dinsdag 14 oktober 2014

Misschien wordt 't morgen beter (Rutger Vahl)


Wie luistert er nog wel eens naar de stem van Cornelis Vreeswijk? In ieder geval is hij wekelijks op de Nederlandse radio te horen. Soms, als ik wakker word voordat de wekker zijn werk doet, hoor ik voorafgaand aan het nieuws van 6 uur het nummer 'Leven en laten leven', dat blijkbaar de eindtune is van een programma.

Toen ik de afgelopen weken enkele keren wat op Facebook postte over deze bard, waren er instemmende reacties. Mensen die zijn werk kenden en nog draaiden. Die bijvoorbeeld zijn Zweedse LP's hadden. Ik denk dat er een bescheiden aantal mensen in Nederland is dat het oeuvre van Vreeswijk koestert.

De liederen van Cornelis Vreeswijk leerde ik ergens in de jaren zeventig kennen, van de radio. 'Bakker de baksteen', 'Veronica', 'De nozem en de non', 'De haan en de hen', 'Jantjes blues', 'De bekommerde socialist' en 'Misschien wordt 't morgen beter' kon ik geheel of gedeeltelijk meezingen en dat heb ik ook enthousiast gedaan. Verder wist ik niet zoveel van de zanger. Nou ja, dat hij bekend was in Zweden.

Ik denk dat ik geen uitzondering ben. Velen zullen 'De nozem en de non' kennen, al is het maar in de uitvoering van Erik van Muiswinkel, en misschien nog een paar nummers. Maar verder? Wie was die Vreeswijk eigenlijk.

Wie dat wil weten, kan nu de biografie lezen die Rutger Vahl van Vreeswijk schreef: Misschien wordt 't morgen beter. Cornelis Vreeswijk. De blues tussen Stockholm en IJmuiden. 

Vahl vertelt ons dat Cornelis Vreeswijk in IJmuiden werd geboren op 8 augustus 1937. Hij maakte er de oorlog mee en groeide er op, tot zijn dertiende. Toen verhuisde het gezin Vreeswijk naar Zweden.

Cornelis maakte zich de Zweedse taal feilloos eigen en begon met het schrijven en zingen van liedjes. Min of meer toevallig kwam hij in de belangstelling van de producer Anders Burman, die hem de gelegenheid gaf enkele nummers op te nemen. Al gauw was Vreeswijk bekend in Zweden.

Vahl legt duidelijk uit hoe Vreeswijk de tijd mee had. Juist toen de bard zijn carrière begon, was er de heropleving van de visa, folkmuziek. Cornelis Vreeswijk vernieuwde deze muziek. Hij gebruikte geen statige luit- of gitaarbegeleiding, maar vermengde de liedjes met jazz, blues en pop. Nog weer later zou hij ook Zuid-Amerikaanse invloeden in zijn muziek laten doorklinken.


De LP's die Vreeswijk uitbracht, waren niet minder dan een sensatie, elke keer weer. Niet alleen door de muziek, maar vooral ook door de teksten, die verder gingen dan men in die tijd in Zweden gewend was. Het Zweedse origineel van 'Jantes blues' mocht bijvoorbeeld niet op de radio gedraaid worden.

Vreeswijk werd in Zweden overigens niet alleen bekend als zanger: hij speelde ook als acteur in films, toneelstukken en een musical. Verder bracht hij enkele dichtbundels uit.

Cornelis Vreeswijk had veel succes, maar problemen waren er ook. Zo strandden enkele huwelijken, had hij schulden (bij de belasting) en kwam hij in de gevangenis (twee keer in een maand gepakt bij het rijden onder invloed, zonder dat hij een rijbewijs had en ook wegens openlijke geweldpleging). Het grootste probleem was de drank, die uiteindelijk ook zijn vroeg dood - hij werd maar vijftig jaar oud - veroorzaakt zal hebben: leverkanker. Veel van wat hem lief was, maakte de drank kapot.

Vreeswijk heeft veel heen en weer gependeld tussen Zweden en Nederland. Hij was in Zweden al een bekendheid toen hij in Nederland zijn eerste hitjes kreeg. Grote klappers, zoals in Zweden, waren het niet. Vaak was de pers behoorlijk kritisch.

Veel van Vreeswijks Nederlandse werk is van mindere kwaliteit dan het Zweedse, schrijft Vahl. Hij kan het weten, want hij beheerst ook het Zweeds. Dat niet alleen - Vahl heeft ook een scherp oordeel. Hij kan liedteksten prima beoordelen en dat doet hij ook.

In Vahl heeft Vreeswijk dan ook een uitstekend biograaf. Vahl is solidair met de zanger, maar hij hemelt hem niet op. Als Vreeswijks zoon Jack in Nederland komt wonen, denkt de zanger dat hij meer aandacht voor zijn zoon zal hebben. Vahl: 'Het waren een beetje hypocriete woorden. In de jaren dat Jack in Nederland woonde, was Cornelis net zo'n afwezige vader als in Zweden.' Het is knap dat Vahl kritisch kan zijn, en tegelijkertijd loyaal blijft.

Vahl maakt een mooie analyse van Vreeswijk: hij is de outsider, de buitenstaander die ergens bij wilde horen, wat hem nooit helemaal lukte. Als het maar even tegenzat, werd hij in Zweden aangesproken op zijn Nederlanderschap en in Nederland kende men hem te weinig. Cornelis Vreeswijk heeft er hard genoeg voor gewerkt. Hij nam in de jaren 1977 tot 1983 maar liefst vijftien LP's op.

In 1987 overleed Vreeswijk. Zijn dood was groot nieuws in Zweden en zijn begrafenis werd rechtstreeks uitgezonden op de Zweedse televisie. In Nederland bleef het vaak bij kleine krantenberichtjes.

Vahls biografie leest als een trein. Hij gebruikt geen voetnoten, maar achterin noemt hij wel zijn bronnen. Er is uitvoerige discografie en bibliografie, een handig register, een lijst met Nederlandse liedjes en hun Zweedse tegenhangers en een lijstje met films waarin Cornelis Vreeswijk speelde. Midden in het boek zit een fraai fotokatern.

Hopelijk wakkert in Nederland de belangstelling voor Cornelis Vreeswijk aan door deze biografie. Er is een Cornelis Vreeswijk Genootschap, op 12 november is er een Cornelis Vreeswijk Festival en er is een roos naar hem genoemd. Dat is mooi. En nu in de platenkast duiken en naar zijn muziek luisteren!

Rutger Vahl, Misschien wordt 't morgen beter. Cornelis Vreeswijk. De blues tussen Stockholm en IJmuiden. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2014; 305 blz. € 29,99.











Geen opmerkingen:

Een reactie posten