woensdag 10 mei 2023

Marathon Amsterdam 1928 (Nicolas Debon)



In 1928 werden de Olympische Spelen gehouden in Amsterdam; het Olympisch Stadion herinnert daar nog altijd aan. Het waren de eerste Spelen waar het Olympisch vuur ontstoken werd en het was voor het eerst sinds de Eerste Wereldoorlog dat Duitsland deelnam. De Finnen waren oppermachtig op de loopnummers, Johnny Weismuller, die bekend zou worden als Tarzan won twee gouden medailles en kroonprins Olaf van Noorwegen won goud bij het zeilen. 

Het slotnummer was de marathon en daarover maakte Nicolas Debon de graphic novel Marathon Amsterdam 1928. Het boek begint met een plaatje van het parcours. Daarna gaan we na een soort proloog over naar het stadion, waar nog niet zoveel gebeurt. Er lopen fotografen rond, de gravelbaan wordt aangeharkt, het publiek wacht af. 

In het publiek zitten enkele Fransen en met hen kijken we mee. Ze zien de marathonlopers en praten over hen. Het is een mooie manier om de lezer op een niet te nadrukkelijke manier te informeren. We zien de verschillende landenteams, we krijgen een blik op de tribune waar de befaamde hardloper Paavo Nurmi zit, die op deze Spelen zijn negende gouden medaille haalde. Hij nam ook nog twee zilveren medailles mee naar huis. We zien de Amerikanen, de Engelsen, enkele Mexicanen, een Zuid-Afrikaan, de Japanners, de Finnen natuurlijk en uiteindelijk het Franse team, die voor deze toeschouwers de onzen zijn. 

Algerijn

Van de vierde wordt gezegd: 'De laatste is een Arabiertje dat werkt als arbeider bij Renault, in Billancourt: Hij heet El Ouafi.' Hij is overigens een Algerijn en, ik verklap het maar alvast, hij zou de marathon winnen. 

We volgen de wedstrijd de hele tijd. Een van de twee Franse toeschouwers behoort tot de pers en mag in een persauto van dichtbij zien hoe de strijd verloopt. We focussen uiteindelijk op El Ouafi en kruipen zelfs in zijn hoofd, waar de herinneringen aan Algerije zich bevinden. 

De opzet doet denken aan de roman De renner (1978) van Tim Krabbé, waarin we een wielrenner tijdens een wedstrijd volgen. Die wint uiteindelijk net niet. Ook in die roman wisselen stukjes wedstrijd zich af met wat er zich in het hoofd van de renner afspeelt. 

De weg is nog lang

In de graphic novel zijn het niet alleen de gedachten of de herinneringen, maar ook de beelden van de omgeving die de lezer even pauze geven van de wedstrijd. Je weet dat die intussen doorgaat, maar dat het niet zo erg is als je aandacht even ergens anders op gevestigd is. De weg is nog lang en pas aan het eind zal blijken wie zijn krachten goed verdeeld heeft. 
Er is geen marathonloper die niet beducht is voor dat moment, bij het naderen van de dertigste kilometer... Dat moment waarop de benen zwaar en verschrikkelijk pijnlijk worden; waarop de ademhaling stokt, de maag zich omkeert... Waarop het lichaam niet meer dan een groteske trekpop is. 
De zwaarte van de marathon krijg je zo als lezer goed mee. Je krijgt daardoor nog meer bewondering voor die Algerijnse fabrieksarbeider, die overdag gewoon een baan heeft. Hij zal als eerste Afrikaan een Olympische titel halen. 

Op de laatste tekening gaat hij over de finish. Daarna volgt de foto van dat moment. En dan is het verhaal ineens uit. Dat is een mooie keuze: geen gedoe. Vrij kaal het verslag van een wedstrijd en dat blijkt genoeg te zijn. Daarna volgt er overigens nog een interessant dossiergedeelte, maar de strip is dan al afgelopen. 

Dossier

Het dossier vertelt hoe het El Ouafi Boughéra verder verging. Aan zijn contract houdt hij financieel niet veel over, maar hij gaat wel op tournee in Amerika. Daar ontvangt hij wat geld voor, wat tot gevolg heeft dat hij voor het leven gediskwalificeerd wordt. Hij is dan immers geen amateur meer. Ook verder zit het hem niet mee en al gauw wordt hij vergeten. In 1956 wint een andere Fransman, Alain Mimoun, de marathon. Ook hij is in Algerije geboren. Dat is het moment dat het publiek El Ouafi opnieuw ontdekt. 

In het dossier staan ook nog leuke weetjes over de Spelen van 1928, door Wiebe Mokken. Koningin Wilhelmina was bijvoorbeeld niet bij de opening, want het organisatiecomité had het programma opgesteld zonder met haar te overleggen. Dat kon haar ego blijkbaar slecht hebben. Het Wilhelmus werd op deze Spelen al gespeeld, hoewel het pas in 1932 ons volkslied zou worden. 

Verder natuurlijk foto's, in zwart-wit en enkele afbeeldingen in kleur van bijvoorbeeld een poster, gedenkglazen en koperen schalen die als souvenir werden verkocht. Ook die foto's zijn een goede manier om dichter bij de historie te komen. 

Eerbetoon

Marathon Amsterdam 1928 is een mooi verslag van een wedstrijd geworden en een eerbetoon aan El Ouafi. De tekeningen  doen potloodachtig aan, wat ze iets ouderwets geeft en dat past weer goed bij zo'n historisch verslag. De inkleuring is sober. Vaak met alleen een naar het oranje neigend rood als steunkleur, met hier en daar wat blauw. Ze hebben wel iets weg van oude foto's. Die tekenstijl zorgt er mede voor dat de lezer zich gemakkelijk terug in 1928 waant. 

Je zou deze beeldroman sober kunnen noemen, omdat het verhaal zonder poeha, bijna kaal wordt verteld. Maar wel heel effectief. Eigenlijk is het een documentaire, maar wel een die zo verteld wordt, dat je door wilt blijven lezen tot de finish gehaald is. 

Titel: Marathon Amsterdam 1928
Tekst en tekeningen: Nicolas Debon
Vertaling: Dieter van Tilburgh
Uitgeverij: Scratch Books
2023, 124 blz. 24,95 euro (hardcover)


Geen opmerkingen:

Een reactie posten