dinsdag 4 juni 2013

Passage - Gerrit Achterberg (Knipoog 24)



Ach, Gerrit Achterberg, held van mijn jeugd. Ik kocht tegelijkertijd de bloemlezingen Voorbij de laatste stad, van Achterberg, en Lees maar, er staat niet wat er staat van Nijhoff. Een jaar of zestien zal ik geweest zijn. In het boekje van Nijhoff kan ik het nog nakijken, als ik het er tenminste voor in heb geschreven. In dat van Achterberg niet meer. Uitgeleend en nooit meer teruggekregen. Ik weet niet meer aan en van wie.

Achterberg heeft een binnenzak vol onsterfelijke gedichten geschreven en in die gedichten weer een stel onsterfelijke regels, die iedereen kent. 'Mijn moeder is een grijze vrijdagmorgen' bijvoorbeeld of  'en de hoop is een krijtwit kind, dat lacht / tegen den roover, die het slacht' of 'Symbolen worden tot cymbalen / in de ure des doods'. En ook: 'Den Haag, je tikt er tegen en het zingt'.

Die regel komt uit het sonnet 'Passage', terug te vinden in de reeks 'Ode aan Den Haag', waarbij Achterberg overigens 'er tegen', als twee woorden dus, schreef.

Passage
Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.
Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.
Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.
Je kunt natuurlijk overal tegen tikken met het zingen ervan tot gevolg. Toch vind ik bij Goegje voornamelijk het letterlijke citaat van Achterberg. Vanmorgen las ik in De Volkskrant een variant.

Arjan Peters besprak onder de titel 'Tante Tiny met de boze tong' de nieuwe roman van A.F.Th. van der Heijden, De helleveeg. Hij eindigde die bespreking met een alinea die bestaat uit één zin:
Het geheugen van Adri van der Heijden: hij tikt er tegen en het zingt.
Daarmee knipoogt Peters naar Achterberg, wat hij nog eens benadrukt door zich niet aan de geldende spellingregels te houden en 'er tegen' te schrijven in plaats van 'ertegen'. Een opmaakredacteur vond het blijkbaar een mooie zin en plaatste hem op de voorpagina van de krant. Maar nu wel met 'ertegen'. Erg is dat niet. Iedereen herkent Achterberg.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen