dinsdag 14 februari 2012

De onzichtbare jongen



Van Bernlef heb ik meer dan tien boeken gelezen. Volgens mij ben ik ooit bij De maker (1972) begonnen en toen heb ik via Sneeuw, Meeuwen en noem al die bekende boeken maar op, het werk van Bernlef bijgehouden.

Daarbij heb ik om een of andere duistere reden sommige boeken overgeslagen. Onder ijsbergen heb ik bijvoorbeeld nooit gelezen en Op slot ook niet. Tot voor kort hoorde in dat rijtje ook De onzichtbare jongen, maar aangezien een leerling het op de lijst heeft gezet, moest ik het wel lezen. Gelukkig maar.

De onzichtbare jongen is een geschiedenis van een vriendschap, maar het is meer. De liefde voor exacte waarnemingen, die bij Bernlef vaak terugkomt, vinden we ook in dit boek, evenals het koppel beweging/stilstand.

Bij Bernlefs stijl is iets opmerkelijks aan de hand. Bijna nooit streep ik bij hem zinnen aan die ik mooi vind of treffend of goed gevonden. Maar zijn stijl is wel effectief. Bernlef krijgt het altijd voor elkaar om je mee te laten leven met de hoofdpersoon. Kies maar een boek uit: Publiek geheim, Eclips, Hersenschimmen, Vallende ster (het mooiste wat Bernlef ooit geschreven heeft. Lees dat boekje!) – altijd ga je mee in de empathie waarmee het personage je getoond wordt.

Ook hier. We leven mee met Wouter die een hardloopkampioen lijkt te worden, maar ook met zijn vriend Max, van wie Wouter later zal beweren dat die ‘zo gek als een deur’ is. Max is op zoek naar een soort theorie van het al, hij wil zien hoe ‘de machinerie van het heelal’ in elkaar steekt. Hij doet dat door gedetailleerde windwaarnemingen.

Eerlijk gezegd kwam ik een beetje moeizaam op gang in De onzichtbare jongen, maar dat zal wel aan mij gelegen hebben: veel drukte en vermoeidheid daardoor. Maar toen de Olympische Spelen in Helsinki in zicht kwamen, kreeg het boek mij goed te pakken en daarna liet het mij niet meer los. Ik heb het boek in één zondag uit gelezen.

Ik ben er nog niet helemaal  uit waarom De onzichtbare jongen mij soms aan het werk van K. Schippers deed denken. Misschien omdat Bernlef (ook door de ‘gekte’ van Max en door de geheimzinnige aandoening van Wouter) niet voor het nauwelijks beredeneerbare terugschrikt.

De onzichtbare jongen komt in ieder geval in mijn klassenbibliotheek. Dat boek moet maar eens door meer leerlingen gelezen worden. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen