maandag 14 juli 2014

Gerucht en geweld (Beb Vuyk)


Op een rommelmarkt kwam ik ze tegen: twee boekjes van Beb Vuyk: Gerucht en geweld en Reis naar het vaderland in de verte. Het ene kostte vijftig cent, het andere vijfentwintig. Ik kocht ze. Op dat moment wist ik niet zeker of ik al iets van Vuyk gelezen had. Ik had ooit een oude uitgave van Duizend eilanden (1937) in mijn kast staan, maar die had ik alleen maar doorgebladerd.

Had ik haar Kampdagboeken (1989) gelezen? Dat zou zomaar kunnen. Voor een spreekbeurt ter gelegenheid van zoveel jaar bevrijding had ik ooit een heel stel oorlogsdagboeken gelezen. Enkele (David Koker, Renata Laqueur) stonden mij nog goed bij. Misschien had ik toen ook Kind in kamp van Mischa de Vreede gelezen, dat geen dagboek is, maar dat wel aansluit bij het thema. Van de dagboeken van Vuyk wist ik het niet meer zeker.

Pas toen ik het boekje in mijn kast zag staan, herinnerde ik het me. Ja, ik had het wel degelijk gelezen. Vrij sober verteld. Wel goed. Een klein stukje ervan wordt voorgelezen in de tv-serie De Oorlog. Dat stukje kun je hier horen.

Van de twee rommelmarktboekjes heb ik Gerucht en geweld intussen gelezen. Het kwam uit in 1959, maar de uitgave die ik heb, is van 1992. Een jaar daarvoor was Vuyk overleden, 86 jaar oud. Wellicht had haar dood wat publiciteit opgeleverd en leek het de uitgever daarom een goed idee om met een herdruk te komen. Misschien ook was ze toch weer een beetje in de belangstelling gekomen met haar kampdagboeken uit 1989. Voor zover ik me herinner, was er niet veel aandacht meer voor de schrijfster Vuyk.

Nou ja, men kende haar wel, maar dan vooral  als schrijfster van kookboeken. Haar Groot Indonesisch kookboek (1973) heb ik op verschillende plaatsen aangeprezen gezien. Ook schreef ze een boek met Vegetarische recepten uit de Indonesische keuken (1982).

Vuyk was eigenzinnig en ging altijd de weg waarvan ze vond dat ze die moest gaan. Ze zal op weerstand gestuit zijn, toen ze na de oorlog onverbloemd de kant van de nieuwe republiek Indonesië koos. In 1958 had ze in dat land trouwens ook genoeg tegenstanders: ze moest na een serie conflicten het land verlaten en keerde terug naar Nederland.

In de oorlog is Beb Vuyk geïnterneerd geweest in verschillende kampen. Ook is ze enkele weken bij de Kempeaiai, de beruchte Japanse politie geweest. De verhoren daar gingen vaak met martelingen gepaard. Daarover heeft ze nooit iets willen vertellen. Maar in Gerucht en geweld schrijft ze er wel over, in het verhaal 'All our yesterdays'.

Zo'n beetje alle verhalen in het boekje gaan over de doorwerking van de oorlog; over hoe de mensen na de oorlog nog lijden onder wat ze hebben meegemaakt. In het genoemde gaat het over een vrouw die nog dromen heeft over de tijd dat ze verhoord werd.
'Droomde u?'
'Ja, van de Kempaitai.' (...)
'Hebben ze u gemarteld?' vroeg de langste.
'Ja, met electriciteit, maar dat was het niet.'
 De droom/herinnering gaat inderdaad niet over de verhoren. De hoofdpersoon is gevangen genomen, samen met twee andere vrouwen, An en Chris. Ze hebben met elkaar afgesproken wat ze zullen zeggen bij een verhoor. Maar dan wordt Bennie binnengevoerd, een krijgsgevangene. Hij is niet op de hoogte van het verhaal dat de vrouwen verzonnen hebben en zal hen verraden.

In de vijf verhalen uit Gerucht en geweld hangt iets dreigends, ook al hebben de personages de ellende al achter de rug. Het verleden is groot en duikt op verwachte en onverwachte momenten op. We krijgen soms uitgebreid te lezen wat er gebeurd is, soms beknopt. De toon is vrij zakelijk en dat maakt de verhalen alleen nog maar indringender.

Is dit een goede verhalenbundel? Dat is moeilijk te zeggen. De verhalen zijn niet altijd evenwichtig opgebouwd, de stijl is niet opvallend. Maar je ontkomt niet aan beklemming. Behalve daarom kun je de verhalen lezen vanwege de onafhankelijke stem die erin doorklinkt, die een visie geeft die je niet overal leest. Vuyk heeft niet een simpel vijandbeeld, de zaken liggen minder eenvoudig. Een citaat:
'Eigenlijk was het leven in krijgsgevangenschap veel eenvoudiger,' zei Hermans 'n paar dagen later. 'Je leefde naar het einde toe en dat einde was de dood of de vrede. Als het je lukte om in leven te blijven en zelf heb ik altijd geloofd dat ik het halen zou, dan zou je weer teruggaan. Erge problemen had ik toen niet. De Jappen waren wreed. Je had medelijden met hun slachtoffers, maar hun wreedheid heeft mij om henzelf nooit geschokt. Ik kende ze niet en ik nam zonder meer aan, dat het bij hun systeem hoorde.'
'Maar nu kom ik er niet zo makkelijk meer van af. In dat ene jaar na de oorlog heb ik ontzettende dingen zien gebeuren. Ik heb beestachtigheden meegemaakt, zowel van Hollanders als van Indonesiërs, mensen die ik ken en aan wie ik verwant ben. Soms heb ik weleens gedacht dat wreedheid een latente ziekte moet zijn of een dronkenschap, die ontstaat door het geluid van schoten en het zien van bloed.'
Uit: 'De jager en zijn schietgeweer'
Vuyk zal wel vergeten worden, zoals de meeste schrijvers. Maar van tijd tot tijd zal iemand, bij voorbeeld op een rommelmarkt, een boekje van haar vinden en het gaan lezen. In zijn hoofd zal zij nog even doorleven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen