donderdag 22 november 2012

De nadagen van Sinterklaas




De Sint is weer in het land. Eerlijk gezegd heb ik niet gekeken naar de intocht en ik heb er ook niets over gelezen. Er is dagelijks een Sinterklaasjournaal, geloof ik, maar ook dat heb ik niet bekeken. Ook niet om Dieuwertje Blok weer eens te zien.

Dat ik zo weinig aandacht voor de goedheiligman heb, komt niet doordat ik niet meer in de Sint geloof. Sinterklaas bestaat, daarover heb ik geen twijfels. Maar ik ben bang dat ik de Sint een beetje zielig ga vinden en daarom denk ik maar niet te veel aan hem.

Sinterklaas heeft het namelijk moeilijk. Al zeker tien jaar heeft hij geduchte concurrentie van een dikke, uit zijn krachten gegroeide Coca-Colakabouter, die zich ook nog Santaclaus durft te noemen. Ik heb daar altijd mijn schouders over opgehaald. Wie de Sint vereert, kan zich immers niet druk maken om een lollig doende nepperd, die het nog niet waard is om de staf van onze heilige Nicolaas te dragen.

Maar de kerstman wint wel terrein. Een niet representatief onderzoekje onder twintig middelbare scholieren leerde me dat intussen al in de helft van de gezinnen er cadeautjes worden gegeven met Kerst, soms naast Sinterklaas, maar vaak ook in plaats van bij het sinterklaasfeest.

En er zijn meer gebieden waarop de Sint tegenwind ondervindt. In Amsterdam mag de bisschop niet meer een kruis op zijn mijter hebben. Hij draagt het wapen van onze hoofdstad, evenals de Pieten. Ik ben voor de scheiding van kerk en staat. Een bisschop hoort dus de tekenen van de kerk te dragen en niet die van de stad. De Sint is toch wel wat meer dan een pr-instrument voor Amsterdam, dacht ik.

Hoe geprofaniseerd de Sint in Amsterdam is, zag ik gisteravond nog. De plaatselijke voetbalclub Ajax speelde toen tegen een Duits team. De Amsterdammers hadden elf sinterklazen opgesteld, die het ene na het andere cadeautje aanboden aan de Duitsers.

Niet alleen wordt de Sint beconcurreerd en mag hij niet meer echt een bisschop zijn, ook zijn Pietermanknecht ligt onder vuur. Dat er nog steeds een zwart hulpje naast de Sint loopt, zou een restant zijn van koloniale verhoudingen, een geschiedenis van slavenhandel en een blijk van racisme. Misschien is dat zo. Maar ik heb nog nooit een kind meegemaakt dat racistisch geworden is van een olijke Piet van wie hij een handvol pepernoten gekregen had.


Misschien ben ik te somber, maar ik zie al voor me dat over een paar decennia de Sint nog net mag optreden in het voorprogramma van de kerstman. Daarbij mag hij dan waarschijnlijk geen mijter, tabberd en staf dragen. Meer dan het uniform van de pakjespost zal er wel niet in zitten.

De pieten om hem heen zullen voor de helft van het vrouwelijk geslacht moeten zijn en ze moeten alle rassen vertegenwoordigen die er binnen onze landsgrenzen voorkomen. We zullen er ook op moeten letten dat er genoeg SP-stemmende pieten, ADHD’ers, linkshandigen en pieten met overgewicht om de Sint heen lopen.

Het zal allemaal bijzonder verantwoord zijn, maar er zal geen hond meer aandacht voor hebben. Daar helpt geen Dieuwertje lief aan.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen