maandag 8 december 2014

Tom Poes en de Pas-kaart (Dick Matena)


Wie een nieuw verhaal wil maken over Tom Poes en Heer Bommel, heeft geen gemakkelijke taak. De lezers kennen immers al een heel oeuvre aan verhalen waarin de personages figureren. Altijd zal het nieuwe verhaal vergeleken worden met de Toonderverhalen. Past het in de traditie? En is het tegelijkertijd eigen genoeg?

Als mijn geheugen mij niet bedriegt, leerde ik Bommel kennen in de tweede helft van de jaren zestig. Ik logeerde twee nachten per week bij mijn oma, die na de dood van opa 's nachts niet meer alleen in huis wilde zijn. Oma las een tijdschrift dat toen waarschijnlijk de Revue heette. Ik heb ook de benaming Revu en Nieuwe Revu meegemaakt.

Grabbelend in mijn geheugen haal ik een beeld naar boven van mezelf, liggend op mijn buik voor de oliekachel en bladerend in de Revue. Ik haalde de voetbalplaten eruit en ik las op de achterkant de strip. Ik herinner me een Bommelverhaal met lopende keien en waarschijnlijk ook De Jakker-Jekker en De tic van Joost. Lag mijn sympathie toen al bij de heer van stand? Mijn moeder had meer op met de schrandere Tom Poes. Ze vond dat 'dien stomme Bommel' zich maar in de problemen werkte.

Ongetwijfeld was Dick Matena zich bewust van de 'last' die een Bommelverhaal bij voorbaat al meetorst: alle verhalen die de lezer kent, spelen mee bij lezing van het nieuwe verhaal. Tom Poes en de Pas-kaart, noemde Matena zijn Bommelboek en de lezers denken natuurlijk meteen aan het verhaal over de pasmunt en aan magister Hocus P. Pas. Ooit werkte Matena samen met Toonder aan het verhaal Tom Poes en de Paskaarten, maar dat schip strandde al in de loop van het proces. Met dit verhaal neemt hij het vroegere, aangepast, weer op.

Toonder is overleden maar hij regeert nog over zijn graf (of zijn urn) heen: nooit meer mag iemand een strip over Bommel en Tom Poes maken zoals Toonder dat deed: een strook van meestal drie plaatjes, met daaronder de tekst. Ballonstrips mogen nog wel.

Tom Poes en de Pas-kaart is een geslaagde strip: er doen veel personages aan mee die we herkennen uit de Rommeldamse maatschappij die Toonder geschapen heeft en ze houden zich allemaal aan het karakter dat wij van hen kennen.

Ook het soort verhaal klopt: in verschillende verhalen heeft Toonder zaken ingebracht die niet met ons verstand te verklaren zijn, dingen die eigenlijk niet kunnen of die bovennatuurlijk zijn. Dat kan gebeuren doordat bijvoorbeeld een schilderij van Terpen Tijn onvermoede krachten blijkt te bezitten, doordat Hocus Pas iets in gang gezet heeft of doordat Pee Pastinakel iets in elkaar geknutseld heeft.

Van die laatste twee mogelijkheden heeft Matena gebruik gemaakt: de Rommeldamse samenleving komt in een soort loop in de tijd terecht, waardoor de personages getuige kunnen zijn van handelingen die zich op verschillende tijden afspelen. Er zijn personages die slachtoffer zijn en personages die er zaken in zien en natuurlijk komt het uiteindelijk allemaal goed.

Meestal eindigen de Toonderverhalen (net als die over Asterix), met een eenvoudige doch voedzame maaltijd. In dit verhaal is dat niet het geval: Heer Olivier en Tom Poes rijden weg in de de Oude Schicht en we hopen natuurlijk dat ze op weg zijn naar nieuwe avonturen.

Wie de tekeningen bekijkt, herkent meteen de hand van Matena. Hij gebruikt duidelijk minder zwart dan gebruikelijk is bij de vroegere Toonderverhalen. In een ballonstrip, waarin met kleuren gewerkt wordt is er ook minder noodzaak om de tekeningen gewicht te geven door zwarte schaduwpartijen. Die schaarse aanwezigheid van het zwart viel mij misschien ook wel op doordat mijn referentiekader vooral gevormd wordt door de strokenverhalen en niet door de ballonstrips over Tom Poes.

Behalve in zijn lijnvoering (de lijnen variëren weinig in dikte) herken je Matena ook in zijn arceringen. Ik hou niet zo van de manier waarop Matena gewoonlijk het wegdek arceert, maar dat zal wel een persoonlijk allergie zijn. Over de inkleuring ben ik weer wel enthousiast. Voor een ballonstrip is er op verschillende pagina's vrij veel tekst gebruikt en ook dat is vintage Matena. Hij doet dat immers ook bij de verstripping van literatuur, waarbij hij bij verschillende boeken de coplete tekst heeft overgenomen.

Het mooie is dat Tom Poes en de Pas-kaart zowel voor honderd procent een Bommelverhaal is als een verhaal van Dick Matena. Aan beide grootheden wordt recht gedaan. Het stripverhaal wordt in- en uitgeleid, zodat we ook nog een blik krijgen in de wordingsgeschiedenis. Mooi gedaan.

Nog meer Matena? Kijk hier (Sammie en Nele in Artis), hier (De schippers van de Kameleon), hier (Kees de jongen), hier (De jongen met het mes) en hier (Kort Amerikaans).

Door verhuisdrukte verschijnt er maar weinig op mijn weblog, maar ik ben van plan om binnenkort te schrijven over Afke's tiental en 100 pagina's Dick. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen