woensdag 21 augustus 2013

In de kou


Wat ik van Michel van der Plas heb gelezen, beschreef ik hier al eerder. Zijn gedichten las ik zo'n beetje allemaal, maar de door hem geschreven biografieën liet ik aan mij voorbijgaan. Na zijn dood besloot ik toch maar eens het boek te gaan lezen dat ik al een tijdje in huis had: In de kou. Op de kaft staat er onder de titel 'Godfried Bomans en Michel van der Plas over hun roomse jeugd en hoe het hun verder verging.'

Die jeugdherinneringen zitten wel in In de kou, maar eigenlijk gaat het boek ergens anders over. Het bevat vijfentwintig gesprekken tussen Bomans en Van der Plas, aan het eind van de jaren zestig. De gesprekspartners zijn bezorgde katholieken: er is veel veranderd de laatste jaren (mis niet meer in het latijn, opkomst van de beatmis) en de twee vragen zich af wat ze uiteindelijk overhouden.

Het pastoraal concilie in Noordwijk is op dat moment in volle gang. De laatste zitting zou zijn in 1970. Op die bijeenkomsten werden wel vragen gesteld, maar Bomans en Van der Plas constateerden dat er vragen leefden op een fundamenteler niveau. Bomans noemde de bijeenkomsten een spel, in die zin dat de deelnemers aan het concilie uitgingen van de regels en keurig binnen de krijtlijnen voetbalden. De vraag voor een nieuwe generatie is echter: zijn de krijtlijnen wel geldig. Bijvoorbeeld: bestaat God wel.

In In de kou zijn twee vaders in gesprek. Ze vragen zich af of het geloof nog wel iets kan betekenen voor hun kinderen. Het rijke Roomse leven dat de twee mannen uit hun jeugd kenden, zullen hun kinderen niet meemaken. In de jeugd van Bomans en Van der Plas was er veel in de kerk te zien en te ruiken. Er waren onbegrijpelijkheden die als mysterie geaccepteerd werden. Maar nadat de mis in het Nederlands werd opgedragen, werd de nadruk meer gelegd op de verkondiging, zoals bij de protestanten.

In de kou is voor mij vooral een boek dat een beeld geeft van de tijd waarin het is ontstaan. Bomans en Van der Plas zijn kritische, maar oprechte katholieken, die hun zuil zien verdwijnen. Ze vragen zich af hoe de maatschappij zich zal ontwikkelen nu de driedaagse werkweek eraan komt. Dat die zal komen, lijkt voor hen geen discussiepunt. Volgens Bomans zullen mensen door de overvloed aan vrije tijd meer bepaald worden bij existentiële vragen. Van der Plas vindt dat te idealistisch.

Beide mannen gaan ervan uit dat mensen hoe dan ook een zin in hun bestaan zullen willen ervaren; dat ze niet kunnen leven met het idee dat er geen diepere bedoeling zit achter hun leven op aarde. Dat lijkt mij intussen een gepasseerd station. Mensen willen het een beetje leuk hebben en daar houdt het dan wel mee op. Als Bomans en Van der Plas zo'n vijfenveertig jaar geleden hadden kunnen weten wat er gemiddeld vertoond wordt op een hele reeks commerciële televisiezenders, zouden ze het niet hebben kunnen geloven.

Bomans en Van der Plas hadden het niet gemakkelijk met hun vaders. Het is te lezen in de gedichten van Van der Plas, die een hele bundel (Vaderland) aan zijn vader wijdde en aan anekdoten die Bomans beschreven heeft. In In de kou vertelt hij dat de communicatie met zijn vader vooral via briefjes ging, die de kinderen door de knecht lieten overhandigen.

Over de gevolgen van zijn opvoeding zegt Bomans:
Het voordeel van een Spartaanse en gevoelsarme opvoeding is dat alles later meevalt en steeds feestelijker wordt, maar het nadeel is ook niet mis. Je houdt je hele leven de trekken van een jongetje dat lief gevonden wil worden. 
Bomans geeft hier een karakterisering van zichzelf die raak is. Bomans was erg populair, maar hij had die populariteit ook nodig. Toen hij teruggeworpen werd op zichzelf, tijdens bijvoorbeeld zijn verblijf op Rottum, bleek hij kwetsbaar.

In de kou eindigt met een hoofdstuk over Anton van Duinkerken, over wie beide heren met bewondering spreken. Hij wordt in dat hoofdstuk getekend als een bourgondiër en een onwankelbaar katholiek met een enorme werklust. Van der Plas zou later een biografie wijden aan 'Toon', die hij goed kende.

Is In de kou de moeite van het lezen nog waard? Alleen als je interesse hebt in de Van der Plas en Bomans en in de tijd van zo'n vijfenveertig jaar geleden. Het is een boek dat nogal gedateerd aandoet, omdat veel zaken waarover de mannen met bezorgdheid spreken nu niet of nauwelijks meer spelen.

De jeugdherinneringen die beiden ophalen zijn anekdotes die je nog met plezier kunt lezen en het boek als geheel geeft een aardig tijdsbeeld. Indertijd moet het een enorm succes geweest zijn: ik las de elfde druk en wellicht heeft het boek meer drukken gekend. Dat is nu nog moeilijk voorstelbaar. Dit boek heeft zijn tijd gehad, denk ik.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen