dinsdag 22 juli 2014

Een verhaal uit de stad Damsko (Hassan Bahara)


In een recensie las ik dat Een verhaal uit de stad Damsko (2006) van Hassan Bahara een soort moderne De avonden zou zijn. Bahara dacht zelf misschien meer aan een nieuwe Titaantjes gezien het motto 'Jongens waren we - maar aardige jongens.'

In de verte doet het aan beide wel denken, wat betreft de doelloosheid van de personen. In Titaantjes zijn er nog wel idealen, al maken de personages die niet waar en ook aan het eind van De Avonden lijkt er nog een mogelijkheid om boven de dagelijkse grauwheid uitgetild te worden. In Een verhaal uit de stad Damsko is dat uitzicht er niet. De middelbare scholier Kader Zeroual spijbelt en blowt, voelt zich nauwelijks met iemand verbonden en ziet geen kans om zichzelf uit deze situatie te werken, al lijkt hij af en toe in te zien dat hij zich op een doodlopende weg bevindt. Uiteindelijk draait hij door en kan maar tot één conclusie komen: 'Ik heb het verneukt.'

Het verhaal kent weinig ontwikkeling. Uitvoerig wordt beschreven in welke situatie Kader en zijn makkers zich bevinden. Er is nauwelijks echte aandacht voor hen. Niet alleen voor hen, trouwens. Kaders moeder ligt bijna altijd op de bank, met vage klachten. Je krijgt het idee dat die voornamelijk psychisch zijn en dat ook zij zich verloren voelt. Kaders vader heeft altijd hard moeten werken en is trots op wat hij doorstaan heeft. Maar hij lijkt de greep op zijn gezin verloren te hebben. Een enkele keer lijkt er verbinding te zijn tussen hem en Kader, bijvoorbeeld als ze samen planken aan het zagen zijn.

Een groot deel van het boek gaat op aan het schetsen van die situatie: spijbelen, blowen, schampen langs de misdaad. Uiteindelijk glijdt Kader verder af.

De beklemming, de uitzichtloosheid, weet Bahara uiteindelijk wel over te brengen, voor de lezer die het volhoudt om het hele boek te lezen. Dat is nog wel een opgave, want Een verhaal uit de stad Damsko is niet zo goed geschreven. Voor het perspectief koos Bahara een alwetende verteller die dicht bij de hoofdpersoon staat. Dat betekent dat je als lezer altijd afstand houdt van Kader, zelfs op dramatische momenten.

Tijdens een tot mislukken genoemde overval door Kader en Ricky zitten we midden in de actie. Veel dialoog, zodat we de gebeurtenissen van moment tot moment meemaken. Maar dan komt er ineens een afstandelijke zin: 'Ricky heeft de deur opengetrapt en dwingt de huilende en om haar leven smekende vrouw uit de ruimte te stappen.' Zo zou een journalist achteraf de gebeurtenissen weergeven. De betrokkenheid van de lezer is op dat moment wel weg.

Het gebeurt vaker dat Bahara onnodig afstandelijk formuleert: 'In zijn worsteling met Danny en de docent scheurt zijn overhemd, zijn gezicht loopt schrammen op en zijn lip een barst.'

Stilistisch leunt Een verhaal uit de stad Damsko aan tegen een belegen kinderboek: 'W-w-wat de fok was dat?' vraagt Kader stotterend.' Bahara houdt van woorden als 'eveneens', 'spreken' en 'betreden', die wat muf aandoen in een boek dat bol staat van de straattaal: 'Als Kader haar kamer betreedt om een handdoek te pakken, ziet hij dat ze gehuild heeft en dat haar ogen rood zijn.' Soms worden die twee registers gecombineerd, wat nogal potsierlijk staat: 'Ik hou van dansen, ouwe. Dansen is mijn lust en... je weet toch, mijn leven.'

Het boek speelt zich waarschijnlijk af in de jaren negentig, de tijd dat Bahara zelf een middelbare scholier was. Op een schoolfeest wordt muziek van 2 Unlimited gedraaid en Macarena van Los del Rio. En veel Tupac, die als een held vereerd wordt door het vriendenclubje. Het lijkt erop dat de documentaire over zijn leven en zijn dood (de eerste was in 1997) constant herhaald wordt op tv. Op zeker vier verschillende momenten kijken de jongeren ernaar. Doordat er zoveel verwijzingen naar Tupac zijn, werken ze op den duur niet meer en worden ze voorspelbaar. Iedereen luistert naar zijn muziek en iedereen heeft het erover en bijna altijd. Na het voor de zoveelste keer zien van de documentaire concludeert Kader dat Tupac echt dood is. Tjonge!

Aan het eind van het boek is er een droom, van meer dan vijf pagina's. Een droom in een boek, dat gaat bijna nooit goed en al helemaal niet als het aan het slot is. Je weet dan al bij voorbaat dat je allerlei symbolische verwijzingen krijgt die je nog even snel duidelijk moeten maken waarom het allemaal draait. Zo gaat het ook in het boek van Bahara. De lezer worstelt zich erdoorheen en is blij dat hij het boek bijna uit heeft.

Ik ging Een verhaal uit de stad Damsko lezen, omdat ik dacht dat het iets zou kunnen zijn voor mijn leerlingen, maar ik vermoed dat ze er weinig aan zullen vinden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen