![]() |
| Illustratie gemaakt door AI |
De laatste tijd heb ik aardig wat gelezen, maar mijn schrijven is daarbij een beetje achtergebleven. In mijn Instagramverhalen deel ik altijd welke boeken ter bespreking binnenkomen en ook laat ik het weten wanneer ik weer ene boek uit heb. Mocht je dat gezien hebben, dan vraag je je misschien af waar de besprekingen blijven. Daarom laat ik je alvast weten wat je de komende weken kunt verwachten.
Daarbij ga ik uit van drie besprekingen per week, om en om strips en proza, dat gewoonlijk voornamelijk uit literaire fictie bestaat, maar de komende weken zit er ook aardig wat non-fictie tussen.
De komende week wil ik de volgende boeken bespreken:
- De verstripping van De wind in de wilgen, een beroemd jeugdboek, waar ik weinig van wist. Mooie uitgave, groot formaat, stofomslag. Je zult het morgen wel lezen.
- Boekjes bij de thee van Hans Werkman. Verzameling stukjes over literatuur, ooit verschenen in het Nederlands Dagblad. Toen mijn hoofd zo vol zat dat lezen mij niet zo heel goed lukte, waren deze korte stukjes heel aangenaam. Het boekje verscheen in 2013.
- Exovida, een graphic novel over buitenaards leven. Geschreven door wetenschapsjournalist Govert Schilling, wiens naam ik ken als auteur van een stukje dat als tekst gebruikt werd bij een eindexamen. Hij schijnt ook wel eens op tv te komen, maar daar heb ik hem nooit gezien. De tekeningen zijn gemaakt door Adriaan Bijlo, van wie ik nog nooit gehoord had. Het is een dik boek en als ik erover ga schrijven, moet ik er echt nog een keer doorheen. Het is een verhaal over een jongen die striptekenaar wil worden en een oude science-fictionstrip aan het lezen is, maar het laat ook zien hoe we in de loop van de geschiedenis gedacht hebben over buitenaards leven.
In de week erna, als ik me aan mijn eigen planning kan houden, schrijf ik over:
- Oude teksten voor jonge lezers van Joke Brassers. Vooraf vermeld ik dat ik Joke Brassers ken, en dat dat mogelijk mijn oordeel beïnvloedt, al denk ik dat dat wel meevalt. In het verleden was het juist zo pijnlijk dat ik sommige boeken kritisch meende te moeten bespreken, hoewel ze geschreven waren door mensen die ik in het dagelijkse leven tegenkwam.
- Kolmanskop, een strip van Marc Legendre en Charel Chambré. Een deel in de serie De helden van Amoras. Het is een spin-off van Suske en Wiske, geschikt voor een wat ouder publiek. Over die Amoras-serie heb ik van tijd tot tijd geschreven. De helden van Amoras is al de derde serie binnen Amoras. Mijn voornemen is om die serie te gaan volgen.
- Moet dwalen van Charlotte Mutsaers. Van deze auteur heb ik veel te weinig gelezen, wat wel raar is, want ik was heel erg enthousiast over Rachels rokje (1994). In mijn kamertje met de stapels boeken die ik binnenkort wil lezen (waar de stapels alleen maar groeien) liggen ook nog Koetsier Herfst (2008) en Harnas van hansaplast (2017). Vooral dat laatste boek wilde ik echt lezen, maar het kwam er niet van. Moet ik wel gaan lezen, vind ik. Moet dwalen is een heerlijk boek. Je leest het vanwege de stijl.
Voor nog een week later heb ik al twee boeken liggen.
- Het eerste is het tweede deel van integrale uitgave van Bernard Prince, met daarin opgenomen de albums De hel van Suong-Bay en Avontuur in Manhattan. Het is een schitterende uitgave, in een beperkte oplage, op mooi, groot formaat. Er staan ook verschillende korte strips in, een verzameling van 'De Interpol-dossiers van Bernard Prince', compleet met afgekeurde versies, zodat je die kunt vergelijken met de uiteindelijke versies. Een must voor de liefhebbers.
- Van minzieke vrouwen en ontroostbare weduwen. Dat is een hertaling van het middelnederlandse werk Seven vroeden van binnen Rome. De hertaling, die lekker leest, is van Ingrid Biesheuvel en de uitgave is prachtig geïllustreerd door Fred Marschall. Dit is het andere boek waarvoor ik afgelopen zaterdag reclame heb gemaakt bij mijn collega's. Prachtig verhaal dat mij helemaal niet bekend was. Voor wie alvast de middelnederlandse tekst wil gaan lezen: die is online beschikbaar. Maar als je het jezelf niet al te moeilijk wilt maken, lees dan de hertaling van Ingrid Biesheuvel.
Verder ben ik nog steeds aan het lezen in het degelijke boek van Piet Hagen, Koloniale oorlogen in Indonesië. Het heeft mijn beeld van de koloniale tijd behoorlijk bijgesteld en dat zal ik mettertijd wel nader uitleggen. Het is een dik boek, ruim duizend pagina's, en ik lees het in kleine stukjes. Ik ben nog niet op de helft (op pagina 450 ongeveer), dus het gaat nog even duren.
En ik kreeg deze week Lachen door een waas van tranen van Aaltje Hendriks binnen. Het is geen beste titel, maar daar heb ik me niet door laten afschrikken. Het gaat over een meisje dat opgroeit in de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en ze woont tegenwoordig in het dorp waarin ik ben opgegroeid. Ik heb nog niet veel in het boek gelezen. Mijn eerste indruk is dat het veel losse scènes zijn, maar die zijn prettig te lezen.
Er liggen natuurlijk altijd nog boeken leesklaar. Ik gok dat de De grote schoonmaak van Rob van Essen en De wonderen van Jeroen Olyslaegers de grootste kans maken om daarna gelezen te worden. Of, snel een keer tussendoor Overgave op commando van Nadia de Vries.
Hopelijk kan ik mijn schrijfachterstand een beetje wegwerken en dat moet eigenlijk ook wel. Mei is meestal een drukke maand in verband met de examencorrectie, dus het zou mooi zijn als ik voor die tijd bij ben.
Dit is het menu, de maaltijd moet nog opgediend worden. Morgen schrijf ik de eerste recensie van deze week. Je kunt de komende tijd volgen of ik me aan mijn eigen planning hou. En blijf intussen lekker doorlezen.





Geen opmerkingen:
Een reactie posten