zaterdag 29 maart 2014

De bakker (Aan de deur 8)

1960 Bron: bakkerijmuseum.nl

Voor veel dingen ben ik te oud, maar voor sommige net niet oud genoeg. Zo heb ik het niet meer meegemaakt dat de bakker met de bakfiets langs de deuren ging of met een mand voor op zijn tansportfiets. Mijn vader wel. Hij bracht zijn jeugd door aan het andere eind van het Loenense bos, waar nu de landwinkel De grote Doorn is.

De bakker kwam op zijn fiets door het bos, met de mand voorop, vertelde mijn vader. Vooral in de winter was dat geen pretje. Soms, bij sneeuw en gladheid, ging hij onderuit en dan waren al zijn beschuiten gebroken. Die kapotte beschuiten werden 'bakkersverdriet' genoemd. Mijn oma kocht ze voor een zacht prijsje.

Mijn vader kan ik naar de details niet meer vragen. Mijn moeder vermoedde dat het hier ging om Frentz, de bakker uit de Lechstraat in Herveld. Eerlijk gezegd wist ik niet dat daar een bakkerij geweest was, maar ouderen zullen het zich wellicht herinneren.

De eerste bakker die ik mij herinner, was Van Drempt; hij kwam bij ons toen we aan de Merkenhorststraat woonden. Ik herinner mij hem als een grote man, maar misschien komt dat doordat ik zelf nog zo klein was. Toen wij in 1969 naar de Schoolstraat verhuisden, kwam er een andere bakker, Huib Weernekers. Waarom Van Drempt niet meeging naar de Schoolstraat, weet ik niet. Bestond zijn bakkerij intussen niet meer? Waren er 'rayons' en viel de Schoolstraat net binnen het gebied van Weernekers? Als iemand het weet, laat hij het dan vertellen.
De jonge Huib Weernekers


Weernekers herinner ik me als een vriendelijke man. Ik heb nooit een kwaad woord over hem horen zeggen door mijn moeder. Hoe vaak hij kwam, weet ik niet precies, maar ik vermoed twee keer per week: halverwege de week en op zaterdag. Op zaterdag kocht mijn moeder niet alleen wit- en bruinbrood, maar ook een krentenbrood. In het weekend hadden we roomboter en we aten het krentenbrood met roomboter en suiker.

Als ik mij goed herinner, zat het krentenbrood in een plastic zak, die met een metalen clipje werd afgesloten. Het andere brood zat nooit in een zak. Als het aangesneden was, legde mijn moeder het in de broodtrommel, op de plank bovenaan de keldertrap.

De familie Weernekers in de vernieuwde zaak
Een enkele keer moesten we brood halen, bij de kruidenier. Als het witbrood was, moest het melkbrood zijn en geen waterbrood. Onder op het brood was een ouweltje meegebakken. Volgens mij stond er alleen maar 'melk' op. Het brood was ongesneden. Er werd toen (eind jaren zestig, begin jaren zeventig) ook al wel gesneden brood gekocht. Mijn moeder noemde dat 'luiewijvenbrood'. Haar voornaamste bezwaar was overigens dat de sneden veel te dun waren, zodat het te veel beleg kostte.

's Ochtends en 's avonds aten we brood, 'tussen de middag' warm. Meestal gebruikten we de broodmaaltijd gezamenlijk, maar soms kon het niet, omdat mijn vader 'achter' was of ergens anders aan het werk was. Als we met zijn allen waren, sneed mijn vader het brood, met een gekarteld mes, dat wij ook wel de broodzaag noemden, op een plank die mijn opa (van moeders kant) zelf gemaakt had. Mijn ouders kregen die toen ze gingen trouwen. Ik vermoed dat mijn moeder de onverwoestbare plank nog steeds heeft.

Marinus, Herman, Teunis, Carolien, die toen nog Lientje heette
Mijn oma van moeders kant vertelde ons dat zij vroeger het brood niet op een plank sneed. Ze klemde het brood tegen haar borst en sneed het dan. Ik wilde schrijven dat ik bij haar nooit brood gegeten had, maar er is een foto waarop ik in het huis van opa en oma (met broertje, neefje en zusje) op de bank een boterham zit te eten. Bij mijn oma kon meer dan thuis. Wij moesten thuis tijdens de broodmaaltijd altijd wel aan tafel zitten.  Als ik bij mijn grootouders logeerde, ontbeet mijn oma sober: met droge beschuit en thee. Voor mij maakte ze dan beschuiten met roomboter en suiker. Geen brood, volgens mij.

Mijn andere oma had King Corn, voorverpakt brood, wat toen iets nieuws was. Op de radio hoorden we reclamespotjes over een jongetje dat bij Japie zijn moeder ging eten, omdat die lekker King Corn had. Ik herinner me ook de slogan nog: King Corn - Het enige wat je weggooit is de verpakking. Het reclamefilmpje staat onderaan deze bijdrage. Ik vond het brood wel lekker, geloof ik. Ik at vooral graag bij mijn oma omdat ik bij haar 'enkele sneden' mocht eten. Thuis moesten wij altijd een 'dubbele' nemen: een bruine op een witte snee. Daarom aten wij altijd een oneven aantal, zodat de laatste boterham wel enkel kon.

Winkelinterieur Weernekers
Ons brood kwam dus van Weernekers. Hij kwam met een busje, laadde zijn mand vol, nam die voor zijn buik en kwam dan binnen. Net als de kruidenier had hij een geldtas om.

De bakkerij van Weernekers groeide uit tot een kruidenierszaak, die weer uitgroeide tot een supermarkt. Voor zover ik weet, heeft Weernekers bij ons nooit boodschappen gebracht. Tot hoe lang hij het bezorgen heeft volgehouden, weet ik niet. Later haalden we in zijn supermarkt de boodschappen. We zullen toen ook wel meteen het brood hebben meegenomen.

Later, toen ik het huis al uit was, kwam Jongeneel met zijn SRV-wagen nog langs de deur. Geen idee wat mijn moeder kocht. Ik vermoed dat ze alleen die dingen kocht die ze bij het boodschappen doen was vergeten. Misschien zat daar ook wel eens een brood tussen. Melkbrood, uiteraard.

Weernekers begon zijn bakkerij al in het begin van de twintigste eeuw

De bakkerij van Weernekers, uitgegroeid tot supermarkt. 

Veel foto's heb ik geoogst van de Facebookpagina Oud Herveld-Andelst, die de foto's aangeleverd kreeg door Huib Weernekers. Hieronder nog een foto van een bakkerij elders in het land. 




Geen opmerkingen:

Een reactie posten