donderdag 23 februari 2012

Fatsoen

Job Cohen is opgestapt. Verschillende mensen zeiden en schreven dat Cohen ook eigenlijk te fatsoenlijk was voor de Haagse politiek. Daarop duidt ook de cartoon van Jos Collignon die vanochtend in de Volkskrant stond: Collignon tekent daarin Café Den Haag, met allerlei slempende politici en journalisten. Aan de bar drinkt Cohen met geheven pink een kopje thee en zegt: ‘Tijd om op te stappen’. Bij zoveel onfatsoen past Cohen blijkbaar niet.

Over fatsoen hoor je de laatste tijd niet zo heel veel meer, heb ik het idee. Premier Balkenende riep nog wel eens ‘Fatsoen moet je doen’, al bleef het daar dan ook bij. Ook onder zijn leiding bleven directeuren in allerlei sectoren zich schaamteloos verrijken en kregen asielzoekers het steeds moeilijker.

De enigen die het woord ‘fatsoen’ nog wel eens in de mond nemen, zijn de tegenstanders van Geert Wilders, die vinden dat je geen ‘kopvoddentaks’ mag zeggen, een politicus niet ‘bedrijfspoedel’ mag noemen en dat je tegen een premier niet mag zeggen: ‘Doe even normaal, man’.

Misschien werkt het zo wel altijd bij fatsoen: dat is iets waar anderen zich aan moeten houden. Wij zijn er als Nederland ook altijd heel goed in om verontwaardigd te doen over wat er in andere landen gebeurt. De Grieken moeten maar eens gaan bezuinigen en de Chinezen moeten maar eens zorgen dat ze serieus wat aan de mensenrechten gaan doen.

In 1993 kreeg de Duitse regering, 1,2 miljoen kaarten uit Nederland met daarop de tekst ‘Ik ben woedend’. Neo-nazi’s hadden een huis in Solingen aangestoken en daardoor waren er vier leden van een Turks gezin omgekomen. Niet dat de Duitse regering daar iets aan kon doen, maar veel Nederlanders wilden toch hun vinger heffen en ‘Foei!’ roepen.

Blijkbaar vinden wij het prettig om ons druk te maken over gedrag van anderen dat wij niet fatsoenlijk vinden. Strauss-Kahn vinden we een proleet, Berlusconi deugt niet, over Assad hoeven we het al helemaal niet te hebben. Of dichter bij huis: de directeur van Vestia mocht bedrijfsgelden niet gebruiken om mee te gokken, Diederik Stapel had geen onderzoeksgegevens mogen vervalsen, Kees Tulleken had zijn mond moeten houden over de medische situatie van Prins Johan Friso. Dat zal allemaal wel zo zijn, maar hoe fatsoenlijk zijn we in onze verontwaardiging?

Een pedofiel die zijn straf heeft uitgezeten kan nergens wonen, want de mensen staan bij hem in de tuin om te protesteren; de directeur van Het Hofnarretje krijgt doodsbedreigingen; Geert Wilders kan nog steeds niet zonder beveiliging. Misschien deugt er iets niet aan deze mensen, maar de heftigheid van de reactie op hen deugt in ieder geval ook niet.

De spotjes van SIRE kennen we allemaal. De laatste twee zijn: ‘Geef kinderen hun spel terug’ en ‘Handen af van hulpverleners’. We kijken ernaar, we schudden ons hoofd en mopperen over mensen voor wie die spotjes bedoeld zijn. Maar het feit dat die spotjes steeds weer nodig zijn, geeft al aan dat een grote bevolkingsgroep over de schreef gaat en waarom zouden wij daar niet toe behoren?

Omdat wij nu eenmaal weldenkende en dus fatsoenlijke mensen zijn? Was Willem Drees niet ook een respectabel man? Maar hij hield wel het deksel van de doofpot open, toen drie- tot vijfduizend executies weggestopt moesten worden.

Misschien is er op ons niet veel aan te merken. Maar zijn wij niet alleen maar fatsoenlijk omdat wij niet in de gelegenheid waren om ons te buiten te gaan of omdat wij daarvoor de moed niet hadden?

Zijn wij misschien zo verontwaardigd over anderen omdat we iets in hen herkennen? Zouden wij niet stiekem zo’n Strauss-Kahn of Berlusconi willen zijn, die seks heeft met wie en wanneer hem dat uitkomt? Zouden wij niet als Geert Wilders de middelvinger willen opsteken tegen de goede smaak en eruit willen gooien wat in ons opkomt? Zouden wij niet net als Diederik Stapel een beetje willen sjoemelen als ons dat roem opleverde?

Natuurlijk wel. Daarom zijn we zo verontwaardigd, daarom zwaaien we zo met onze vinger. Zo lang we naar anderen kunnen wijzen, hoeven we niet naar onszelf te kijken. We zouden de aanblik niet kunnen verdragen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen