Haar meest recente boek, Moet dwalen, kocht ik in een impuls, misschien vanwege de titel die mij herinnerde aan het liedje ''k Moet dwalen, 'k moet dwalen op bergen en in dalen'. Dat liedje komt ook daadwerkelijk in het boek voor en ook waarom er wel of geen onderwerp in de eerste regel staat. Door de roman heen zijn er trouwens steeds verwijzingen naar liedjes van vroeger, van 'Een karretje dat op de zandweg reed' tot 'Que sera, sera' en 'Slaap kindje, slaap.'
Isi en Fleur
In de roman gaat het vooral over twee personen: de 64-jarige Isi Witlamm en zijn dertig jaar jongere partner Fleur Vischbeen. Ze zijn tijdens een zoektocht naar paddenstoelen verdwaald. Tenminste dat beweert Fleur; Isi vindt dat ze helemaal niet verdwaald zijn. Het leidt voortdurend tot stekelige dialogen.
Fleur is niet de grote liefde van Isi; dat is de rivier de Doubs.
[D]e Doubs is de enige op aarde met wie hij zich onvoorwaardelijk heeft kunnen verbinden, de enige in wie hij gelooft, de enige in wie hij in volle vrijheid wijze mag verglijden en zich op alle fronten kan laten gaan.
Isi houdt van het vloeiende, terwijl hij Fleur juist als star ziet:
Al vrij snel was Isi ervan overtuigd dat deze blunder van de natuur, die niets anders dan krokodillentranen plengde en elke man beschouwde als misbruiker in de dop, deze opportuniste die de voortbrengselen van kunst en wetenschap niet als bron van wijsheid of geluk beschouwde maar slechts als tools om hogerop te komen, deze vleesgeworden belediging van alles wat hem lief was, deze ondermijnster van romantiek en levenslust, deze dierenvriend die snoefde dat ze nog geen vlieg kwaad zou doen terwijl ze elke vlieg die onbesuisd naar binnen vloog kapotsloeg, dit uitgedroogde tussenstation vol brandnetels en distels waar zijn vermoeide trein per ongeluk even had stilgestaan, hem op zekere dag zou fnuiken. Die dag lijkt nu gekomen. Isi hapt naar adem en weet dat er maar één weg is waarlangs hij ontsnappen kan: de vloeibare.
Dat iemand in een rivier een geliefde kan zien, vind ik een speelse gedachte en die speelsheid vind ik terug in het hele boek, waarin verbeelding en werkelijkheid niet altijd strikt te scheiden zijn. Je kunt daar het best maar gewoon in meegaan in plaats van te bedenken wat nu werkelijkheid is en wat droom of fantasie.
Stijl
Verder laat het uitgebreide citaat zien hoe fonkelend de stijl van Mutsaers is. Fleur die omschreven wordt als 'dit uitgedroogde tussenstation vol brandnetels en distels waar zijn vermoeide trein per ongeluk even had stilgestaan' - daar geniet ik wel van. Uit de hele roman blijkt een enorm vertelplezier en elke zin is een verrassing. Daar heb ik zeer van genoten.
Isi zegt verschrikkelijke dingen, niet alleen over Fleur, maar zo is hij blijkbaar. Goddank zijn er in de literatuur nog personages die niet deugen, die ongepast reageren, die kwalijke gedachten hebben.
Hoe kwalijk die gedachten zijn, piept al snel door enkele zinnen heen. Isi is wel klaar met Fleur en hij is tot het uiterste in staat. Al op bladzijde 76 staat: 'Fleur hoeft immers niet te weten dat ze de vierendertig niet eens zal halen.' Ook Fleur heeft in de gaten dat er iets grondig mis is: ''Er gaat ons iets ergs overkomen,' zegt ze verslagen. 'Iets heel ergs. Ik voel het aan mijn water.''
Fleur vindt dat ze verdwaald zijn, Isi vindt dat verdwalen een staat van zijn is en ook dat het een kunst is: je moet het maar kunnen. Hij denkt dat hij binnenkort de Doubs wel als oriëntatiepunt zal zien, maar de rivier houdt zich schuil. Later blijkt de stroom uitgedroogd te zijn. Daaruit blijkt al hoe mis het is in het leven van Isi. En dan raakt hij ook nog zijn geliefde mes kwijt.
Elan
Isi en Fleur raken uit elkaar -laat ik het maar even zo beschrijven- en gelukkig ontmoet hij een man met een skateboard onder zijn arm, Elan. Maar ook tussen hen gaat niet alles soepel.
Uiteindelijk is Isi op zichzelf aangewezen, verdwaald in het leven, een rivier die naar een bedding zoekt, een oceaan om in uit te stromen. Hij houdt hoop, maar de vraag is of dat terecht is.
Moet dwalen lees je niet vanwege de plot, niet om van de personages te houden, want dat is nogal lastig, maar vooral vanwege de stijl, het vertelplezier. De rivier heeft zich misschien teruggetrokken, maar ze stroomt door de woorden van Mutsaers en op die stroom heb ik me als lezer heerlijk mee laten voeren. Ik heb genoten van de discussies en het gebekvecht van de verschillende personages. Ze hebben nauwelijks een eigen stem. Eenzelfde taal stroomt door hen heen, waarin steeds alles op scherp staat. In hun taal vliegen de personages verschillende keren uit de bocht. Moet dwalen is een boek dat geschreven lijkt zonder de rem erop. Het is een gul boek en alles wat het geeft, heb ik met gretigheid tot me genomen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten