maandag 23 februari 2015

Deze zachte witte kamer (Runa Svetlikova)



'Van de maan af gezien zijn we allen even groot', schreef Multatuli. Daaraan moest ik denken toen ik het eerste gedicht las uit Deze zachte witte kamer van Runa Svetlikova. Dat gedicht, 'A Big Bang' opent met: 'er is niet meer nodig dan afstand om ons te zien zoals we zijn'.

Wie afstand neemt, in ruimte en tijd, ziet de mens niet als tobber met persoonlijke besognes, maar als 'een defecte cel / in een sterrenstelselhersenpan' of mensen als 'levende fossielen'. Het gedicht eindigt met 'mensen als banaal signaal'.

Misschien is het troostend om te constateren dat het persoonlijke niet zoveel voorstelt: kosmisch gezien doen we er niet toe. Ja, ja, ook ik moest denken aan die broodkruimel op de rok van het universum.

Misschien is ons universum er ook maar eentje uit vele. Niet voor niets heet het openingsgedicht (net als de eerste afdeling) 'A Big Bang' en niet 'The Big Bang'. Verder heeft natuurlijk elk mens zijn eigen universum en dus ook zijn eigen big bang. 'De banaalste big bang' begint met 'Ik werd naast het pad verwekt'.

In het openingsgedicht zoomt Svetlikova uit. In het tweede gedicht zit ook afstand: je moet je 7500 generaties voorstellen. Maar aan het eind van het gedicht is er ingezoomd: 'Meer valt er niet te zeggen / over dit gespannen vel // deze bange doos / vol rampen.

Zowel bij het uitzoomen als het inzoomen blijft er de betrokkenheid bij de mens, de compassie. Ook van een afstand kun je de mens met aandacht bezien en je erover verwonderen hoeveel leven, of in ieder geval beweging erin zit. Een kluizenaar kan wel denken dat stilzitten de beste bescherming tegen pijn is, maar
Kluizenaar vergist zich. Een lichaam kan niet niet bewegen
altijd pompt er iets in rond: verlangen, verlangen en lucht. Sterven is
stilstand is sterven maar zelfs na het zwijgen van de pompen
het verteren van de cellen het verkleuren van de huid
zelfs binnen het dode lijf is er geen stilstand: sterrenstof werd kind
werd kluizenaar wordt sterrenstof wordt opgevreten, meegedragen
laat los, waait steeds verder van de kern, maar waait, beweegt.
Deze zachte witte kamer is hecht gecomponeerd. De eerste afdeling ('A Big Bang') bestaat uit zeven gedichten, die elk verwijzen naar een afdeling in de bundel. De laatste afdeling, 'The Big Rewind', maakt de bundel rond.

Ook de afdelingen zelf zijn doordacht samengesteld. 'De gebruiker van dit lichaam' is een reactie op nooit uitgegeven gedichten die de vader van Runa Svetlikova schreef. Door het gebruik van 'ge' in plaats van 'jij' of 'u' krijgen de gedichten een andere tongval, lijken ze intiemer te worden: 'Ge hebt u uitgelijfd. Maar al uw woorden / zijn er nog. En al uw woorden zijn de mijne.'

Soms komt er een andere dichter om de hoek kijken. Svetlikova verzekert ons dat ze Totaal witte kamer van Kouwenaar niet had gelezen. Maar ze zal de titel toch wel kennen? In 'De gebruiker van dit lichaam' staat een gedicht dat begint met
Gelijk sneeuw, zacht wit
warrelend de daken de wegen het geel kornoelje
de fietsers en hun sporen dekt
Het eindigt met: 'Zo waarde gij', wat onweerstaanbaar doet denken aan Jan Hanlo: 'zo meen ik dat ook jij bent'.

De tweede afdeling, 'Toen ik twee stenen baarde' gaat over de geboorte van een kind. Svetlikova blijft ver bij de sentimentaliteit vandaan. De baby omschrijft ze als 'dit  vandaag in mijn armen gematerialiseerde ding'. Ook in deze afdeling combineert Svetlikova mooi afstand en betrokkenheid.

In het laatste gedicht van de afdeling wordt een verband gelegd tussen het baren van kinderen en van woorden, waarmee de hele cyclus ook over bijvoorbeeld heet ontstaan van een gedicht zou kunnen gaan.
EHBO: eerste hulp bij onschuld
Sinds je spreekt en al mijn woorden naar me terugwerpt
kan ik niet anders dan bekennen dat wij niet meer zijn
dan een vage benadering van wat wij willen zijn.
En nu je leest en het laatste recht op onbevangenheid
kwijtspeelt hoor ik mijzelf voorzichtig suggereren
dat werkelijkheid een vloeibaar begrip is dat wij
in crikelredeneringen wonen dat spreken baren is
dat woorden of kinderen geen goed of slecht maar eigen
leven leiden en dat ik mij misschien ook nu vergis.
Nu je ons dagelijks in vraag stelt kan ik niet anders
dan bekennen dat je gelijk hebt: dit baren is buitensporig
maar ik neem geen woord terug.
Deze zachte witte kamer is een interessant debuut. Svetlikova kan schrijven in verschillende register, heeft gevoel voor compositie en thematisch gezien valt er ook wel wat te beleven. Ik kan me voorstellen dat de losse gedichten minder werken dan nu ze bij elkaar in een bundel staan. Intussen is de bundel bekroond met de Herman de Coninckprijs. Zie hier.

Ten slotte mag er nog wel een woord van waardering naar uitgeverij Marmer, die dapper poëzie blijft uitgeven. Over de vormgeving valt wel te twisten. Zo vind ik dat de linkermarge op de rechterpagina altijd aan de smalle kant is. Maar belangrijker is dat Marmer een gestage stroom poëzie in stand houdt. Eerder schreef ik over Marmerdichters Frouke Arns en Johanna Geels, binnenkort zal ik dat doen over Saskia Stehouwer en Pauline Pisa. Marmer heeft ook een aardig digitaal magazine met veel interviews. Aanbevolen.

Runa Svetlikova, Deze zachte witte kamer. Uitg. Marmer, 88 blz. € 12,50

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen