woensdag 18 februari 2026

Cees Nooteboom (1933 - 2025) overleden

Achterkant van 's Nachts komen de vossen

Cees Nooteboom is overleden. Ik was net een recensie aan het tikken toen er een berichtje van mijn dochter binnenkwam dat dat meldde. Ach, Nooteboom. Hij was 92, dus echt schrikken is zo'n bericht niet, maar hij was ook een van de laatsten van een generatie en de schepper van een groot oeuvre, waarvan ik behoorlijk wat, maar toch altijd nog te weinig, gelezen heb. 

In deze bijdrage geef ik mijn leesgeschiedenis van zijn boeken. Daarbij dien ik altijd weer het voorbehoud te maken dat ik weet dat mijn geheugen gebrekkig is en dat het daarom best mogelijk is dat ik me vergis. Maar zo heb ik het onthouden. 

Debuut

Nooteboom debuteerde in 1954, met Philip en de anderen. Hij is van de generatie van Mulisch, Hermans en Claus. Er zijn genoeg foto's waarop hij samen met hen staat. Ik herinner mij een vrolijke strandfoto van Mulisch, Claus en Nooteboom. Gerard Reve beschreef hem, in Op weg naar het einde (1963), als 'het doodzieke aapje N.' Die maakte hem dus ook mee, maar waarom hij Nooteboom op die manier beschreef weet ik niet of weet ik niet meer. 

Voor mijn gevoel heeft Nooteboom er altijd wel bij gehoord, maar in het interview dat Thomas Heerma van Voss met hem had, opgenomen in De prullenmand heeft veel plezier van mij, bleek dat Nooteboom zich ook vaak een buitenstaander voelde. Hij schreef in het blad Avenue, een glossy, waarin achterin gedichten en verhalen stonden. Mijn ome Ab en tante Rhea waren erop geabonneerd. Het blad zag er prachtig uit. 

En hij schreef reisverhalen en dat bepaalde misschien mede zijn aanzien. Hoorden die niet helmaal bij de literatuur en werden die toch meer gezien als journalistiek? Het zou kunnen. 

Ik schreef wel dat hij er voor mijn gevoel altijd bij gehoord heeft, maar ik begon de literatuur pas echt te volgen aan begin van de jaren tachtig en toen had Nooteboom Rituelen (1980) al geschreven, waarmee hij veel succes had. Tussen 1954 en 1980 ligt een lange tijd, dus misschien heeft hij wel een lange aanloop nodig gehad om in de kopgroep van de literatuur te komen. 

Wat ik aan het begin van de jaren tachtig las, weet ik nog wel. Ik vermoed dat ik toen Philip en de anderen, De verliefde gevangene (1958) en De ridder is gestorven (1963) al gelezen had, maar het zou zomaar kunnen dat ik die pas in de jaren tachtig las. Goede boeken trouwens, maar ze zijn me niet heel erg bijgebleven. 

Gedichten

Toch vond ik blijkbaar Nooteboom iemand om te volgen in 1978 kocht ik zijn dichtbundel Open als een schelp - dicht als een steen en ik herinner me de aandacht waarmee ik die las. Knappe gedichten, al deden ze misschien net iets meer een beroep op mijn verstand dan op mijn gevoel. Ik wilde de bundel er net bij pakken, maar ik zie dat het boekje ontbreekt. Steeds meer ontdek ik gaten in mijn boekenkast. Boeken waarvan ik zeker weet dat ik ze gehad heb, blijken er niet meer te zijn. 

Verschillende boeken en bundels ben ik kwijtgeraakt op school. Leerlingen keken ze in, namen ze mee, vergaten ze terug te geven. Maar misschien heb ik de bundel van Nooteboom gewoon weggegeven. In 1984 kocht ik de bundel Vuurtijd, ijstijd. Gedichten 1955 - 1983, en daar staat de complete bundel in. Ik zie dat ik in dat boek een snipper papier als bladwijzer achtergelaten heb, bij een gedicht uit Open als een schelp - dicht als een steen. 

De snipper papier ligt bij de gedichten 4 en 5 van de cyclus 'Getijde', maar ik weet niet meer welke van de twee ik wilde onthouden. Op goed geluk kies ik 4:
In dit getij leer ik mezelf kennen.
Steeds minder:
ik had wel duizend levens
en ik nam er maar één!

Langzaam zweef ik op de spiegels af
waarin ik ga smelten.
Pas als ik de wijzerplaat raak ontplof ik daar zachtjes:
twee die er één zijn
wordt er geen.

Dan heb ik zelfs deze woorden niet geschreven.
Hoe komt het dan dat jij ze kunt lezen?
Hoe groter het oog wordt
des te minder
te zien. 
In die tijd las ik blijkbaar nog niet met het potlood in de hand, want er staat nergens een streepje, terwijl ik zeker weet dat ik alle gedichten in deze verzamelbundel nauwkeurig gelezen heb. 

Rituelen

In 1980 verscheen Rituelen. Ik kocht de uitgave van ECI (gebonden, stofomslag) en genoot van het boek. Veel later kocht ik een tweede exemplaar, dat verscheen als vijfentwintigste druk of bij de mijlpaal van zoveel verkochte exemplaren. Het was een genummerd en gesigneerd exemplaar. Dat heb ik intussen weggegeven aan iemand die nog nooit wat van Nooteboom las, in de hoop dat het boek daar goed op zijn plaats is. 

Aan het begin van de jaren negentig (schat ik) deed ik mee aan de televisiequiz De connaisseur, een quiz over literatuur, beeldende kunst, klassieke muziek en film. Dat laatste was mijn zwakke punt. Bij de literatuur kregen we naast een stel kleine vragen ook een grote vragen over een boek. Eigenlijk waren het geen vragen. Je moest iets over een boek vertellen in de hoop dat daar punten mee te verdienen waren. Ik dacht goede sier te maken met openingszin: 'Op de dag dat Inni Wintrop zelfmoord pleegde, stonden de aandelen Philips op 149.60'. Ik gaf aan dat ik niet zeker wist wat de waarde van de aandelen was en dat kostte me het punt. Ik had precies aan moeten geven hoe hoog de aandelen stonden en me er niet vanaf moeten maken met 'zo en zo hoog'. 

Een enkele keer kom ik het boek bij de Staatsexamens nog op boekenlijsten tegen en dan laat ik de kandidaten uitleggen wat de rituelen zijn waarmee de drie personages zich staande houden in het leven en ik vraag ook wel hoe het kan dat de hoofdpersoon al in de eerste zin zelfmoord pleegt. Het is een niet gelukte poging. 

Het boek was een succes en het is later ook verfilmd. Die film heb ik gezien, maar ik heb er geen enkele herinnering aan. 

Reisverhalen

In 1981 verscheen Voorbije passages, een bundeling reisverhalen. Heb ik die gekocht? Ik twijfel. Ik heb veel heruitgegeven bundels met reisverhalen van Nooteboom gelezen, maar misschien kwamen die pas uit in 1991, toen Nooteboom het Boekenweekgeschenk mocht schrijven. Voor de zekerheid noem ik ze toch maar even, met het oorspronkelijke jaar van verschijnen: Een middag in Bruay (1963), Een nacht in Tunesië (1965), Een ochtend in Bahia (1968) en Een avond in Isfahan (1978). Of heb ik dat laatste boek meteen in 1978 aangeschaft en las ik toen de voorgaande boeken ook? Ik heb al die verhalen vrij snel na elkaar gelezen. 

Mooi geschreven. Scherpe observaties en gepeins daarover. Losjes, dunne verhaallijn, maar ik las ze vanwege de stijl en het aangename mijmeren. Ik kende geen andere schrijver die dat op die manier deed. 

Een lied van schijn en wezen (1981) herinner ik me nog heel goed. Ik las daarna, vanwege de titel, ook Het lied van schijn en wezen (1895 - 1922) van Frederik van Eeden, maar ik heb dat uiteindelijk niet op mijn boekenlijst gezet voor Nederlands MO-A. Ik kwam er maar moeilijk doorheen. 

Het boek van Nooteboom verscheen in een tijd dat er veel te doen was om de Revisorauteurs, die de fictionaliteit van de roman benadrukten. Een jaar later zou Frans Kellendonk de roman Letter en geest schrijven, waarin de hoofdpersoon, Felix Mandaat verdwijnt in de punt achter de laatste zin van de roman. Die punt ontbreekt trouwens. Maar daarvoor werd er vooral veel over gediscussieerd. Nooteboom heeft zich niet bemoeid met die discussie, maar hij schreef, als een soort antwoord, deze roman over twee schrijvers. We zien de roman ontstaan in de verbeelding van de schrijver. Prachtig boek. Mooi uitgegeven. ook. 

Mokusei!

En dan de novelle Mokusei! Dat is een heel mooi boekje (goed zestig bladzijden). Ik heb het
verschillende keren herlezen en ik leende het uit. Voor in mijn exemplaar ligt nog een tekening die een leerling maakte om me te bedanken voor het uitlenen van het boek. Het is een tragische liefdesgeschiedenis. Een man begint een relatie met een Japanse vrouw, die hij maar niet leert kennen. De slotzinnen van het boekje ken ik uit mijn hoofd:
Nu moest hij beginnen aan het verdriet dat hij tijdens zijn leven, ook als dat lang zou duren, nooit meer kwijt kon raken. Het zou slijten, zoals alles, maar hij zou nooit het gevoel ontlopen dat hij het zelf was, die sleet. 
Vestdijk vroeg zich af of 'een stuk of wat gedichten' genoeg was voor de rechtvaardiging van een bestaan. Misschien wel. Misschien is het al genoeg dat Nooteboom deze zinnen heeft geschreven. En dan heeft hij nog zoveel meer geschreven!
Later kwam er nog een boekje uit met een vergelijkbare omvang, De Boeddha achter de schutting (1986). Ook mooi, maar dat bleef me toch niet zo bij als Mokusei!

In Nederland

Vuurtijd, ijstijd (1984) noemde ik al. In datzelfde jaar verscheen ook In Nederland, een roman die wel een herdruk verdient. Het gaat over Nederland, maar het land ziet er anders uit. Bij Limburg gaat het land door naar het zuidoosten, zodat er nog een fictief grondgebied bij Nederland hoort, een compleet ander landschap. Als ik 'In the Dutch mountains' (1987) van The Nits hoor, denk ik altijd aan In Nederland. Het verhaal heeft iets sprookjesachtigs en het verwijst ook naar het sprookje De sneeuwkoningin. Voor zover ik weet, verkocht het boek indertijd goed. 

Het volgende boek dat ik las is waarschijnlijk het Boekenweekgeschenk Het volgende verhaal. Waarschijnlijk brak hij daarmee door in Duitsland. Marcel Reich-Ranicky was er weg van, maar het fragment waarin hij zo lyrisch over het boek heb ik ongetwijfeld pas later gezien. 


Een eigen plankje

Als ik in het buitenland ben, stap ik vaak een boekhandel binnen om te kijken wat er ligt van Nederlandse auteurs. In Duitsland was er altijd veel Nooteboom. Ik heb daar (niet zulke beste) foto's van gemaakt, die ik onderbracht op mijn Facebookpagina, in het album Niederländische Welle. Eenmaal trof ik een plankje aan met een bordje met Nootebooms naam erop, zodat zijn boeken makkelijk vindbaar waren. Dat heb ik verder alleen gezien bij Tess Gerritsen, maar ik weet niet meer of dat in Duitsland was of in Italië. 

In het Spaanse taalgebied deed Nooteboom het ook goed. Omdat hij een vrij brede waardering in Europa had, werd hij verschillende keren genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor literatuur, maar die heeft hij nooit gekregen. Die had ik hem wel gegund, zoals ik het ook jammer vind dat Hugo Claus nooit die Nobelprijs heeft gekregen. 

Het volgende verhaal mag dan belangrijk zijn geweest voor de bekendheid van Nooteboom, het is mij niet zo erg bijgebleven. Het gaat over een leraar, Herman Mussert, die wakker wordt in Lissabon in plaats van in Amsterdam. Er komt nog een wonderlijke reis in voor, die waarschijnlijk symbool staat voor de overgang van leven naar dood. Misschien zou ik het boek moeten herlezen. 

Achterkant van Allerzielen
Van de laatste vijfendertig jaar heb ik eigenlijk maar weinig gelezen. Ik schrik daar wel van. Zo lange tijd en zo weinig uit die tijd gelezen hebben, terwijl Nooteboom wel door bleef schrijven. De omweg naar Santiago (1992) was ik vast van plan te lezen, maar voor zover ik het mij juist herinner, is het daar nooit van gekomen. 

Allerzielen

Wel las ik Allerzielen (1998) en ik schreef er ook over. Maar dat boek las ik pas in de zomervakantie van 2013. Het boek komt wat traag op gang, maar dat past wel bij het thema. De hoofdpersoon is in het verleden zijn vrouw en kind verloren en daarmee is zijn leven ook tot stilstand gekomen. Maar dan verschijnt er een nieuwe vrouw in zijn leven. Met het begin had ik enige moeite, maar toen ik er eenmaal in zat, vond ik het toch een prachtig boek. 

In 2004 las ik Paradijs verloren en ook daar schreef ik over. Het sluit aan bij Een lied van schijn en wezen, maar ook de hoofdpersoon van Mokusei! komt om de hoek kijken. 


De verhalenbundel 's Nachts komen de vossen verscheen in 2009. Voor mijn gevoel is het boek recenter, maar hier klopt duidelijk mijn gevoel niet. Nooteboom is een goede verhalenschrijver. Zijn verhaal 'Hoela' heb ik nog wel eens in een les gebruikt, maar ik weet niet meer in welke bundel dat stond. 's Nachts komen de vossen las ik in verband met de Inktaap, waarvoor het boek genomineerd werd, samen met boeken van Erwin Mortier en Bernard Dewulf. Het laatste boek won. Daar was ik niet direct weg van, maar het was waarschijnlijk wel het meest toegankelijke boek van de drie. 

Het is toch vreemd: ik heb nooit een slecht boek van Nooteboom gelezen en toch heb ik heel veel boeken ongelezen gelaten. Hier in huis heb ik waarschijnlijk alleen nog De zwanen van de Theems, een toneelstuk uit 1959, maar verder zijn hier alleen boeken die ik al gelezen heb. Ik heb ook het idee dat ik weinig van zijn werk tegenkom in kringlopen. Misschien doen bezitters van het werk van Nooteboom de boeken niet meer weg. 

Ik moet natuurlijk meer van Nooteboom gaan lezen, maar er zijn zoveel auteurs van wie ik veel ongelezen heb gelaten en van wie ik intussen wel behoorlijk wat werk in huis heb gehaald: A.F.T. van der Heijden, Mensje van Keulen, Leon de Winter, Arthur van Schendel, Simon Vestdijk, Herman de Man, Antoon Coolen, Judicus Verstegen, G. Schrijver, Tomas Lieske. En ik laat al die boeken maar wachten. 

Van Nooteboom moet ik nog steeds De omweg naar Santiago lezen, maar ik zou ook Brieven aan Poseidon (2012) eens kunnen proberen. Nooteboom is er niet meer, maar zijn boeken zijn er gelukkig nog en ik heb het idee dat die nog best een tijd meekunnen. 








2 opmerkingen:

  1. Mooie uitvoerige reis door het werk van Nooteboom. Wat heb jij veel gelezen, dat mag ook wel eens gezegd worden.

    Michiel van Diggelen

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Teunis, een mooi stuk! In de inleiding voor mijn tweede boek "Erik schrijft reisverhalen" heb ik het volgende geschreven: En dan heb je het Nederlandse taalgebied. Een veelgehoorde naam is die van Cees Nooteboom. Nooteboom etaleert zijn kennis zoals een pauw zijn veren. Zijn lofzangen op kleine Spaanse kerkjes en onbekende schilders kunnen mij niet echt boeien.

    Dit is wat kort door de bocht, maar ik ben duidelijk geen fan van de boeken van Nooteboom. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen