Mijn ouders gebruikten medicijnen die ik tegenwoordig nooit meer tegenkom. Zo herinner ik me de penicillinezalf, een gelig goedje uit een tube. Als ik een gat in mijn knie gevallen had, deed mijn moeder het op een gaasje en dat ging op de wond.
Pas nu vraag ik me af of je in die tijd antibiotica zonder doktersrecept kon krijgen. Indertijd vond ik het niet vreemd dat de tube gewoon in de la van het keukenkastje lag. Ik heb kort gezocht op Delpher en in oude kranten komt het geregeld voor, bijvoorbeeld hier. Het middel werd wel verkocht op plaatsen waarin veemarkten gehouden werden, dus mogelijk heeft mijn vader het ooit van 'de mart' meegebracht.
Indertijd werd al gewaarschuwd tegen het onoordeelkundig gebruik van het middel. Voor zover ik weet, heeft mijn vader het nooit voor het vee gebruikt.
Haarlemmerolie
Verder hadden we natuurlijk de Haarlemmerolie, een wijdverbreid middel. Ik gok dat al mijn ooms en tantes het in huis hadden. Het zou tegen zo'n beetje alles helpen. Volgens mij gebruikten wij het voornamelijk bij kiespijn en oorpijn. Een watje werd doordrenkt met de sterk ruikende olie en aangebracht in het oor of in de holle kies. Natuurlijk ging de pijn na een tijdje over en dan zou dat door de bruine vloeistof komen. Waarschijnlijk was het de placebowerking.
Dat er ook capsules waren met Haalemmerolie was iets van later datum, dacht ik, maar ik vond een advertentie uit 1940 waarin de capsules al werden aangeprezen.
| Suriname, Koloniaal Nieuws- en Advertentieblad 2 januari 1940 |
Levertraan
Als de 'r' in de maand was (van september tot en met april dus) slikten we een lepel levertraan. Aanvankelijk was dat traan, olie, met een smaakje: sinaasappelsmaak. Later was het de pure, gele olie. De eetlepels die wij thuis hadden, hadden een behoorlijke afmeting, dus het was een beste slok. In mijn herinnering hadden mijn zusje en mijn broertje er nogal moeite mee. Ik vond het ook helemaal niet lekker, maar ik nam maar snel de slok om ervan af te zijn. Mijn moeder erkende ook wel dat het goedje niet lekker smaakte en daarom kregen we meteen na de lepel olie een schep suiker. En daarna snel naar bed.
Net als de Haarlemmerolie was de levertraan in mijn jeugd al beschikbaar in capsules. Maar die hadden wij niet. Ik vermoed dat je met wat er in de eetlepel ging verscheidene capsules had kunnen vullen.
| Leeuwarder Courant, 4 januari 1958 |
Sloan's liniment
Verder was er Sloan, een al heel oud middel. Het zat in een flesje dat in een doosje zat en daarop stond het hoofd afgebeeld van een man met een snor. Later zou ik vinden dat die man op mijn ome Ab leek. Mijn moeder gebruikte het als ze last had van haar rug. Als je het spul erop smeerde (het was verkrijgbaar als zalf en als vloeistof), ging de huid gloeien en dat had blijkbaar een verlichtende werking.
De oudste advertentie voor dit middel kwam ik tegen in de Sheboygan Nieuwsbode, de oudste Nederlandstalige krant in Amerika, die bestond van 1849 tot 1861. De advertentie stamt uit 1851.
Hierboven staat maar een stukje van de advertentie. Het middel blijkt ook bedoeld voor hoornvee en paarden en werd gebruikt bij aandoeningen aan de 'galblaas, verrekking der pezen, kneuzingen, gekwetste pooten, ringbeen, gezwollen enkels, nekgezwel, wratten, spatten, fistel, zadelknobbel, verwrikking, kreupelheid, stijve pooten, stramheid, schurft en paardenziekte.' Letterlijk een paardenmiddel dus.
Sloan had ook Conditie Poeder, dat ook al een wonderbaarlijke werking had. Het verdrijft 'elke ontsteking en koorts, zuivert het bloed, maakt het vel los, reinigt het water en versterkt elk deel des ligchaams.' Verder heeft het zich een uitmuntend middel voor de volgende ziekten getoond: 'stijfheid, ziekte, vastheid der huid, gebrek aan eetlust, inwendige verrekking, geel water, ontsteking der oogen, vermoeijenis van harden arbeid; ook rhumatiek (gewoonlijk stijfheid genoemd) hetwelk in dit land voor zo menig paard doodelijk is. Het is ook een veilig en zeker middel voor hoest en verkoudheid, welke zoo vele noodlottige ziekten na zich slepen.'
Dat het ook helpt bij 'ziekte' is altijd handig. Dan kun je het overal voor gebruiken. Het tekstje is ondertekend door W.B. Sloan, die nog vertelt dat het middel volkomen veilig is: 'Deze remedies schaden nimmer en genezen altijd, indien de voorschriften worden opgevolgd.' Het hoofddepot bevond zich indertijd in Chicago.
Blijkbaar hebben de middelen van Sloan in de loop der jaren de oversteek over de oceaan gemaakt en waren ze zelfs in Herveld te koop. Zou mijn moeder het flesje bij Engeltje Dekker gekocht hebben? Toen ik klein was, werd er flink reclame voor gemaakt. En vaak hoefde er geen uitleg bij. Ik kwam een advertentie uit 1960 tegen waarin alleen verteld werd dat het overal verkrijgbaar was.
| Het Nieuws, Algemeen Dagblad, 17 mei 1960 |
Hoe dan ook, wij hadden een flesje Sloan's liniment in huis. We spraken de naam trouwens uit als 'Slowan'. Toen wij klein waren, moesten mijn zusje en ik onszelf soms bezighouden, omdat mijn ouders 'achter' aan het werk waren. Mijn vader molk de koeien en mijn moeder zal ze intussen wel gevoerd hebben en de deel geveegd hebben met een rijshouten bezem.
Toen mijn moeder eens binnen ging kijken of haar kinderen wel braaf waren en deur naar de gang opende, kwam de kat in paniek de deel op rennen. Hij ging via de stalladder de hooizolder op, likte zich driftig, maar werd daar niet rustiger door.
Mijn moeder haastte zich naar binnen, waar ze mijn zusje aantrof die op haar buik op de divan lag, met haar trui omhoog. De huid van haar rug, was helemaal rood. Mijn moeder zag het flesje Sloan's liniment en begreep meteen het verband. Ze nam mijn zusje op en hield haar rug onder de pomp om de Sloan van haar af te spoelen. 'Lientje had een zere rug', zei ik.
Ma snapte ook wel dat niet alles uit het flesje op de rug van mijn zusje terecht was gekomen. Ze vroeg me wat er met de rest van de inhoud gebeurd was. 'Dat heb ik op de poes gedaan', vertelde ik. Er is nog naar het beestje gezocht, maar het is nooit meer gevonden. Mogelijk heb ik door mijn gesmeer de dood van het dier op mijn geweten. Mijn zusje hield er geen nadelige gevolgen aan over.
| Nieuwe Vlaardingsche Courant, 14 november 1962 |
De foto boven deze bijdrage is uit 1962. In dat jaar werd ik drie en werd mijn zus een jaar oud. Ook de betreffende poes is te zien, die niet veel ouder geworden zal zijn dan op de foto. Hieronder nog een foto van mijn vader en moeder op de deel. In de vaten zat meel (of misschien ook wel biks) dat mijn vader er met de 'meelkop' uit schepte. Links achter aan de muur de 'kippenklok', die ervoor zorgde dat op een bepaalde momenten het licht in het kippenhok aan- of uitging.
Op deze foto zie je een trap tegen de hooizolder staan. In mijn herinnering was het een ladder, de 'stalleer'.

Ik kan die levertraan nog" proeven" als ik me die glibberige lepel voorstel. De suiker erna kreeg ik niet!
BeantwoordenVerwijderenDan mag je nu een snoepje nemen om de herinnering kwijt te raken.
VerwijderenGeweldig mooi verhaal !!
BeantwoordenVerwijderenDankjewel!
Verwijderen