maandag 3 juni 2013

Het eerste gedicht


Het is alweer een tijdje geleden dat ik een goed boek over poëzie las. Waarom ik sommige boeken wel lees en andere niet, is voor mij niet altijd duidelijk. Het ene boek komt op je weg, het andere niet; soms staat je pet naar een boek, dan weer niet. Het komt ook voor dat ik maandenlang geen pindakaas op mijn brood doe, hoewel ik pindakaas best lekker vind.

Ik herinner me heerlijke boeken over poëzie. Met veel plezier denk ik terug aan bijvoorbeeld Kopland, die fraai wist te schrijven over eigen en andermans poëzie. Niet dat ik die boeken nog herlees, maar ik knik goedkeurend als ik ze in de kast zie staan: Het mechaniek van de ontroering, Mooi, maar dat is het woord niet, Jonge sla in het oosten. En Herman de Coninck natuurlijk: Over Marieke van de bakker. Ik las indertijd ook De vliegende keeper en Intimiteit onder de melkweg.

Eigenlijk zou ik even naar mijn boekenkasten moeten lopen. Daarin staat vast nog wel wat van bijvoorbeeld Hugo Brems of Guus Middag. In ieder geval staat daarin van Wiel Kusters De geheimen van wikke en dille, waarvan ik indertijd zeer genoten heb en het dunnere Raad van alfabet. Van Benno Barnard herinner ik met Tijdverdrijf voor enkle fijne luiden. Ik vermoed dat hij het daarin alleen over poëzie heeft, maar eerlijk gezegd weet ik dat niet meer zeker.

De laatste tien jaren is er weinig gekomen van het lezen van dat soort boeken. Maar nu heb ik Het eerste gedicht van Chrétien Breukers gelezen. Het grootste deel van het boek bestaat uit leesverslagen: Breukers boog zich over openingsgedichten van poëziebundels en keek eens hoever hij door kon dringen in die gedichten.

Elk leesverslag begint, na een korte inleiding, met het gedicht dat behandeld wordt. Dat nodigt uit om het gedicht enkele keren te lezen en eens te kijken wat je er zelf uit kunt halen. Zo werkte het bij mij, tenminste. Daarna kun je volgen hoe Breukers het gedicht te lijf gaat.

Hij neemt je mee op zijn tocht door het gedicht, laat zien waar hij vastloopt, wat zijn aarzelingen zijn, waar hij twijfelt over de afslag die hij moet nemen. Maar ook hoe hij in enkele regels meteen de kern van het gedicht raakt.

Zijn associaties laat Breukers vaak de vrije loop. Ook speculaties gaat hij niet uit de weg. Dat maakt zijn leesverslagen avontuurlijk. Wel hobbelt hij soms snel over wat er letterlijk staat. Geert van Istendael schrijft bijvoorbeeld in het gedicht 'Ladder': 'Hij weet hoe kruinen waggelen en zuchten / hij brengt de ogen tot hoog overzicht, / hij brengt het hoofd tot in de wolkenluchten'. De meest voor de hand liggende uitleg is dat de 'hij' de ladder is, maar Breukers maakt er meteen een jacobsladder van en dan komt er ook al snel een god/God het gedicht binnen stiefelen.

Aan het begin van het boek staat een inleidend artikel, waarin Breukers ons vertelt dat de markt voor de poëzie dood is. Hij besluit  het boek ook met een stel artikelen. Daarin komt Gerrit Komrij nogal eens langs. Best aardig, hoor, maar van mij hadden ze niet gehoeven. Het draait toch om die leesverslagen.

Een inleiding had ik wel gewild, maar dan eentje waarin Breukers uitlegt wat zijn methode is. Dat moeten we nu uit de stukjes zelf halen. Breukers wil bijvoorbeeld niets opzoeken op internet of in boeken, maar hij vertelt niet waarom. Een deugdelijke inhoudsopgave had ook niet misstaan.

Het is gemakkelijk genoeg om iets miezerigs over Het eerste gedicht op te schrijven of om uitgebreid in discussie te gaan over de juiste interpretatie van een gedicht, maar dat doe ik niet. Uit de leesverslagen blijkt vooral de liefde van Breukers voor de poëzie. Ook gedichten van dichters die minder in zijn straatje passen, leest hij aandachtig. Dat werkte bij mij aanstekelijk. Ook vind ik het prettig dat Breukers niet terugschrikt voor een oordeel en uitlegt waarom hij niet alle gedichten kan waarderen of wat er zwak is binnen een gedicht.

Mogelijk maakt Het eerste gedicht bij sommige lezers de liefde voor poëzie wakker en anders houdt de bundel bij anderen wel het vuur brandend. Het zou zomaar kunnen zijn dat mensen op grond van dit boek toch een paar dichtbundels gaan kopen. Het lijkt me niet alleen gewenst, maar ook gepast. Hup dus, naar de boekhandel! Eerst Breukers' boek kopen en daarna een paar gedichtenbundels.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen