dinsdag 10 juli 2012

Pierre Dubois over Hella Haasse in 1960

Illustratie bij de recensie van Dubois
In het blad Het Boek van Nu was Pierre H. Dubois een prominent criticus. Al eerder (zie label) heb ik recensies van hem uit dat blad samengevat. In 1960 recenseert hij van Hella Haasse de roman Cider voor arme mensen. In de titel maakt hij meteen zijn oordeel duidelijk: 'Talentvol, maar niet overtuigend.

Nadat Dubois de inhoud van het boek heeft samengevat, noemt hij de kwaliteiten van Haasse:
Hella Haasse beschikt [...] over veel talent; zij is in staat om in een zeer verzorgd Nederlands, en soms bewonderenswaardig knappe formuleringen, met feilloze goede smaak en met een vrijwel steeds waakzame intelligentie op de lezer over te brengen wat zij te zeggen heeft. Wat dit betreft is haar nieuwe roman een goed boek. 
Maar Dubois heeft wel zijn bedenkingen.
En toch bevredigt het niet. Misschien juist omdat Hella Haasse teveel gehinderd wordt door die idee van een "bewuste vrijwillig verantwoordelijke persoonlijkheid".
Dat laatste is een verwijzing naar wat Hella Haasse schreef in een boekje Schrijvers blootshoofds, waaruit Dubois al eerder citeerde.
Die gedachte, al of niet bewust, geeft aan haar werk een nadrukkelijk humanistisch-ethisch accent dat geen levensvatbaarheid heeft, omdat het als een stempel op het verhaal wordt gedrukt, of liever nog "en filigrane" door de personages en hun problematiek heenloopt.
Dubois maakt geen bezwaar tegen de humanistisch-ethisch tendens in het boek. Maar wel vindt hij dat de boodschap (als ik dat woord tenminste mag gebruiken) veel te nadrukkelijk aanwezig is, zodat die belangrijker lijkt dan de personages of de handeling. Dubois:
Die personages op zichzelf doen niet aan als werkelijk. Ze zijn er niet van het begin af aan en men raakt er niet echt mee vertrouwd. Zij hebben geen diepte, alleen oppervlakte: er wordt wel diepte gesuggereerd, maar die is afkomstig van de schrijfster en niet organisch met haar Marta en haar Reinier verbonden. Zij zeggen ook te veel de dingen die men zou moeten zien of voelen.
Kijk, daar hebben we de richtlijn die intussen bij elke schrijver bekend is en waartegen slechte schrijvers nogal eens zondigen: show, don't tell!

Dubois geeft verder aan dat hij het verhaal 'wat erg schematisch gecomponeerd' vindt. Weliswaar geeft hij toe dat er 'zeer knappe en nogal subtiele draden gespannen [zijn] van de ene situatie naar de andere', maar hij vindt dat men die draden te goed ziet. Dubois zegt nog maar weer eens iets over de personages:
[D]ie figuren zelf zijn te bedacht; zij lijken wel op mensen, zij handelen als mensen - en Hella Haasse verstaat de kunst de gelijkenis bedriegelijk te doen zijn, omdat zij scherp kan observeren - maar zij zijn in feite gecomponeerde verbeeldingen van ideeën-conglomeraten. Die denkbeelden op zichzelf zijn wat in de wereld der conventie "verstandig" heet. Daar is niets op tegen, wanneer zij een natuurlijke belichaming gevonden hadden in personages die handelden zoals zij doen, omdat zij denken, zoals zij het schijnen te doen. Maar zij doen het niet overtuigend genoeg om van dit zo zorgvuldig en met talent geschreven boek ook een overtuigende roman te maken. 
En daarmee kon Haasse het doen. Hoe Cider voor arme mensen indertijd ontvangen is, weet ik niet. Wel vond ik een recensie van de herdruk uit 2007, door Cindy Hoetmer in De Groene Amsterdammer. Ook zij constateert: 'In 1960 was men zeker nog niet zo overtuigd van de show don't tell-methode'. Nou ja, Dubois was er wel van overtuigd, Haasse moest er nog achter komen.

Hoetmer noemt Haasse's taalgebruik 'levendig, zorgvuldig en niet opvallend oubollig'. Ze vindt dat de problematiek van het boek niet relevant meer is, maar schrijft ook: 'Het boek is prachtig geschreven en het verhaal is beklemmend maar mooi. Bij de ontknoping [...] stonden de tranen in mijn ogen.'

En daarna zegt ze dat ze toch liever een hedendaags boek gelezen had en dat Hella Haasse haar tijd nu wel gehad heeft. Ze eindigt met: 'Oude schrijvers lopen in de weg'.

Al in het begin van haar stuk verklaart Hoetmer dat ze nog nooit wat van Haasse gelezen heeft en dat ze zich bij het lezen beperkt tot de hedendaagse literatuur. Bij Tsjechov gaapt ze. Hm. Misschien vindt de componist van de nummers van Frans Bauer Bach ook wel saai en vindt hij ook wel dat oude componisten in de weg lopen.

Als ik moet kiezen tussen de hedendaagse recensent Hoetmer en de oude Dubois, kies ik toch voor Dubois.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen