dinsdag 10 juni 2014

De schilder en het meisje


Het kwam er niet van, de laatste tijd. Niet van schrijven en zelfs niet van lezen. Er woelde van alles wat mij niet de tijd en in ieder geval niet de rust gaf om daarmee bezig te zijn. Intussen is de storm een beetje gaan liggen. Er is weer tijd om te lezen.

Wel heeft de drukte ervoor gezorgd dat ik drie weken (misschien wel vier), heb gedaan over het lezen van De schilder en het meisje van Margriet de Moor. Dat is eigenlijk niet goed voor een boek. Dat ik desondanks van het lezen genoten heb, pleit voor deze roman.

De titel lijkt me een knipoog naar De dood en het meisje, van Schubert. Het is een lied waarin de dood het meisje lokt. Later schreef Schubert nog een strijkkwartet op dit gegeven. Filmliefhebbers kennen wellicht Death and the maiden, een film van Roman Polanski.

In de titel van Margriet de Moor resoneert al heel wat dood mee. Ook in het boek is de dood de bastoon onder het verhaal. De meesten zullen intussen (het boek verscheen in 2011) weten waarover De schilder en het meisje gaat. De schilder is Rembrandt, het meisje Elsje Christiaens. Ze werd ter dood veroordeeld en nadat ze terechtgesteld was tekende Rembrandt haar.

De tekening vond ik op de site van het Metropolitan Museum of Art in New York. Het is maar een klein dingetje: 17 bij 9 cm, maar het is gruwelijk mooi.

In het boek van De Moor volgen we zowel Rembrandt als Elsje. We lopen achter Rembrandt aan op de dag van de terechtstelling, waar hij niet zelf naar gaat kijken. Hij zal achteraf een verslag krijgen van zijn zoon Titus.

In het leven van Rembrandt is de dood dan al nadrukkelijk aanwezig. De stad zucht onder pest en zijn vrouw is er ook aan bezweken. Het is een scene die we ook kennen uit Rembrandt van Typex, een prachtige graphic novel, die bekroond werd met een penning van het Stripschap. Ik besteedde er hier aandacht aan. Op de bladzijde die ik als illustratie toevoegde, zien we Rembrandts tekening van Elsje. We zien ook hoe hij naar het eiland roeit waar ze als afschrikwekkend voorbeeld moet blijven hangen. Het zou me niet verbazen als Typex het boek van Margriet de Moor heeft gelezen.

Elsje komt uit Denemarken. In het eerste hoofdstuk zien we hoe ze probeert te ontkomen aan haar belagers. Het zal haar niet baten; ze wordt gepakt en moet voorkomen. In de volgende hoofdstukken krijgen we haar voorgeschiedenis: de reis die ze onderneemt van Denemarken naar Amsterdam, haar stiefzus achterna, en hoe ze zich probeert te redden in de stad.

Margriet de Moor heeft gekozen voor een verteller die weliswaar ter plaatse is, maar die ook zicht heeft op alles wat er nog gaat gebeuren. Hij vertelt alsof hij aanwezig is bij de gebeurtenissen, maar hij richt zijn verhaal tot hedendaagse lezers en vertelt soms over zaken uit de tijd tussen die van Rembrandt en die van ons. Hij kan daarom ook putten uit het heden of uit een nabijer verleden. Zo kan hij Vincent van Gogh commentaar laten op geven op Rembrandts Het Joodse Bruidje:
Er is niets wat kunstenaars belet, zeker geen futiliteiten als plaats of tijd, zich met elkaar te onderhouden. 
Soms werkt dat goed, soms stoorde het mij. 'Ik heb gehoord dat hij een schip met een wijd laadruim heeft gecharterd,' laat De Moor een personage zeggen. Ik heb het idee dat het woord 'charteren' van vrij recente datum is en dat iemand uit de zeventiende dat nooit gebruikt kan hebben.

Als Van Gogh iets zegt over een schilderij van Rembrandt, vind ik dat wel mooi, maar in veel andere gevallen voegt het gehannes met de tijd voor mijn gevoel te weinig toe. Ach ja.

Eigenlijk wil ik er niet al te veel over zeuren, want De Moor heeft een goed boek geschreven, met een prachtig laatste hoofdstuk. Daarin zien we hoe Rembrandt schetsen van Elsje maakt. De aandacht waarmee hij haar observeert, grenst aan liefde. Dat is terug te zien in de intieme tekening, die na eeuwen nog steeds weet te ontroeren.

De Moor besluit met:
De schilder mengt inkt met een beetje water. Hij kijkt voor de zoveelste keer naar het meisje en buigt zich over het papier op de tekenplank. Met een plat penseel geeft hij de plooien om Elsjes buik en benen, de onderkant van haar arm en de zijkant van haar gezicht voorzichtig, spelend met licht en donker, volume.
Dat vind ik dan weer geen slotzin: geen krachtig slotakkoord en ook geen leegte die ons nog even laat nadenken. Een terloops slot, alsof het boek per ongeluk afgelopen is. Bij mij werkte dat niet.

Het maakt niet uit: het bederft het boek niet. Ik zal het mij herinneren als een mooi boek, zoals ik er meer gelezen heb van Margriet de Moor. Haar eerste drie boeken heb ik gelezen: Op de rug gezien, Dubbelportret, Eerst grijs, dan wit, dan blauw. Het was begin jaren negentig. Ik wilde voor Dietsche Warande & Belfort een serie interviews maken met schrijver die toen aan het begin van hun carrière stonden: Marcel Möring, Nelleke Noordervliet, Margriet de Moor, Atte Jongstra.

De interviews met de eerste twee heb ik gemaakt, maar DWB kreeg net een nieuwe redactie, die vond dat interviews niet pasten in het tijdschrift. Gelukkig kreeg Möring de AKO-prijs, zodat ik het interview met hem kon verkopen aan De Gelderlander. Het interview met Noordervliet kwam in een la terecht, daarna in een doos en intussen zal het wel onvindbaar zijn. De Moor wilde niet meewerken.

In de jaren daarna heb ik De Moor niet op de voet gevolgd: De virtuoos (1993) kreeg ik cadeau, maar toen ik krap bij kas zat, heb ik het verkocht. Jaren later heb ik het opnieuw aangeschaft, maar ik heb het nooit gelezen. Ook andere boeken van De Moor liet ik ongelezen. Wel las ik De verdronkene, omdat ik het in een bibliotheek zag. Het boek was toen al twee jaar uit. Het was prachtig.

Nog nooit las ik een slecht boek van Margriet de Moor en toch ren ik niet naar de boekhandel als er weer een boek van haar uit is. Ik snap er niets van, maar het is zo. Misschien moet ik toch maar een paar boeken van haar op het stapeltje leggen dat ik in de vakantie wil lezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen