maandag 20 april 2026

Stakkers en wolven (Lotfi El Hamidi)


In de proloog van Stakkers en wolven schrijft Lotfi El Hamidi:

Dit boek is een antwoord op het oprukkende fascisme en een aanklacht tegen de morele onverschilligheid van het Westen. Het voelt als een herhaling van zetten, maar kennelijk moet het steeds weer gezegd worden, in andere bewoordingen en met nog meer overtuiging. Stug blijven schrijven om terug te duwen. Om voor mezelf te spreken: ik kan niet anders. 

Dat laatste doet denken aan de woorden van Maarten Luther, die hij wellicht nooit zo gezegd heeft, maar die mij wel als schooljongen voor waar werden verteld. 

Dat ik het schooljongetje erbij haal, is niet voor niets. Ik ging in de jaren zestig naar de lagere school en in de jaren zeventig naar de middelbare en in die tijd stond de overgrote meerderheid van de Nederlanders achter Israël. Dat was ook in het buitenland duidelijk. Het leverde ons in 1973 de autoloze zondagen en benzinebonnen op.  

Goed, ik was nog een kind en er zal mij veel ontgaan zijn, maar ik herinner mij niet dat er oog was voor het lot van de Palestijnen. Palestijnen waren alleen in het nieuws als er vliegtuigkapingen waren en voor de rest bekommerde niemand zich om hen. 

Dat is tegenwoordig anders: er zijn grote demonstraties geweest om te protesteren tegen het genocidaal geweld van Israël tegen de Palestijnen. Maar in hoeverre kan het ons echt wat schelen? 

In het licht van Gaza

Op het voorblad van Stakkers en wolven staat 'In het licht van Gaza', een soort ondertitel, die niet voorkomt op de titelpagina. Je zou kunnen zeggen dat wat er gebeurt in Gaza de aanleiding is voor het boek, maar het gaat over meer. Het gaat ook over hoe in Nederland omgegaan is met migranten en over hoe weinig oog er geweest is voor hun perspectief. 

De titel is ontleend aan een column van Gerrit Komrij uit 1989, over de nasleep van de Rushdie-affaire. Komrij, over moslims: 'We hebben ze als stakkers verwend en krijgen ze als wolven terug.' Dat hier een hele bevolkingsgroep generaliserend wordt weggezet, lijkt me duidelijk. Maar op de site Neerlandistiek ontstond een discussie over het al dan niet islamofoob zijn van Komrij. Ook interessant misschien, maar het leidt wel af van wat El Hamidi aan de orde stelt. 

In Nederlandse Tweede Kamer zitten tegenwoordig aardig wat uiterst rechtse partijen en afsplitsingen en wat ze zeggen wordt steeds meer genormaliseerd. Van framende woorden als 'islamisering' en 'instroom' van vluchtelingen wordt niet meer opgekeken en er wordt niet meer tegen geprotesteerd. En we hebben zelfs een kabinet gehad waarin de PVV meedeed. Dat Wilders ooit veroordeeld is voor zijn uitspraak over 'minder Marokkanen' was blijkbaar geen breekpunt. 

El Hamidi haalt naar boven hoe Vincent Karremans de deur naar de PVV openzette en na hem deed Yeşilgöz dat nog eens dik over. 

Illustratief was de uitspraak van de VVD'er Vincent Karremans, toen wethouder van Rotterda, die al vóór de verkiezingen zei geen probleem te zien in een eventuele samenwerking met de PVV. In zee gaan met een notoire Marokkanenhater is voor hem kennelijk een kwestie van 'ik heb zelf heus geen hekel aan Marokkanen, ik heb alleen schijt aan ze'.

Welk signaal geeft dat af aan mensen met een migratieachtergrond? Wat moeten ze doen om ere ooit bij te horen? Eigenlijk is het al raar dat juist zij iets zouden moeten doen. En niet wij, wilde ik schrijven, me daarmee realiserend dat ik al in mijn hoofd twee groepen heb gemaakt: wij en zij. 

El Hamidi:

Wanneer politici en opiniemakers beginnen over 'gewone' Nederlanders, 'hardwerkende' Nederlanders, 'bezorgde' Nederlanders, 'afgehaakte' Nederlanders, Nederlanders die zich zorgen maken 'of Nederland nog wel Nederland blijft', dan weet je meteen welke Nederlander zij voor zich zien. Of misschien moet je het omdraaien: je weet meteen welke Nederlander zij níét voor zich zien. 

Juist de oorlog in Gaza maakt duidelijk hoe principes niet meer mee lijken te spelen, hoe het gaat om politieke belangen en dat het dan blijkbaar niet meer uitmaakt of het ten koste gaat van mensen. El Hamidi herinnert ons aan de tijd die het kostte om te beslissen of doodzieke kinderen uit Gaza hier geholpen zouden kunnen worden. 

Tot mijn schaamte moet ik erkennen, dat ik 'o ja', dacht en ook bij wat El Hamidi schreef over de burgerwachten die grenscontroles uitvoerden. Blijkbaar meen ik de luxe te hebben om dit soort dingen weer te kunnen laten wegzakken in mijn geheugen. Ook dat is misschien een blijk van de morele onverschilligheid. 

Bij de les houden

Stakkers en wolven is een strijdbaar boek. Ergens schrijft El Hamidi dat hij schrijft om mensen bij de les te houden, om te laten zien dat genormaliseerd wordt (en al is) wat niet normaal hoort te zijn. Dat kan als pijnlijk ervaren worden, maar het is wellicht ten diepste een daad van liefde. Van Alphen schreef al: 'Een vriend, die mij mijn feilen toont, / Gestreng bestraft, en nooit verschoont, / Heeft op mijn hart een groot vermogen'.

Goed vind ik ook hoe hij het bombardement van Rotterdam te berde brengt als hij schrijft over een bezoek aan Damascus. Hij zoekt hierbij duidelijk naar de verbinding. Maar veel discussies draaien juist uit op uitsluiting. Over de Dodenherdenking schrijft hij: 

Opeenvolgende generaties kregen de woorden 'nooit meer' mee als ultieme les van de oorlog, als morele opdracht. Maar nu vraagt een nieuwe generatie zich af: als we de doden elders niet herdenken, als we geen parallellen naar het heden mogen trekken, wat is dan het nut van de historische les? Is 'nooit meer' soms een geografisch, om niet te zeggen etnisch, afgebakende boodschap?

El Hamidi roept op tot waakzaamheid en tot bezinning en het zal wel weer tegenspraak en verdachtmakingen opgeroepen hebben. Ik herinner me nog naar wat er tien jaar geleden gebeurde toen Tunahan Kuzu opriep tot waakzaamheid. Daarover schreef ik hier. De reacties op wat hij zei toonden maar al te zeer dat hij gelijk had. De liefdeloosheid (of beter: de haat) was maar al te duidelijk. 

Wie Stakkers en wolven leest, kan er niet de schouders over ophalen, lijkt me. De lezer wordt flink bij de schouders genomen en heen en weer geschud. Juist om die lezer bij de les te houden, juist omdat we iedereen nodig hebben om te bouwen aan een inclusieve samenleving en daarom moeten we alert blijven, ons blijven realiseren wat er gebeurt. In onze maatschappij, maar ook met ons. Zoals Campert al schreef, begint verzet met het stellen van een vraag aan jezelf. Die vragen worden ons ruimschoots gesteld in Stakkers en wolven. Het wordt tijd dat we die ook aan onszelf gaan stellen. 

Lotfi El Hamidi, Stakkers en wolven. Uitg. Pluim, 2026; 160 blz. € 22,99

Op 21 juni 2026 houdt Lotfi El Hamidi een lezing in de Vluchtheuvelkerk in Zetten. Ingang tegenover Bakkerstraat 20. Toegang gratis. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten