woensdag 23 september 2015

Lichte en bonte gedichten (Inge Boulonois)


Er is in de Nederlandse literatuur min of meer een scheiding tussen de lichte en de zware literatuur. De plezierdichters, die zich bezig houden met 'light verse', lijken een eigen afdelinkje te hebben. Als dichter worden ze anders bekeken dan de andere dichters.

Plezierdichters (laat ik ze zo toch maar even noemen) staan bekend als vormfetisjisten. Toen Drs. P. overleed, werden er ter nagedachtenis veel ollekebollekes geschreven. Op Facebook verschenen er meteen discussies over de kwaliteit daarvan: voldeden al die goed bedoelde gedichtjes (die bijvoorbeeld in NRC Handelsblad werden gepubliceerd) wel aan de regels?

Terugblikkend op zijn dichterschap schreven de meeste in-memoriam-schrijvers vooral over de dichtvormen waarvan Polzer zich bediend had, veel meer dan over de thematiek van zijn werk.

Ook Inge Boulonois schrijft van tijd tot tijd een wat luchtiger gedicht. Ze bundelde die gedichten in Lichte en bonte gedichten. Als je de bundel doorbladert, valt meteen op dat ze zich niet alleen beziggehouden heeft met het schrijven van de gedichten, maar ook met de vormgeving ervan.

Zo heeft ze gedichten gemaakt die niet uit woorden bestaan, maar bijvoorbeeld uit vlinders of uit Engelse drop. Dat ziet er wel leuk uit, maar ik blijf wel steeds in mijn achterhoofd houden dat ik dit soort beeldgedichten al lang ken, van Ted van Lieshout. Slechts een enkele keer weet Boulonois me ermee te verrassen, bijvoorbeeld met het onderstaande, vooral in combinatie met de titel: 'Light verse'.

En een mooie ode aan het gedicht 'De mus' van Jan Hanlo, waarin we niet zijn getjielp aantreffen, maar afbeeldingen van mussen.

Er zijn nog wel een paar beeldgedichten waarin Boulonois meer doet dat regels volplakken met plaatjes, bijvoorbeeld het Perzische boomkwatrijn, waar in de derde regel een boom omgezaagd wordt, of het paasgedicht waar een ei tijdens het gedicht opgegeten wordt.

Interessanter zijn gedichten waarin er op vormgebied meer gebeurt. Zo is er een gedicht in de vorm van een labyrint waarin de lezer zelf zijn weg moet zoeken  en verschillende gedichten zijn gepresenteerd als strip: een enkele strip, bestaande uit verschillende plaatjes (zie onder) of een bekend schilderij waarop tekstballonnen zijn aangebracht.
Over het algemeen zijn de gedichten technisch in orde. Verschillende keren gebruikt Boulonois het ollekebolleke, waarin het vooral nauw luistert in de zesde regel, die bestaat uit één woord van zes lettergrepen, met het accent op de vierde lettergreep. Bij Boulonois gaat dat eigenlijk altijd goed.

Soms gebruikt ze een vulwoord om het metrum goed te houden: 'zijn overwicht dat zal hij niet verliezen', 'pas iets als dit dat geeft mij leesplezier' en 'de hominide (...)/die bivakkeerde zonder poen en praal'. Dat had eleganter gekund.

Verder bestaan, naar mijn smaak, te veel van de korte gedichten uit alleen maar een opsomming. Opsommingen schrijven heel gemakkelijk, vooral als de opgesomde delen inwisselbaar zijn. Toon Hermans deed dat bijvoorbeeld in het overschatte 'De appels op de tafelsprei'. Om de haverklap grijpt ook Boulonois naar het trucje, bijvoorbeeld in 'Appelvers, lus(t)poëzie:
o appels ik bemin u zeer
veel liever heb ik u dan peer
dan perzik mango abrikoos
banaan meloen ja zelfs framboos!
Het is vreemd dat hier van 'appels' wordt gesproken en niet van 'appel', aangezien de andere vruchten ook in het enkelvoud voorkomen. Maar daar gaat het me nu niet om. In het gedicht is verder trouwens best wat te beleven: in de tweede en de vierde strofe is het laatste woord van de ene zin steeds gelijk aan het eerste van de volgende.

Sommige gedichten lijken geschreven om de lezer goedmoedig tegen de haren in te strijken. Boulonois verkondigt daarin net een andere mening dan de meest gangbare. De schone e-reader wordt gezet tegenover het smerige boek; de koe heeft liever de ligbox en kunstmatige inseminatie dan de wei en de stier; en een lofzang, niet alleen op het vuurwerk met oud en nieuw, maar ook op het slopen en mollen: 'want dat maakt de beleving pas totaal'.

Lichte en bonte gedichten is een speelse bundel. Er is best wat op aan te merken, maar onderhoudend zijn de gedichten zeker en technisch zijn ze meestal in orde. Uit de hele bundel spreekt het plezier waarmee Boulonois aan het schrijven of aan het knutselen is geweest. Dat werkt aanstekelijk. Lichte en bonte gedichten is dan ook een prima boekje om cadeau te doen. Aan anderen of aan jezelf.

Inge Boulonois, Lichte en bonte gedichten. Uitgeverij Liverse, Dordrecht 2015; 84 blz. € 17,50

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen