ook wel dat Art. 285b veel waardering heeft gekregen. Weijts kreeg voor het boek de Anton Wachterprijs en werd genomineerd voor de AKO-prijs en De Gouden Uil.


Hier reageer ik op een column van Weijts.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen