vrijdag 9 juli 2021

Beschermvrouwe van de verschoppelingen (Delphine Lecompte)


Gedichten van Delphine Lecompte kende ik wel, zo ongeveer. Nooit een bundel van haar gelezen, maar wel hier en daar een gedicht. Tikkeltje absurdistisch, soms wat duister - dat was blijven hangen. En: best goed. Maar mijn leven ging weer door en ik kocht geen bundels van Lecompte, zoals ik van bijna geen enkele dichter nog bundels koop, zonder dat ik snap waarom dat is. Blijkbaar lekt de poëzie weg uit mijn leven. 

Maar toen ik het prozawerk Beschermvrouwe van de verschoppelingen in de winkel zag liggen, kocht ik het zonder lang na te denken. En ik las het. Het boek (ik denk niet dat 'roman' het goede woord is) is verdeeld in vier delen en een epiloog. De delen heten: 'Familie en vrienden', 'Religie en ziekte', 'Helden' en 'Controverse'.

Het eerste deel opent met 'De minnaressen van mijn grootvader'. Het gaat over een 'ik' die voor mijn gevoel aardig samenvalt met de auteur. Haar grootvader nam haar als kind mee naar zijn minnaressen. Toen hij zich daar ongemakkelijk bij voelde, liet hij haar tien ritten lang achter in een draaimolen bij 'de stomme ex-paardendief Gino'. 

Kinderlijke hitsigheid

Dat is al een markant verhaal, maar het wordt nog heftiger als deze Gino eerst de 'ik' meeneemt om haar te tekenen, terwijl ze hoopt dat hij haar zal 'molesteren'. Dat doet hij niet op dat moment, maar later wel. Als dat bekend wordt, kijkt de grootvader anders naar de hoofdpersoon: 'hij kon het niet verkroppen dat ik had toegegeven aan mijn kinderlijke hitsigheid'.

Het wordt allemaal verteld met een zekere terloopsheid, waardoor je als lezer de neiging hebt om domweg te aanvaarden wat je leest. In je achterhoofd kriebelt al wel de gedachte dat er iets helemaal niet klopt, dat het raar is dat het kind en niet de volwassene wordt aangekeken op wat er gebeurd is, zelfs al zou er sprake zijn van kinderlijke hitsigheid, zo dat al bestaat. 

Aan het eind van dit hoofdstuk (verhaal?) vernemen we ook nog dat de grootmoeder zichzelf tot bloedens toe slaat 'met dode buizerds en Friese speculaasplanken'. Grootvader haalt zijn schouders op en zegt tegen zijn kleindochter dat ze nu kan zien wat te weinig seks en te veel opvoeding doen met een mens. Maar zij weet dan al lang hoe schadelijk te weinig seks en een goede opvoeding zijn. 

Norse lamaverzorger

Het is een wonderlijk verhaal, vooral omdat je de indruk krijgt dat dit de gewone wereld is. Daarin gebeuren dit soort dingen blijkbaar. In de volgende verhalen (of hoofdstukken) lezen we soortgelijke zaken. De mensen over wie het gaat worden aangeduid met namen als: de ontslagen kraanmachinist, een analfabetische jongenshoer, de necrofiele tegellegger, de Armeense ex-worstelaar, een joviale kubist, de megalomane hoefsmid, een bipolaire garnalenpeller, de formidabele zadelmaker, de bedeesde zeepzieder, de lankmoedige dadaïst, de norse lamaverzorger. 

Hoe origineel en hoe onverwacht deze aanduidingen ook zijn, na een aantal verhalen kregen ze iets voorspelbaars. Ik begon me af te vragen of het toch niet te veel een trucje was, een gedachte die waarschijnlijk voortkwam uit de indruk dat de aanduidingen iets toevalligs hadden. Maar dat hebben ze niet. Het duurde even, maar toen kwam ik erachter dat bepaalde aanduidingen terugkeerden. Ze zijn niet inwisselbaar, maar ze duiden op bepaalde personen. Langzaam ging ik inzien dat ze markeringen zijn in het levensverhaal van de 'ik'. 

Ongemakkelijk

Dat is trouwens een ongemakkelijk verhaal. Er komen veel mannen voorbij met wie de 'ik' ongewild of gewild de liefde bedrijft, ze raakt verslaafd aan drank en medicijnen, komt terecht in een kliniek en moet veel moeite doen om haar leven leefbaar te houden. Veel passages zijn heftig, maar ze worden op niet-heftige manier verteld. Bijvoorbeeld: 'hij legde een hand op mijn mond en verkrachtte me knullig.'

De hoofdpersoon is hier natuurlijk slachtoffer, maar ze spreekt niet op een slachtofferige manier. Door de knulligheid te benadrukken, plaatst ze zichzelf boven de dader. Maar intussen heeft ze wel een verkrachting mee moeten maken. 

De verhalen over het leven van de hoofdpersoon zijn schrijnend, maar je hebt niet de neiging om haar zielig te vinden. Weliswaar struikelt ze van tijd tot tijd, of wordt ze af en toe ten val gebracht, ze kijkt naar haar kapotte knieën en loopt weer door. Er zit veel energie in de hoofdpersoon en in hoe ze zich aan ons presenteert. 

Controverse

Dat gebeurt vooral in de laatste afdeling, 'Controverse'. Toen ik bij het lezen daar was beland, had ik al geen enkele twijfel meer over het boek, dacht ik niet meer aan trucs of maniertjes, maar wilde ik alleen maar meer lezen in de eigenzinnige verwoording van Delphine Lecompte. In deze laatste afdeling kun je als lezer alleen maar naar haar op kijken. 

Het meest krachtig vond ik haar in het stuk 'De vulva en de toverstaf' waarin ze reageert op het gedoe dat er was rondom J.K. Rowling, die vrouwentoiletten niet toegankelijk wilde hebben voor transgendervrouwen. 

Lecompte begint in haar reactie bij zichzelf:

In meerdere gedichten word ik verkracht door veertien Bulgaarse laminaatverkopers, vijftien pedofiele tuinmannen, zestien norse lamaverzorgers en zeventien incestueuze imkers. 
In werkelijkheid waren ze niet met minder, maar wel verspreid over de tijd. De pijn was er niet minder om. Maar erover schrijven was toch een vorm van duiveluitdrijving. 
Dan keert ze terug naar J.K. Rowling en zegt dat het vrouwentoilet nooit een veilige haven is. 
Er zijn geen veilige havens voor het slachtoffer van seksueel geweld. Zelfs de eigen slaapkamer wordt een grimmige parade van nachtmerries en herbelevingen met boemannen en bietebauwen. 

Haar stuk, dat bijzonder krachtig is, besluit ze met te vertellen dat ze zich altijd veilig zal voelen in een ruimte die ze mag delen met transgendervrouwen. 

De onveilige ruimten zijn de ruimten waar mannen samentroepen: de wereld.  

Goulash en misogynie

En helemaal ten slotte:

Misschien nog deze tip voor moeders van zonen: leer jullie zonen zo rap mogelijk dat de vulva geldbeugel noch boksbal is. En dat Hongaarse goulash altijd te verkiezen valt boven misogynie. 

 Die Hongaarse goulash doet me dan toch weer glimachen. Die zullen we wel letterlijk moeten nemen, vrees ik en dat accepteer ik graag, zonder dat ik kan beredeneren waarom het niets anders dan Hongaarse goulash kan zijn. 

Tegelijkertijd doet het niets af aan alle gruwel die Lecompte ons toont: zie de wereld waarin we leven, zie de wereld zoals wij die maken. Dat is ook de wereld waarin ik het meestal vrij goed naar mijn zin heb. Blijkbaar zijn mijn oogkleppen nog prima in orde. 

Hameren

Jeroen Brouwers verzamelde zijn polemieken in Hamerstukken (2010). Ook Lecompte hamert. Ze houdt vurige pleidooien: voor polyandrie, voor irrelevantie, voor Arjan Peters, voor de Redneck, maar ook een 'Vlammend betoog tegen de Belgische psychiatrie (met een kleine nuancering)'.

In de epiloog schrijft ze een brief ('Lieve Gerrit Achterberg') aan de getormenteerde dichter, van wie we de gedichten waarderen maar die ons toch een ongemakkelijk gevoel geeft. 

Dat doet Beschermvrouwe van de verschoppelingen ook. Aan de ene kant ben ik onder de indruk: wat een boek! Maar het is tegelijkertijd wrang dat je kunt genieten van een boek dat gaat over dingen waarvan je een knoop in de maag krijgt. Het is onthutsend eerlijk, wat me de indruk geef dat ik het boek zowel moet lezen als eigenlijk niet mag lezen. Lezen van dit boek is een verwarrende exercitie. 

Aan het kopen van een dichtbundel van Delphine Lecompte kan ik intussen niet meer ontkomen. Op naar de boekhandel!

1 opmerking:

  1. Indrukwekkend. Het lijkt me alleen wel zwaar om te lezen omdat je weet dat dit vrouwen dagelijks overkomt. Dat mensen op deze manier met elkaar omgaan. Ik vraag me af of ik daar tegen kan om te lezen.
    Het boek van Primo Levi was het laatste boek waarvan ik dacht, en nu ga ik dit soort boeken niet meer lezen. Hoe waanzinnig goed ook.

    BeantwoordenVerwijderen