dinsdag 12 januari 2016

Maan en zon (Stefan Brijs)


Natuurlijk heb ik indertijd genoten van De engelenmaker van Stefan Brijs. Het was het boek waarmee hij in één klap een groot publiek bereikte. Daarvoor had ik Arend gelezen en Twee levens; aardige boeken, waaraan ik verder weinig herinneringen heb. Ook las ik in De standaard enkele stukken van Brijs over vergeten schrijvers; die vond ik mooi.

De vorige roman van Brijs liet ik aan mij voorbijgaan; je kunt niet alles lezen. Maar bij de NTR Academie hoorde ik een interview over Maan en zon en ik besloot het boek te gaan kopen en te gaan lezen. Volgens het interview gaat het boek over een opstand op Curaçao waarbij enkele doden en heel wat gewonden vielen. Winkels werden leeggeroofd en er werden branden gesticht. Het Korps Mariniers werd ingezet om de orde te herstellen. Trinta di mei heet die dag, 30 mei 1969.

Mij was niets bekend over zo'n opstand. Daarom wilde ik wel eens weten hoe het zat. Over Curaçao weet ik niet zo heel veel. Ik heb wat gelezen van Cola Debrot (die gouverneur van de Nederlandse Antillen was tijde van Trinta di mei), enkele romans van Boeli van Leeuwen en Tip Marugg en Dubbelspel van Frank Martinus Arion. Die romans staan mij wel bij, maar de Antillen bevinden zich gewoonlijk in de periferie van mijn aandacht.

Een van de eerste boeken die ik recenseerde, is Kinderen van de fraters van Jules de Palm. Het speelt zich af in de tijd voor de Tweede Wereldoorlog. Daarin wordt bijvoorbeeld verteld hoe het onderwijs op Curaçao afgestemd is op de  behoefte in Nederland. Ook in Maan en zon komt het voor dat een leerling de provincies van Nederland moet leren en ook nu zijn het de fraters die onderwijs geven. Broeder Daniel bijvoorbeeld, een zwarte broeder. Later zal hij schooldirecteur worden. Ik vermoed dat we zijn naam op zijn Engels moeten uitspreken, gezien het ontbreken van het trema.

Door zijn afkomst is Daniel verbonden met de plaatselijke bevolking, maar doordat hij geestelijke is, behoort hij ook tot de blanke wereld. Een middenpositie waardoor hij twee kanten op kan kijken. Je kunt ook beweren dat Daniel daardoor eigenlijk nergens bijhoort.

Bij de uit de hand gelopen staking op 30 mei 1969 wordt broeder Daniel bijna gedwongen tot een keuze.
Hoe langer ik erover nadacht, hoe moeilijker ik het vond om de uitbarsting van geweld een plaats te kunnen geven. Iedere keer als ik in Willemstad kwam en het puin zag, voelde ik me diep beschaamd. De vraag of het nog mijn volk was dat dit had gedaan, kwelde me. Tegelijk raakte ik doordrongen van mijn eigen machteloosheid, een besef dat me steeds zwaarder viel, zozeer zelfs dat ik op den duur mijn roeping in twijfel trok. 
Een redacteur had 'een plaats te kunnen geven' natuurlijk door moeten strepen, omdat dat te veel naar hulpverlenersproza riekt. Je merkt wel aan het fragment dat de opstand broeder Daniel aan het twijfelen heeft gebracht. De zwarte taxichauffeur Roy gaat nog verder. Hij heeft al 'Rotnegers!' geroepen als reactie op de onlusten. Hij plaatst zich blijkbaar buiten de groep. Niet zijn volk.

De broeders praten over wat er gebeurd is. Broeder Bonifaas:
Ze hebben zich gedragen als kleine kinderen. Eerst hebben ze lange tijd zitten mokken, toen verloren ze hun kop en maakten hun eigen speelgoed kapot en de volgende dag stonden ze te huilen bij de stukken. Laat ze nu maar eens bewijzen dat ze zich ook als volwassenen kunnen gedragen en de verantwoordelijkheid nemen. En geloof me, ik hoop dat ze die kans krijgen, heus.  
Ook broeder Daniel moet zijn oordeel geven:
'Dat is een hard oordeel, broeder Bonifaas,' begon ik, 'maar met spijt in mijn hart moet ik toegeven dat in uw vergelijking een grote kern van waarheid zit. En net als u hoop ik dat wij... zij de kans krijgen zich te bewijzen.' 
Broeder Daniel aarzelt bij welke groep hij moet gaan staan en neemt dan afstand van de plaatselijke bevolking. Je zou het een vorm van lafheid kunnen noemen, die des te schrijnender wordt als broeder Jan, degene met de meest Nederlandse en dus blanke naam, het onverbloemd opneemt voor de opstandelingen.

Een tijdje later gaat broeder Daniel een periode naar Nederland. Als hij terugkomt legt hij zijn habijt af, wat niet betekent dat hij uittreedt. Hij blijft hetzelfde werk doen, maar hij beseft intussen waarom hij dat habijt al die tijd heeft aangehouden, hoewel andere geestelijken al in burgerkleding rondliepen: door zijn kleding heeft hij zich al die tijd minder zwart gevoeld.

Doordat ik zo uitgebreid inga op de opstand, wek ik de indruk dat die de kern van het boek is en dat is niet zo. Door het hele boek heen loopt het verhaal van de taxichauffeur Roy, die door zijn vlotte babbel en zijn gedrag wel wat doet denken aan sommige personages in de boeken van F. Springer, zoals King Velderman in Quissama. Maar Roy valt eerder door de mand.

Zijn zoon Max is een leerling van broeder Daniel. Hij doet het uitstekend op school en wil onderwijzer worden, maar door de omstandigheden gedwongen wordt hij, net als zijn vader taxichauffeur. Als hij volwassen is, wil hij dat zijn zoontje Sonny het beter krijgt dan hij.

Max is met het vliegtuig onderweg naar Nederland. Maan en zon begint op 18 juli 2001, om 19.25 uur. Het vliegtuig zal weldra opstijgen vanaf Hato. Bij het begin van bijna elk hoofdstuk bedenkt broeder Daniel waar Max op dat moment zal zijn. Blijkbaar blijft hij de hele nacht op. Er zal dus nogal wat afhangen van de reis. Tijdens die nacht passeert het hele verleden van Max en van zijn ouders (Roy en Myrna) de revue en daarmee een deel van de geschiedenis van het eiland.

Dat is weinig opwekkend. We merken hoezeer Roy en later Max moeten sappelen om rond te komen; hoe uitzichtloos hun situatie is; hoe ze wel af en toe opleven en hoop hebben, maar je vermoedt dat dat maar zeer tijdelijk is.

Na het lezen van Maan en zon snap je een beetje hoe het kan dat de criminaliteit onder Antilliaanse jongeren in Nederland groot is, hoe het kon dat er een tijdlang 'bolletjesslikkers' waren, die grote risico's namen door het smokkelen van cocaïne. Curaçao is voor toeristen een heel ander soort oord dan voor de plaatselijke bevolking.

De titel van het boek is ontleend aan een lied: 'Luna ku solo laga mi pasá kon todo mi yu ku Dios a duna mi': Maan en zon laat me door met al de kinderen die God me gegeven heeft. Voor Max zijn zijn vrouw Lucia en zijn zoon zijn maan en zon. Niet voor niets heet die zoon Sonny. Zodra Max vertrokken is, moet broeder Daniel aan Lucia vertellen dat zij Max' maan is, die zijn nachten verlicht.

Niet alleen de personen zijn belangrijk in Maan en zon, maar ook een auto, een zeegroene Dodge Matador, nog nieuw aan het begin van het boek. Die auto benadrukt de waardigheid die Roy wil behouden. De auto maakt alles mee, komt bij de opstand gehavend uit de strijd en is aan het eind van het boek een oude bak, die nog wel bijzonder is. Vintage, zouden we zeggen. Max zegt tegen zijn vader dat hij naar Nederland gaat om nieuwe onderdelen voor de Dodge te halen.

De staat van de auto loopt zo'n beetje parallel met de staat van het eiland en van de personages. Ze worden ouder en kampen met ongemakken.

Brijs schrijft boeiend. Afgelopen week ben ik zelfs op een avond vergeten uit te stappen bij het station in mijn woonplaats, omdat ik verdiept was in Maan en zon. Ik heb niet eens gemerkt dat de trein stopte. Ik wilde weten hoe het verderging met Roy, met Max, met Lucia. Of ze het uiteindelijk zouden redden.

De schrijver krijgt het ook voor elkaar dat het eiland dichter op je huid gaat zitten en dat je gaat beseffen hoe lastig het is voor sommige mensen daar om een beetje een bestaan op te bouwen.

De enige die me af en toe in de weg zat, was broeder Daniel. Tijdens de opstand toont hij zich niet zo moedig, maar verder staat hij wel erg duidelijk aan de goede kant. Die braafheid was me van tijd tot tijd te zoet.

Dat neemt niet weg dat Maan en zon een degelijke roman is, die goed in elkaar zit en meestal goed geschreven is. Sommige beelden zullen me bijblijven, zoals de dikke rookwolken die 'als zwarte vuisten' boven het eiland hingen.  Als ik dit jaar geen slechtere romans te lezen krijg, heb ik een prima leesjaar.


Na het schrijven van dit stukje vond ik nog een interview met Brijs op Tzum.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen