zaterdag 17 november 2012

Een land met gesloten deuren



Vorig jaar was het honderd jaar geleden dat Tjalie Robinson geboren werd. Hij heette eigenlijk Jan Boon en schreef ook wel onder het pseudoniem Jan Boon. Eerlijk gezegd was het jubileum me ontgaan, al is er best wat aandacht aan besteed: er kwam een expositie in het Letterkundig Museum, er verscheen een bundel met 'kronieken over het vooroorlogse leven in de Indische archipel' en een soortgelijke bundel met stukken over Nederland van na de oorlog, Een land met gesloten deuren. Dat laatste boek verscheen in een bibliofiele uitgave bij de Statenhofpers. Nu is het voor een groter publiek beschikbaar gekomen, bij In de Knipscheer.

Nooit iets gelezen van die Robinson, ook zijn biografie niet, die in 2008 verscheen, geschreven door Wim Willems, wiens naam elke keer opduikt als het over Tjalie Robinson gaat. Blijkbaar heeft hij het tot zijn levenswerk gemaakt om het stof van het werk van deze auteur te kloppen.

De stukken die opgenomen zijn in Een land met gesloten deuren zijn krantenstukken. Uit welke krant en van wanneer: de verantwoording is er onduidelijk over. We komen te weten dat deze bundel een vervolg is op een bundel met opstellen die gepubliceerd werden in De nieuwsgier. Als we het precies willen weten, moeten we maar naar de site over  vijf eeuwen migratie, waar voor mij, ook na langdurig zoeken, de bron van de krantenstukken niet te vinden is. Het was een kleine moeite geweest, neem ik aan, om de verantwoording netjes compleet te maken in het boek zelf.

Wim Willems heeft de verhalen 'licht' geredigeerd: taalfouten verbeterd, spelling gemoderniseerd, storende herhalingen weggehaald. 'Verder is af en toe de titel boven een stuk veranderd'. Welke titels dat zijn: ook hierover zwijgt de Verantwoording.  Alle vreemde woorden zijn cursief gedrukt, met tussen haakjes de vertaling erachter en dat is handig.

Tjalie Robinson lezen is overigens een genoegen. Hij blijkt een scherp waarnemer te zijn, die schrijft in een prettige stijl. In een van de stukken schrijft hij, 'Ik geef mezelf, goed en slecht. Ik registreer mijn gevoelen, dat is alles.' Helemaal waar is dat niet. Robinson registreert vooral wat er om hem een gebeurt en wat hij daarover denkt.

Hij ziet dat hij zich beweegt in 'een zwaar geordend land', waar hij zich niet alleen maar prettig voelt. Door zijn rol als buitenstaander ziet hij dingen die de andere Nederlanders niet meer opvallen, zoals de alomtegenwoordigheid van de godsdienst in het leven van de jaren vijftig:
De radio spuit doorlopend christelijke lezingen, gesprekken, muziek en leringen. De preektoon leeft letterlijk in elke huiskamer Misschien merkt de Nederlander het zelf niet, maar als nieuweling constateer je een soort wedijver in christelijkheid tussen protestanten en katholieken.
Progressief vond hij Nederland bepaald niet. Wie dat in Indonesië vertelt, schept op of vertelt leugens, vond hij.
De Hollander is zelfs nogal conservatief, maar alleen waar het ideeën betreft. Elke moderne praktische uitvinding echter vindt zeer snel toepassing in het sociale leven. Zo maakt in het huishouden de Italiaanse koffiefilter, de wasmachine, het nieuwste en sneltste zeeppreparaat (om snel de vaat te doen), de modernste stofzuiger zelfbewust zijn intrede. Alle dingen die betekenen: opschieten, tijd besparen zijn lakoe (gewild) in Holland.
De Hollanders in Nederland behoren tot een ander slag mensen dan de Hollanders in Indonesië. Het zijn vooral de flinkerds die de grote oversteek wagen, dacht Robinson. Ook leken de Hollanders overzee fatsoenlijker dan die in Nederland. En daar waren ze ook gastvrijer en ongedwongener dan hier.
(...) Indonesië betekent: de open deur. En nou is die deur dicht. Sajang kané (afscheidsgevoel bij iets dierbaars). Dat het in Holland niet zo is, is geen Hollandse ondeugd, maar een gevolg van zijn levensgewoonte. Hij woont in een dicht huis, waar je moet aanbellen om binnen te komen. En hij kan denken: laat maar bellen, als hij van je bezoek niet gediend is. In Indonesië is je deur altijd open. En je etenskast en je frigidaire. 
Robinson is kritisch, maar ook mild. Hij signaleert, hij ergert zich, maakt zich soms kwaad, maar hij probeert ook te achterhalen hoe het komt dat Nederlanders zich gedragen zoals ze doen en heeft daar vaak begrip voor.
Hij is geen kwaje jongen, de Hollander. Hij is alleen maar onontwikkeld in Indische zaken en ongelooflijk eigenwijs in de zin van: zijn wijsheid geldt voor alle andere mensen van de wereld. 
Veel van Robinsons observaties gelden nog steeds, vrees ik. Niet alleen bovenstaande, maar misschien ook wel deze:
De gemiddelde Nederlander is een verwoed schelder op Amerikaanse gewoonten en tegelijk een imitator van alles wat uit die gekke US komt.
Ik vond het heerlijk om dit boek van Robinson te lezen. Frisse observaties, levendig opgeschreven. Zijn stukken roepen een wereld op die voorbij is, maar daarin bewegen zich Nederlanders die waarschijnlijk niet zo heel erg veranderd zijn. En Tjalie Robinson laat ons dat zien.

Tjalie Robinson overleed in 1974. Zijn werk leeft nog altijd.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen