zondag 5 oktober 2014

Ward Ruyslinck (1929 - 2014) overleden


Ward Ruyslinck is overleden. Ik raapte heb bericht gisteren op op de site van het Parool. Later kwma ik het ook elders tegen.

Toen ik 'Ward Ruyslinck' zei tegen de hond van Pavlov, blafte hij: Wierook en tranen. Dat had ik al verwacht. Er zullen mensen zijn die denken dat het het enige boek is dat Ruyslinck geschreven heeft. In zijn beknoptheid is Wierook en tranen een mooi boekje over twee kinderen die voor het oorlogsgeweld vluchten, maar er niet aan kunnen ontkomen. Het jongetje, Waldo, vindt oorlog in het begin van het boek nog spannend, aan het eind resten alleen de tranen: oorlog is alleen maar ellende.

Toch was het niet het eerste boek dat ik van Ruyslinck las. Bij dit soort uitspraken moet ik natuurlijk altijd een voorbehoud maken: als ik het mij goed herinner. Het geheugen is onbetrouwbaar, maar ik gebruik het toch maar als leidraad.

Het eerste boek dat ik van Ruyslinck las en zelfs kocht, was De ontaarde slapers, het eerste boek ook waarmee Ruyslinck een wat groter publiek bereikte. Het kwam uit in 1957 bij uitgeverij Manteau. Daarvoor had Ruyslinck poëzie gepubliceerd bij uitgeverijen waarvan zelfs de naam intussen vergeten is: De galerij der jongeren en Die Poorte.

De ontaarde slapers is een dun boekje over twee mensen die de hele dag op bed liggen. Als ze toch opstaan en hun huis verlaten, gaat het fout. In mijn herinnering is het een aardig boekje, sober geschreven. Het woord 'mycoloog' heb ik voor het eerst in De ontaarde slapers gelezen. Ik heb het boekje nog, maar niet hier. Het staat in het bibliotheekje in mijn leskamer. Het wordt nooit door leerlingen geleend.

Wierook en tranen verscheen in 1958, het was Ruyslincks tweede roman en het was meteen raak. Toen ik een jaar of vijftien later boeken voor de lijst moest lezen, was Ruyslincks boek al een klassieker. Volgens mij heb ik het nog wat later gelezen, toen ik tegen de twintig liep. Ik las toen alles waarvan ik dacht dat het iets voorstelde in de literatuur, Jos Vandeloo, Hubert Lampo, Johan Daisne, om me maar te beperken tot de Vlamingen en dus ook Wierook en tranen.

Zoals gezegd: een heel aardig boek. Het wordt af en toe nog door leerlingen gelezen, die het ook wel aardig vinden. Ik denk dat het vooral aanspreekt doordat een kind de hoofdpersoon is. Wij kunnen ons allemaal met Waldo identificeren. We weten dat hij in het begin te gemakkelijk over de oorlog denkt en aan het eind van het boek krijgen we gelijk. En we hebben natuurlijk medelijden met Waldo, die eerst zijn ouders moet verliezen en daarna moet zien hoe zijn buurmeisje Vera te pakken genomen wordt.

Het volgende boek dat ik las zal de verhalenbundel De oeroude vijver (1966) geweest zijn. Vreemd genoeg komt het niet voor in de bibliografie op Wikipedia en zelfs niet op een site die geheel gewijd is aan de schrijver. Toch is de bundel succesvol geweest: er zijn minstens tien drukken van verschenen. Later werden de verhalen in één band uitgebracht met de verhalen uit De stille zomer (1962), Verwarrend genoeg kreeg ook die de titel De stille zomer.

De oeroude vijver las ik als Bulkboek. Ik weet nog dat ik het boekje bij me had aan het eind van een zondagmiddag, toen ik meeging om de koeien te melken. Dat deed ik in die tijd alleen in het weekend. De koeien liepen op de uiterwaarde. Het stuk weiland heette de 'de koewei', bij de kolk, waaromheen hoge bomen stonden. De koeien werden machinaal gemolken. In de tussentijd las ik enkele verhalen van Ruyslinck. Als ik wat moest doen met de melkmachine, rolde ik het bulkboek op en greep in. Daarna las ik verder.

Die verhalen vond ik eigenlijk best goed. Daarom heb ik daarna nog enkele boeken van Ruyslinck gelezen: Het reservaat (1964) en De heksenkring (1972). Het reservaat is een prachtig boek; het staat mij nog steeds bij. Het is een toekomstboek, dat een maatschappij laat zien waarin alles gericht is op nut en voordeel. Er is een docent die daar niet aan mee wil doen. Volgens mij speelt hij viool. Er is ook nog een leerlinge -ze schrijft gedichten- die ook niet voldoet aan de eisen die de nieuwe maatschappij stelt. Deze subversieve elementen zijn niet veilig in de maatschappij waarin ze leven. Ze vluchten, omdat ze opgepakt dreigen te worden. Dat kan natuurlijk niet goed gaan. De leraar komt als 'homo mollis' terecht in een reservaat.

Ook De heksenkring is een goed boek, al staat het me iets minder goed bij. Het speelt zich af in een land dat ik mij herinner als Zuid-Amerikaans. De hoofdpersoon is een priester die begaan is met het lot van de verschoppelingen om hem heen. Ook hij moet optornen tegen autoriteiten.

In de tijd dat ik de ontwikkelingen in de Nederlandse literatuur wat meer structureel ging volgen, (zo rond 1980) verschenen er twee boeken van Ruyslinck: Alle verhalen (1979) en Wurgtechnieken (1980). De titel van dat laatste boek is in ieder geval goed. Maar de reacties waren gemengd. Ik heb het niet gekocht, niet gelezen.

Pas in 1987 las ik weer een boek van hem: Stille waters. Mijn boekhandelaar in Zetten had me al eerder een voorpublicatie meegegeven en blijkbaar had die mij nieuwsgierig gemaakt. Stille waters  is in hoge mate autobiografisch. Van het boek is nauwelijks iets bij mij blijven hangen. Ik herinner het mij als een aardig, maar toch wat tegenvallend boek.

In 1992 las ik nog eenmaal een boek Ruyslinck: De speeltuin, een verschrikkelijk boek. Hij schreef het boek met Monika Le Gascio, zijn nieuwe geliefde. Het is een brievenboek, dat gaat over hun relatie. Ruyslinck knoopte die relatie aan op het moment dat hij nog getrouwd was. Niet lang daarna pleegde zijn vrouw zelfmoord. Het zou gemeen zijn om een verband tussen die twee gebeurtenissen te veronderstellen, maar de gedachte dringt zich toch op.

De speeltuin is vooral een slecht boek. Veel te klef, te weinig afstand, te weinig literatuur. Zo gaat dat, blijkbaar. Het boek dat Renate Rubinstein schreef over haar relatie met Carmiggelt was ook niet haar beste boek, maar het was tenminste nog leesbaar.

Later sprak Ruyslinck, onder meer over dit boek, in een vijf uur durend marathoninterview. Ik heb dat indertijd gehoord. Ik heb dat jaren later nog een keer beluisterd. Naar aanleiding daarvan dacht ik dat ik misschien De uilen van Minerva (1985) een keer zou moeten lezen. Het dal van Hinnom (1961) stond al langer op mijn lijstje, alleen al vanwege de titel. Zo vind ik ook al jaren dat ik En joeg de vossen door het staande koren, van Siebelink zou moeten lezen. Ook alleen maar vanwege de titel.  Het zal er wel niet van komen.

Uit dat marathoninterview komt Ruyslinck naar voren als een vervelende man. IJdel, maar dat zullen meer schrijvers zijn, en vooral ook klagerig: hij heeft schitterende boeken geschreven, maar hij krijgt daarvoor niet de waardering, vindt de schrijver. Ik denk dat Ruyslinck in de jaren zestig en de eerste helft van de jaren zeventig inderdaad een stel goede boeken heeft geschreven. Daarna was het allemaal een stuk minder. De critici prezen hem niet meer, het publiek kocht zijn werk niet meer. Het kwam niet bij Ruyslinck op dat dat aan de kwaliteit van zijn werk zou kunnen liggen. Hij was in die jaren zuurder en zuurder geworden.

Anne, wiens achternaam ik zo gauw niet kan achterhalen, beluisterde ooit het interview en schreef er een recensie over. Een citaat:
Niet alleen komt Ruyslinck uit de verf als een wat angstvallige en tegelijk rancuneuze, kleine man en Van den Boogaard kan voelbaar slecht met hem uit de voeten. Op veel momenten is dat ook wederzijds, dan is Van den Boogaard te ongeduldig en te cynisch voor het timide type tegenover hem. Als het niet om Ruyslinck de beroemde schrijver ging, maar een willekeurige Vlaming van de straat geplukt, dan zou je zeggen: dan moet je ook al die saaiheid en kleinzielige woedes verwachten. En waar hij zichzelf als goddeloze mysticus probeert af te schilderen, of militante pacifist of meer van dat soort gedragen paradoxen, kwam hij op mij meer over als de muizige burgerman die toevallig een literair talent heeft.
Hoe Ruyslinck de jaren na het interview heeft doorgebracht, weet ik niet. Hij heeft in 1999 zijn laatste boek gepubliceerd, Traumachia. Ik heb het nooit in de winkel zien liggen, ik heb er nooit over gelezen, ik heb nooit iemand ontmoet die het gelezen heeft (en daarover vertelde). De vijftien jaren daarna is er niets meer verschenen. Hopelijk heeft Ruyslinck daar een beetje vrede mee gehad en heeft hij niet vijftien jaar zitten mokken over onderwaardering.

Ruyslinck heeft enkele boeken geschreven die het verdienen om gelezen, onthouden, herlezen te worden. Ik ben ervan overtuigd dat Het reservaat en De heksenkring nog altijd lezers kunnen boeien. Daarnaast heeft Ruyslinck veel boeken geschreven die dat niveau bij lange na niet halen en boeken die niemand ooit gelezen heeft. Heeft iemand ooit gehoord van titels als Op toernee met Leopold Sontag (1978), De boze droom het medeleven (1982), Hunkerend gevangen (1988)?

Laten we ons Ruyslinck herinneren als de schrijver van enkele prachtboeken. De rest vergeten we. Dat zal ons geen moeite kosten. 

(Een foto van Ruyslinck die rechtenvrij gepubliceerd kon worden, kon ik niet vinden. Eerlijkefoto.nl heeft er ook geen. Daarom heb ik maar gekozen voor de voorkant van een boek. Dat heb ik overigens niet gelezen.)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen