donderdag 7 januari 2016

Wildzang (Woorden die je weinig hoort 8)


Onlangs las ik een paar bladzijden in het curieuze kinderboekje Roepstemmen, een verhaal voor kinderen, door Josijne. In een latere bijdrage kom ik op dat boekje terug. Op de eerste pagina wordt de hoofdpersoon geïntroduceerd, een negenjarig meisje. Ze heeft eerst een tak opgeraapt, maar die is intussen gebroken.
(...) ze trok en rukte aan een jongen buigzamen struik, tot ze een tak, waaraan enkele knoppen schuchter te voorschijn kwamen, had losgerukt en nu zette ze voldaan hare wandeling voort. Arme jonge tak! zoo wreed afgescheurd en dat door zulk een onbedachtzame wildzang!
Mij viel het woord 'wildzang' op, een woord dat je nog maar weinig hoort. De laatste keer dat ik het tegenkwam was als titel van een roman van Gijs IJlander, een aardig boek. In die roman is Wildzang de naam van een boerderij, die waarschijnlijk verwijst naar het gezang van vogels.

In het WNT wordt dat ook als eerste betekenis gegeven. Er zijn restaurants, scholen en zelfs een uitvaartcentrum te vinden die, waarschijnlijk mede daarom, Wildzang heten.

In 1976 werd er een groot kunstwerk (80 bij 25 meter) met die naam geplaatst op de Bijlmerweide in Amsterdam-Zuidoost. Dat was een verbeelding van het gedicht 'Wiltzangh' van Vondel. Dat gedicht begint met 'Wat zongh het vrolijck vogelkijn / dat in den boomgaert zat!' Onder de titel staat 'Op de zelve hofstede', wat erop duidt dat er ook toen al een boerderij was die naar het gezang van de vogels was genoemd.

Maar het gaat mij om de betekenis die 'wildzang' heeft in het kinderboek en die komt overeen met de indruk die ik daarvoor er al van had: een wildebras, een jong iemand die haar eigen gang gaat en zich van niemand iets aantrekt. Voor mijn gevoel past het woord meer bij een meisje dan bij een jongen.

Het WNT geeft als betekenissen:
1.Het natuurlijk gezang van één of meer vogels.
2.De in het wild levende zangvogels.
3.Muziek die, gezang dat niet aan de eischen of normen voldoet; niet door de normale of correcte ordeningsprincipes geleid(e) muziek of gezang; wilde muziek, wild gezang.
4. Gepraat dat geen steek houdt; onzin, nonsens, wartaal.
Dan pas krijgen we de persoon die een wildzang is:
5. Iemand wiens optreden door onbezonnenheid en wildheid gekenmerkt wordt; wild, onbesuisd, onstuimig persoon.
6.Persoon die in eenig opzicht nog ongevormd is.
7. Wild, onbesuisd en onbezonnen gedrag; gekkigheid.
Zoals 'wildzang' zowel op het gezang als de zanger kan slaan, kan het blijkbaar ook zowel op een persoon slaan als op zijn gedrag.

Enkele citaten die het WNT geeft:
Men seght: hy heeft den worm int hooft.
VVaer uyt verstaen wort en ghelooft,
Dat daer men dese spreuck van seght,
Een wilt-sangh is, en gheiren veght 
P. Croon, Almanach voor heden en morgen (1665), zie hier. Ook Bernard ter Haar kent de wildzang (1843), zie hier, blz. 32 (1844):
'k Verbied den wildzang keer op keer —
Daar steelt de schalk den bezem weêr
En neemt den stok tot paardjen
Nog een citaat uit het WNT, van A. Snieders (1876):
Terwijl de non … de lekkernijen uitdeelde en de wildzangen beurtelings liet drinken, gaven deze aan hunne kwaadspitserij vollen teugel.
En P.A. Daum schreef (Hoe hij Raad van Indië werd, 1888):
Zij zong en sprong van de trap in de achtergalerij, zooals ze gedaan had, toen ze nog 'n wildzang was van vijftien jaren.
Vooral dat laatste citaat past bij het beeld dat ik altijd van een wildzang heb gehad. Weliswaar iemand die zich niet aan de regeltjes houdt, maar over wie je ook met enige vertedering kunt spreken.

Al die citaten passen bij een wild, onbesuisd, onstuimig persoon, betekenis nummer 5 dus. Ook bij een persoon die 'in eenig opzicht nog ongevormd is' geeft het WNT citaten. Een mooi voorbeeld van de hand van Wolff en Deken (Brieven van Abraham Blankaart, 1787 - 1789):
Wildzangen …, dat zyn ook al van die steenen, daar God de Heer … Abraham, Kinderen uit zal verwekken.
Multatuli gebruikte de benaming ook voor schrijvers die zich niet aan de regels hielden:
Al die wildzangen (t.w. auteurs als Shakespeare, Sophokles en Euripides) hadden nooit 'n behoorlyk reglement op 't "ontroeren" der toeschouwers in handen gehad. De stumperts zochten waarheid in Natuur.
'Wildzang' komt waarschijnlijk af van 'wildvang', jachtvogel die pas als volwassen dier wordt afgericht. Dat is terug te vinden op verscheidene plaatsen, bijvoorbeeld hier, in Van Dale Etymologisch woordenboek.

Zomaar zoeken op internet geeft niet zoveel resultaten. Theo Thijssen maakt korte metten met een boek van L.T. Meade, dat in vertaling Een wildzang heet. U vindt zijn stuk hier. De schrijfster is niet goed wijs, vindt hij.

Wat zij onder een wildzang verstaat, wordt wel duidelijk:
Irene is het grootste mirakel, waar ik ooit van gelezen heb. Iedereen in het dorp rilt, als hij haar naam hoort. Zij jaagt alle bedienden, juffrouwen en meesters in één week weg; loopt uren in den regen, ligt uren in de sneeuw, als ze zin heeft. De meeste nachten gaat ze varen op het meer. Ze komt spoken bij de keukenmeid. Ze draagt altijd een vuurroode jurk; haar manier van rouwen, zegt ze. Als ze een gouvernante weg wil werken, neemt ze haar in een storm mee op het meer, stuurt de boot in een stroom, die naar een waterval voert.
Inderdaad, iemand die zich bepaald niet aan de regeltjes houdt. Dat een wildzang bij voorkeur een meisje is, klopt niet. Bij Ludwig Franz von Bilderbeck trof ik een mannelijke wildebras aan in Wezenlijkheid en schijn. Een tafereel der zeden van onzen tijd (1829), deel 2 blz. 25


Hier heeft de benaming wildzang absoluut niets vertederends. Het is duidelijk dat de verteller het gedrag van de wildzang afkeurt. Bovendien is het hier een jongeman. Mijn indruk dat wildzangen meisjes en jonge vrouwen zijn, klopt dus niet, wat ook al bleek uit het citaat van Multatuli. 

Het christelijke kinderboekje waarmee ik dit stukje begon is niet het enige in zijn soort waarin een wildzang voorkomt. Er blijkt ook nog een boekje Nellie, de kleine wildzang te zijnGoogle Books geeft als inhoud:
Kleine Nellie is omgeven door luxe, maar hoort nooit iets over de Heere God. Pas als ze door haar eigen onbedachtzaamheid blind geworden is, hoort ze van een nieuwe gouvernante geschiedenissen uit de Bijbel en leert ze de Heer liefhebben. Zo wordt Nellies ongeluk haar tot een zegen.
Die 'onbedachtzaamheid' past wel bij de titel. Verder kwam ik onderstaand boek nog tegen. Daar wordt 'wildzang' waarschijnlijk toch met iets luchtigs geassocieerd. In ieder geval is het een blijspel.

En nog eentje: De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees, van C. de Kinder (1920): 
Wanneer het gebeurde, en zeldzaam was het niet, dat hij en zijne makkers door hunne brutale guitenstreken heel de buurt in rep en roer hadden gezet, dan kwam Moeder Neeltje hijgend en kijvend aangetrippeld, en recht op den deugniet af. Deze, zonder zich tegen de bestraffing te verzetten of de plaat te poetsen, liet zich gedwee bij het oor grijpen en bukte zich dan zelfs, opdat de oude vrouw den arm niet te hoog zou moeten rekken. Zoo keerden zij naar huis, en meer dan eens was het al gebeurd dat Jan, zijn Grootje buiten adem ziende, haar doodeenvoudig met zijne sterke armen optilde en licht als een pluimpje voortdroeg, zonder dat zij daarbij zijn oor losliet of ophield hem te bekijven. Wee echter degenen, die op zijn doortocht het waagden te lachen of met hen te spotten! Ze konden er stellig op rekenen 's anderdaags met zijn duchtige knuisten in aanraking te komen. Was Jan een wildzang van de ergste soort, toch had hij hoedanigheden, die veel goed maakten: hij had een onoverwinnelijken afkeer van veinzerij en logentaal en kon geen onrecht zien plegen.
 Weliswaar wordt Jan 'een wildzang van de ergste soort' genoemd, maar hij is sympathiek en wat hij uithaalt zijn 'guitenstreken'. Op boekwinkeltjes.nl kwam ik ook nog verschillende keren Juffertje Wildzang tegen.

De natte vinger in de lucht: hoe staat het met het woord 'wildzang'? Wildzang, in de betekenis van onbesuisd persoon, komt tegenwoordig nauwelijks nog voor. Ik ben het niet tegengekomen in recente teksten.

Een wildzang is iemand die zich niet aan de regeltjes houdt. Er zijn meer jonge vrouwen / meisjes die een wildzang genoemd worden dan jonge mannen / jongens, maar het woord kan op mensen van beiderlei kunne van toepassing zijn.

Ten slotte: een wildzang kan vertederend zijn, maar soms is het iemand die echt te ver gaat en over wie slechts afkeurend gesproken wordt.

De typering 'wildzang' voor een persoon is zo ongeveer verdwenen. Nog een tijdje en niemand weet meer of hij of zij ooit een wildzang is geweest. En hoe zou het eigenlijk staan met 'wildebras'?

1 opmerking: