zaterdag 28 mei 2016

Song sung blue (Knipoog 46)


'Open deur van jewelste' - zo begint het inleidende stukje boven het artikel van Haroon Ali over het Eurovisie songfestival, De Volkskrant 12 mei 2016. Ik begin eraan te wennen dat mensen niet meer de hele uitdrukking gebruiken, maar een stukje ervan. Ik heb het idee dat je nog steeds moet zeggen dat je een open deur intrapt.

Ik hoor ook van tijd tot tijd iemand zeggen 'bij wijze van', waarop ik de neiging heb om te vragen 'van wat?' ook al weet ik dat er 'bij wijze van spreken' bedoeld wordt. Het is een naar karaktertrekje bij me, dat ik draaglijk maak door tegen mezelf te zeggen dat het komt door de liefde voor nauwkeurig taalgebruik.

Maar eigenlijk wilde ik het helemaal niet over de open deur hebben. Mij viel de titel op: 'Song sung pink', wat een vette knipoog is naar 'Song sung blue' van Neil Diamond. In het artikel van Ali, dat ik overigens alleen maar vluchtig doorgekeken heb, probeert hij een antwoord te vinden op de vraag waarom bovengemiddeld veel homo's van het Songfestival houden.

Hij noemt het een 'open deur' wat hem ontslaat van het onderbouwen van zijn bewering. In heel Europa kijken er miljoenen mensen naar het Songfestival en er wordt massaal gestemd. Misschien houden ook wel bovengemiddeld veel hetero's van dit evenement.

Er is overigens wel onderzoek gedaan naar de muziekvoorkeur van homo's. Katrien Valgaeren schreef er een dissertatie over; je kunt die hier vinden en downloaden. Aan het eind van de dissertatie kun je zien welke nummers in de Homo Top 100 stonden in verschillende jaren. Abba scoort bijvoorbeeld goed.

Ik had verwacht dat ook Neil Diamond in die lijst zou staan, vanwege de verwijzing in de titel, maar dat is niet het geval. Ik herinner me 'Song sung blue' nog goed. Ik zal het indertijd gehoord heb op een piratenzender en in ieder geval hoorde ik het klinken vanaf de cassettebandjes die mijn kamergenoot op het internaat draaide. Hij had zo'n beetje alles van Neil Diamond.

Nog steeds kan ik goed luisteren naar 'Song sung blue'. Het zou geïnspireerd zijn op een thema uit het Pianoconcert nr. 21 in C groot van Mozart en dat kun je er nog steeds wel doorheen horen. In de Top 40 kwam het nummer tot plaats 4 en het duurde elf weken voordat het uit de toplijst tuimelde. Dat is een behoorlijke tijd. Geen wonder dat veel mensen de titel nog steeds kennen en als Haroon Ali 'Song sung pink' schrijft, denken heel veel lezers aan Neil Diamond.


donderdag 26 mei 2016

Genoeg meningen


De wereld gonst van de meningen. Je ziet het al in de dagbladen, waarin dagelijks aardig wat columns verschijnen en in het weekend is het helemaal raak: cohorten columnisten mogen dan hun mening geven. Niet alleen bij de kranten; er is geen periodiekje meer of er staat een column in. Kijk het maar na: het verenigingsblad van de spruitjeskwekers, het teamkrantje van de zwerkclub, de nieuwsbrief van de basisschool op boeddhistische grondslag of het contactorgaan van de sekswerkers – overal groeit het onkruid van de column.

Columns zijn er niet alleen in gedrukte vorm: bij bijeenkomsten van meer dan zeventien mensen komt er vaak een columnist opdraven. Die mag de mensen vermaken met zijn o zo originele gedachten, hij mag een mening verkondigen die bij de toehoorders ook al leefde en hij mag zelfs uitvaren tegen het publiek. Het is amusement, dus hij hoeft niet serieus genomen te worden. Men applaudisseert toch wel. Uit waardering, of omdat men blij is dat het afgelopen is.

Een column moet persoonlijk zijn. De columnist kan dus zijn particuliere mening ventileren en hij kan vooral ook blijk geven van zijn emoties, want meningen en emoties gaan tegenwoordig goed samen.

De trend om meningen en emoties op de eerste plaats te zetten heeft zich ook doorgezet buiten de columns, bij de nieuwsberichten bijvoorbeeld. Je verwacht feiten, waarheidsvinding, analyse, duiding, maar blijkbaar is die manier van verslaggeving niet sappig genoeg. Zo komen er bij het journaal altijd mensen in beeld die even mogen vertellen hoe verschrikkelijk het ontslag van honderd werknemers is of hoe blij ze zijn dat een coureur gewonnen heeft. Ze mogen in de microfoon roepen dat het schandalig is dat er in Ede Veldhuizen auto’s in brand worden gestoken. Die mensen blijken dan ook altijd te weten wat de juiste aanpak is. Die varieert van 'Opknopen die relschoppers!'  tot 'De burgemeester moet oprotten!'

Natuurlijk zijn er nog wel feiten te vinden, maar vaak staan de meningen erbij. Wie een hotel boekt, krijgt niet alleen te lezen welke kamers nog beschikbaar zijn en hoeveel een overnachting kost, maar ook beoordelingen, die elkaar overigens vaak tegenspreken: het personeel was vriendelijk en behulpzaam of juist honds; de kamer keek uit op de vallei of op de snelweg; het ontbijt veroorzaakte diarree op of juist constipatie.

De grootste concentratie meningen treffen we aan op de sociale media, altijd en over elk onderwerp. Als er een piek is in bijvoorbeeld de grofheid van de reacties, wordt daar weer een nieuwsbericht over gemaakt. Zo berichtte het journaal over de racistische en anderszins kwetsende reacties op het toetreden van Sylvana Simons tot de politieke partij DENK.

De hele tijd was het woord ‘Rascisme’ in beeld, met ‘sc’ dus in plaats van met een ‘c’. Ik merkte dat me dat stoorde. Ik ergerde me zo, dat misschien wel een deel van het nieuwsitem aan me voorbijging. Daar schaam ik me voor, maar het gebeurde wel.

Nu iedereen overal en altijd zijn mening kwijt kan, is eigenlijk iedereen columnistje geworden. Goed, je bent daarmee niet meteen een Bas Heijne of een Frits Abrahams, maar je kunt je toch eventjes verwant voelen als je bijdrage likes krijgt op Facebook of geretweet wordt op Twitter. Zoals een jogger zich vergelijkbaar kan voelen met Dafne Schippers, en een middelbare man op de fiets die soepel een heuveltje neemt, voelt zich misschien even Steven Kruijswijk.

Wij hebben allemaal onze mening over bijna alles en we tetteren die vrolijk (of juist boos) rond. Dat recht wil ik niemand ontzeggen. Niet alleen omdat ik niet vergeleken wil worden met Erdogan of Poetin, maar ook omdat ik denk dat het goed is dat mensen laten weten wat er leeft in hen en in hun biotoop.

Maar ik word weleens moe van al die meningen en ik hoef ze niet altijd te lezen of te horen. En eigenlijk hoef ik zo’n mening ook niet altijd te geven. Af en toe kan ik die natuurlijk toch niet voor me houden en dan plaats ik een stukje op mijn weblog. Maar ik ben er na vanavond niet meer maandelijks toe verplicht.

Daarom voelt het ook als een opluchting dat er nu een einde komt aan de reeks columns voor Dante, hoewel ik ze altijd met plezier heb geschreven en voorgelezen. U hebt intussen wel genoeg meningen gehoord.

Het is alleen jammer dat ik het zelfs in mijn laatste bijdrage voor Dante niet kon laten om meningen te verkondigen. Ik weet eigenlijk niet of ik daarmee de strekking van mijn stukje ondersteun of ontkracht. Maar ik ga me daar geen zorgen over maken: mijn columnvakantie is aangebroken.

Foto: Edwin Nieuwstraten

zaterdag 14 mei 2016

Het resultaat van zalvend beleid?

Ebru Umar is terug in Nederland en ze was te gast bij Jeroen Pauw. Ik heb dat niet rechtstreeks gezien, doordat ik nauwelijks televisie kijk, maar ik las het op Joop. Daar was het filmpje geplaatst waarin Pauw een kwartier lang een gesprek heeft met Umar. De tekst die erbij geplaatst is, begint met:
Ebru Umar, de Turks-Nederlandse columniste die door de Turkse overheid werd vastgehouden omdat ze ‘beledigende’ tweets de wereld in stuurde, is van mening dat er een dubbele standaard moet komen voor het Nederlanderschap. Dat verklaarde ze bij Pauw. Ze klaagde dat veertig jaar ‘zalvend beleid’ ertoe geleid heeft dat ze door andere Turks-Nederlanders werd aangegeven bij de Turkse autoriteiten. Ze wil dat er eisen aan het Nederlanderschap worden gesteld en dat er extra eisen moeten zijn als er sprake is van naturalisatie. Zo vindt ze bijvoorbeeld dat iemand met een Nederlands paspoort een buitenlandse leider niet ‘beter’ mag vinden dan de Nederlandse premier. 
Die tekst geeft aardig weer wat er gezegd is, al twijfel ik over die 'dubbele standaard'. Als je de tekst leest, heb je de indruk dat wat Umar gezegd heeft, een betoog is, een consistent geheel. Dat is het niet. Het was een talkshow, waarbij ze reageerde op vragen en waarbij ze te hooi en te gras wat gezegd heeft over Turkse Nederlanders, inburgering, naturalisatie en wat zij 'zalvend beleid' noemt. 

Het is dan ook de vraag of je iemand mag houden aan wat hij (zij, in dit geval) gezegd heeft. Als ze het allemaal van tevoren had kunnen bedenken, had ze het misschien anders verwoord. Een paar dingen zal ze ze achteraf toch wel bevestigen, vermoed ik: ze vindt dat het Nederlandse beleid gefaald heeft en ze wil eisen stellen aan buitenlanders die genaturaliseerd willen worden.

Falend beleid?

Heeft het Nederlandse beleid met betrekking tot van oorsprong Turkse Nederlanders gefaald? Umar noemt de zaken waar zij mee geconfronteerd wordt: dat veel Neder-Turken (zoals zij ze wel genoemd heeft) Erdogan steunen en haar zelfs verklikt hebben. Dat zij daar boos over is, snap ik wel. Ze moest immers zeventien dagen in Turkije verblijven, zonder dat ze de vrijheid had het land te verlaten. 

Veertig jaar zalvend beleid heeft opgeleverd dat ik zeventien dagen vast zat, zegt ze (ik parafraseer). Dat is wel kort door de bocht. Het Nederlandse beleid wordt hier als directe oorzaak gezien van hoe Turkse medelanders zich in deze kwestie gedragen hebben of nog steeds gedragen. 

Vergelijkingen zijn altijd link, omdat ze nooit helemaal opgaan. Maar ik waag me er toch aan. Van tijd tot tijd zijn er op de Nederlandse wegen ernstige ongelukken. Nog nooit heb ik daarbij iemand de handen ten hemel zien heffen en vertwijfeld horen vragen: waar is dat Nederlandse verkeersveiligheidsbeleid goed voor geweest als er nog steeds ongelukken gebeuren?

Misschien moeten we bescheidener zijn. Beleid heeft altijd een beperkte invloed op individuele mensen. Er vallen aardig wat verkeersslachtoffers, meer dan door terrorisme, maar we zijn niet bang als we in een auto stappen: de meeste keren gaat het goed. Het beleid moet afgerekend worden op het grootste effect, niet op de uitzonderingen. Ondanks de kans op een ongeluk, zijn de Nederlandse wegen relatief veilig. 

Ook wat betreft de integratie van Turkse Nederlanders moet het beleid niet afgerekend worden op degenen die Umar verklikt hebben of degenen zich afzetten tegen de Nederlandse staat. Wie even de klep van zijn laptop dichtdoet en de straat op gaat, komt weinig problemen tegen met Turkse Nederlanders. En wie het Jaarrapport Integratie 2014 bij het CBS opzoekt, stuit bijvoorbeeld op dit staatje:
In tien jaar tijd is het instroompercentage in het hoger onderwijs bij Turkse Nederlanders het meest gestegen: van 27 naar 48. Dat wil niet zeggen dat nu alles goed gaat, dat wil ook niet zeggen dat er geen problemen zijn, maar daartoe heeft dat 'zalvende' beleid dus ook geleid. 

Mogelijk heeft Ebru Umar wel gelijk: misschien geeft het mij een prettiger gevoel als ik denk dat alles goed gaat en misschien kijk ik liever niet naar de problemen. Het kan zijn dat ik daar meer oog voor zou moeten hebben. Maar de positieve uitkomsten van het beleid niet noemen, geeft ook een vertekend beeld. 

Eisen bij naturalisatie

En dan dat eisen stellen aan mensen die genaturaliseerd willen worden. Het probleem van Umar zal er niet door opgelost worden. De mensen die haar verklikt hebben, zijn voor een groot deel in Nederland geboren en hebben uit dien hoofde een Nederlands paspoort. 

Het stellen van eisen ten aanzien van iemands opvattingen vind ik verder een glibberig pad, waarop ik mij niet wil begeven. Ik denk dat het Nederlanderschap afhankelijk moet zijn van meetbaarheden: hoe lang iemand in Nederland is, of hij of zij een Nederlandse echtgenoot heeft enzovoort. 

In de Rijkswet op het Nederlanderschap, gedateerd 31 maart 2016, (artikel 6, vanaf lid 2) las ik echter wel: 

Iemand die Nederlander wil worden, moet dus een 'verklaring van verbondenheid' afleggen. Dat gaat verder dan wat ik zelf verzonnen zou hebben, maar ik geef toe dat je je kunt afvragen of we iemand Nederlander moeten maken die zich niet verbonden voelt met het land. 

Ik zou eerder de nadruk leggen op lid 4: dat je iemand geen Nederlander maakt waarvan je ernstige vermoedens hebt dat hij een gevaar oplevert. Die vermoedens moeten dan wel onderbouwd worden. 

Van iemands opvattingen, iemands voorkeuren, zou het Nederlanderschap niet mogen afhangen. Ook bij mensen die in Nederland geboren zijn, lopen de opvattingen immers uiteen: je mag voetbalfan zijn of een schijthekel aan voetbal hebben; je mag vinden dat wij zoveel mogelijk vluchtelingen op moeten nemen of dat wij de grenzen voor vluchtelingen moeten sluiten; je mag Erdogan een schurk vinden of een held; je mag christen of satanist zijn. 

Zolang mensen binnen de grenzen van de wet blijven, kun je de discussie met ze aangaan, om te laten weten dat je het wel of niet met hen eens zijn. Misschien zul je ze overtuigen, maar waarschijnlijk niet; mensen geven hun overtuigingen niet zo gauw op. Als mensen niet binnen de grenzen van de wet blijven, hebben we het strafrecht om hen te corrigeren.

Een verklaring van verbondenheid lijkt mij niet meer dan symboliek. Natuurlijk tekent iedereen die verklaring, maar het is niet mogelijk om iemand daaraan te houden en dat lijkt me maar goed ook. Willekeur ligt op de loer. 

Op Facebook kom ik dagelijks berichten tegen, naar ik inschat van autochtone Nederlanders, die enorm afgeven op 'de heren politici' die volgens hen het land naar de knoppen helpen. Ik schreef over hen in de column: 'Ik ben woedend'. Zouden zij de verklaring van verbondenheid willen tekenen?

Ebru Umar zei bij Pauw dat Turkse mensen niet genaturaliseerd zouden mogen worden als ze Erdogan beter vinden dan Mark Rutte. Ik weet dat ik hier haar standpunt verteken: ze formuleerde het algemener, maar iedereen dacht (vermoed ik) aan de situatie van Turkse Nederlanders. Misschien doelde ze op de volgende situatie: een Duitser woont al jaren in Nederland en wil nu het Nederlanderschap aanvragen. Krijgt hij dat niet als hij Angela Merkel beter vindt dan Mark Rutte? Dat lijkt me sterk.

Over het onderwerp is natuurlijk meer te zeggen. Op Joop stond 'fijntjes', naar aanleiding van de eisen die Umar gesteld wil hebben aan nieuwe Nederlanders: 
Daarmee lijkt ze onbewust een soortgelijk beleid als Erdogan voor te staan maar dat werd in het gesprek verder niet aan de orde gesteld.
Daar zit wel iets in, maar ik vind het ook een beetje flauw. We moeten de context van de talkshow niet uit het oog verliezen. Daarin roept iemand wel eens wat. 

Naar aanleiding van dat gesprek vroeg ik me wel af hoe ver inburgering en integratie  moet gaan. Het is prettig als mensen integreren, maar moeten we dat ook eisen als die mensen geen overlast veroorzaken?

Ik herinner me een interview met de weduwe van ds. J. Pannekoek. De dominee vertrok naar Chilliwack in Canada, maar overleed al na enkele maanden (in 1971). De exacte bron kan ik niet meer terugvinden, maar ik vermoed dat de weduwe Pannekoek al meer dan vijfentwintig jaar in Canada woonde, toen ze het interview gaf. Ze sprak toen nog alleen maar Nederlands en kon haar kleinkinderen niet verstaan. Dat vond ik triest, maar is zij daarmee tot overlast in het land waarin ze zich bevindt?

Over dit soort gevallen kunnen we van mening verschillen. Integratie is een mooi streven, dat we steeds in het oog moeten houden, maar geen eis die we moeten stellen, lijkt me. Verder heb ik het idee dat de wens tot integratie steeds meer vervangen wordt door de eis tot assimilatie. Daar moeten we het misschien een andere keer nog over hebben. 

dinsdag 10 mei 2016

Toch een geluk (Barbara Stok)


Tweemaal eerder kwam Barbara Stok hier ter sprake. Ik schreef over Lang zal ze leven! en over Vincent. In mijn jaarlijstjes kreeg het eerstgenoemde boek een eervolle vermelding, het tweede kwam bij de beste tien terecht.

Over Barbara Stok hoef ik eigenlijk niets introducerends meer te zeggen. Velen kennen haar werk en houden ervan. Ik ben ook zo iemand. Het werk van Stok komt dicht bij de lezer, doordat het zo menselijk is. Ze neemt zichzelf als personage, een mens die net zo onvolmaakt is als wijzelf zijn. Helden zijn er om te bewonderen, de personages van Stok zijn er om te herkennen. Het zijn spiegels voor ons.

Het personage Barbara Stok heeft natuurlijk haar zorgen, maar ze heeft ook iets blijmoedigs, getuige ook de titel, die terugkomt bij een tekening waarin Barbara met Ricky (waarschijnlijk) door de regen lopen: 'Toch een geluk dat we onze regenjassen mee hebben.' Ook in andere plaatjes of verhaaltjes blijft ze, ondanks tegenslagen haar optimisme behouden. Ze blijft de positieve kant zien. Ook blijkt herhaaldelijk hoe ze geniet van kleine dingen.

Ze probeert te leven als goed mens en natuurlijk schiet ze daarin tekort. Als ze een kras op haar auto ontdekt, probeert ze geen woede of teleurstelling te voelen. Het is immers maar een kras. Maar de woede is sterker dan haar rationalisaties.

In afwijking van veel van haar andere boeken komt er ook onversneden proza voor in Toch een geluk. Daar begint het boek al min of meer mee: een stukje waarin de mens met het dier wordt vergeleken. Het deed mij te veel aan als een dagsluiting: te zoet, te deugdzaam en ook te weinig origineel. Het is een van de weinige tegenvallers in het boek.

Veel proza wordt gebruikt als Stok vertelt over haar Vincentproject: hoe ze daarin dook en hoe ze zich groef in Vincents wereld. Dat het boek zo succesvol werd. Dat was heel prettig, maar het bracht ook veel drukte met zich mee. In brokjes, verspreid over het boek, vertelt ze het verhaal. Het is een succesverhaal en tegelijkertijd laat ze zien hoe de twijfel bij haar toeslaat. Het is een mooie blik in de keuken van de tekenaar.

Het wordt Stok duidelijk welk beeld ze van Vincent wil schetsen: niet alleen maar een tragisch figuur. Ze denkt aan de publiciteit, maar hoort dan dat er nog iemand met een stripboek bezig is. Dat zal het boek van Teun Berserik zijn geweest. Zijn boek besprak ik hier: mooi getekend, maar te braaf, te uitleggerig. Ik vond het indertijd onbegrijpelijk dat dit boek een penning kreeg en het boek van Stok niet. Ik heb het vaker geschreven, maar het kan geen kwaad het te herhalen.

De drukte rond Vincent valt Stok zwaar, net als het niet meer hoeven werken aan het boek. In een mooie scène praat ze erover met Van Gogh.

Verder in het boek het gebruikelijke 'kleine' werk: losse tekeningen, korte verhaaltjes en ook een tekening met de betreurde Peter Pontiac. Het aardige is dat Stok geen ingenieuze plots nodig heeft. In haar werk hangt een sfeer, waarin je gemakkelijk meegaat. Je leest haar om haar manier van vertellen, om haar stem, waarnaar je graag luistert.

De tekeningen zijn eenvoudig en daardoor ingenieus: ze zijn teruggebracht tot de essentie. Met minieme middelen weet Stok de emoties van haar personage duidelijk te maken. De decors zijn vaak sober, waardoor je meteen de kern van een tekening meekrijgt.

In een kort verhaal is haar timing uitstekend: rustig genoeg en net genoeg vaart.

Maar haar werk is meer dan een goede techniek. Ik denk dat het vooral aankomt, doordat het compromisloos eerlijk is. Stok durft te kijken naar de wereld en naar zichzelf, zonder afstand te nemen. Haar blik is mild, maar scherp. Haar observaties zijn raak, of je het nu eens bent met de conclusies die ze daaruit trekt of niet. Doordat het werk zo geloofwaardig is, heb je als lezer geen enkele reserve. En omdat Stok je geregeld breed laat glimlachen of grijnzen, is het lezen van haar werk een heel prettige bezigheid.



maandag 9 mei 2016

Als de winter voorbij is (Thomas Verbogt)



Bij Thomas Verbogt vergeet ik vaak welke inhoud bij welke titel hoort. Zijn titels lijken inwisselbaar. Of ik Verdwenen tijd, Vroeg licht of Kleur van geluk gelezen heb, weet ik meestal pas als ik het boek in handen heb. De titel roept bij mij niet de inhoud op.

Als ik nog wel weet waarover het boek gaat, bijvoorbeeld bij Perfecte stilte, misschien wel het beste boek dat ik van Verbogt, staat mij toch beter bij dat het een Verbogtboek is, met de sfeer die daarbij hoort, dan de details van de gebeurtenissen.

Van Verbogt heb ik intussen heel wat boeken gelezen. Op Bunt Blogt tref je alleen stukjes aan over Kleur van geluk en Herfst in het oosten. Over andere boeken schreef ik voor andere media. De stukken daarover zijn achter een betaalslot verdwenen.

In bijna alle boeken van Verbogt is de hoofdpersoon een peinzende man, die goed observeert. Hij ziet en hoort dingen om zich heen en denkt daarover na. Hij heeft een melancholische inslag en is mild voor zijn omgeving. Dat is ook zo in Als de winter voorbij is. 

De ik-figuur in het boek, die ook Thomas heet en wel het een en ander van de auteur geleend zal hebben, trekt in bij zijn vriendin Aimée. Hij gaat verhuizen naar Amsterdam. Daartoe moet hij zijn spullen schiften. Dat is altijd een goede manier om herinneringen boven te halen.

In de herinneringen draait het om verschillende meisjes/vrouwen, zoals Becky, een pleegdochter van zijn ouders, die voor Thomas als een oudere zus was. En Lin Mitchell, die hij op de middelbare school leerde kennen. Hij was al geslaagd en zij was aan het einde van het eerste leerjaar.

Schuld is een centraal thema in Als de winter voorbij is. Thomas denkt van veel dingen dat ze zijn schuld zijn. Tegelijk vermoedt hij dat hij op die manier zijn echte schuld, zijn grote schuld, ontwijkt. Zowel bij wat Becky als bij wat Lin overkomt, vermoedt hij dat zijn aanwezigheid of zijn manier van doen heeft bijgedragen aan wat hun overkomen is. Ik hou de gebeurtenissen wat vaag, om niet te veel weg te geven van de inhoud.

Thomas bevindt zich in een fase van zijn leven, waarin hij tot nieuwe inzichten komt. Al op bladzijde 39 lezen we:
Het grootste deel van mijn leven dacht ik dat je een leven moest leiden om dat te veránderen, beter te maken, voller, avontuurlijker, misschien gaat het daar ook wel om, dat je dat doet dus, maar misschien moet er op een gegeven moment, op een moment dat je jezélf geeft, wel een ándere beweging komen, dat je zegt: dit is het en hiermee wil ik het doen. Dat is geen stilstand of berusting, je hebt je tijdens je leven van alles eigen gemaakt, je hebt ervaringen opgedaan, in je hoofd een hutkoffer vol herinneringen, kan dat niet allemaal je leven worden? Een voorwaarde lijkt me wel dat het overzichtelijk is, dat je min of meer weet wat Het Materiaal is. 
Drie keer een accent, hoofdletters in de laatste zin: Verbogt wil voorkomen dat het de lezer ontgaat wat hij wil zeggen. Verbogts hoofdpersoon is in dit boek bezig om te voldoen aan de voorwaarde in de laatste zin. Hij kijkt terug en ordent dus.

Behalve over het schuldgevoel krijgt Thomas duidelijkheid over hoe zijn positie ten opzichte van anderen is. 'Ik weet niet hoe ik bij andere mensen moet horen', zegt Thomas al in het begin van het boek. Verderop ziet hij zichzelf als een man die bang is om aangeraakt te worden, in brede zin.

Wat voor de hoofdpersoon geldt, geldt misschien ook wel voor Verbogt. Maar wat zegt dat over zijn boeken? Heeft hij zich verborgen in zijn boeken, omdat hij niet aangeraakt wil worden? Of laat hij zich daarin juist zien, omdat hij zich in werkelijkheid niet wil laten raken? En treedt hij nu voor het eerst de lezer onafgeschermd tegemoet?

In Als de winter voorbij is hecht Thomas niet zoveel waarde aan de 'werkelijkheid'. Het gaat niet om de werkelijkheid, maar om de waarheid, zoals zijn overleden schrijversvriend Bart Winters al zei. Wat bedacht is, is niet minder werkelijk en zeker niet minder waar dan wat je om je heen ziet. Thomas vindt dat hij geen beelden van het verleden oproept, als hij terugdenkt, maar het verleden is aanwezig op het moment dat hij eraan denkt.

Zo vergaat het ook met de lezer. De personages die Verbogt schept, zijn bij ons als we over hen lezen. Thomas is er, omdat wij over hem lezen. En als hij nadenkt over schuld, kunnen wij niet anders dan met hem meedenken.

Verbogt houdt van personages die zichzelf beschouwen. Thomas neemt een besluit, maar neemt tegelijkertijd waar dat hij door dat besluit overvallen wordt. Dat soort mensen. In zo'n beetje alle boeken van Verbogt. Dat vind ik prettig. Verbogt is niet de schrijver van de stevige waarheden die als blokken voor ons staan, hij is de schrijver die vragen stelt aan zichzelf, aan zijn personages, aan zijn lezers om erachter te komen hoe het zit. En als hij erachter komt hoe dat zit, zet hij daar het liefst weer een vraagteken achter. Dat schept ruimte.

Daarbij hanteert hij een stijl niet zoveel aandacht trekt, maar waarin de zinnen altijd heel zorgvuldig zijn geformuleerd. Om sommige zinnen moest ik grinniken: 'Nee, zieligheid haat ik. Dat vind ik iets voor dikke meisjes.' Of: 'Woorden die bij deze rivier horen, vooral wanneer de zon erin schijnt en de lucht zo katholiek hemelsblauw is.'

De onnadrukkelijkheid van zowel de personages als de loop van het verhaal, vind ik aangenaam. Als Verbogt verwijst, doet hij terloops, niet om geprezen te worden voor zijn mooie verwijzingen. Het fraaiste voorbeeld vond ik het hoofdstukje 'So what'. De dertienjarige Lin kust de bijna twintigjarige Thomas twee keer snel na elkaar. So what? Wat stelt het voor. Maar doordat we weten dat Lin van jazz houdt, horen we Miles Davis al op de achtergrond spelen, zonder dat Verbogt die hoeft te noemen.

Als de winter voorbij is is vergelijkbaar met verschillende andere boeken van Thomas Verbogt. Toch krijgt pas dit boek brede aandacht bij het publiek. Misschien omdat verschillende thema's uit het werk van Verbogt erin samenkomen en misschien ook omdat dit boek net wat dieper gaat: de hoofdpersoon beziet zichzelf scherper, laat zichzelf niet wegkomen met gemakkelijke antwoorden. En waarschijnlijk toch ook door het verhaal, door de schrijnende geschiedenissen van Becky en Lin.

Het werk van Verbogt heeft altijd iets bescheidens, juist door de aarzelende en zoekende personages. Dat maakt zijn werk aangenaam en sympathiek, maar zelden indrukwekkend. Daarom verbaast het me dat dit boek doorgedrongen is tot de shortlist voor de Libris Literatuurprijs. Ik denk dat iedereen het de prijs gunt, maar misschien is het daar net iets te weinig pregnant voor, qua thematiek of stijl. Maar ja, dat dachten we in het verleden ook over de boeken van Alfred Kossmann en ook hij ging er met een grote prijs vandoor.

Het mooie van de nominatie is dat meer mensen nu kennisgemaakt hebben met het werk van Verbogt. Toen ik eenmaal een roman van hem had gelezen, sloeg ik (bijna) geen boek meer over. Grote kans dat Verbogt nu definitief een groter publiek heeft bereikt. Gelukkig maar. Voor zowel Verbogt als voor zijn lezers.

donderdag 5 mei 2016

Dood aan de andersdenkenden!

Gisteren, op 4 mei, schreef Tunahan Kuzu (in de Tweede Kamer namens DENK) een opiniërend artikel in Trouw met de titel 'De stigmatisering groeit net als in de jaren dertig'. In het artikel vraagt Kuzu aandacht voor de situatie waarin de Tweede Wereldoorlog kon ontstaan:
Beseffen we in die twee minuten van totale bezinning ook hoe de Tweede Wereldoorlog heeft kunnen plaatsvinden? Hoe een minderheid in de samenleving door een meerderheid tot ongewenst werd bestempeld? Hoe diezelfde minderheid stelselmatig werd beschimpt en in een kwaad daglicht werd gesteld? En hoe een groot deel van de maatschappij niet besefte wat er werkelijk aan de hand was? En zien we misschien ook de parallellen met onze huidige samenleving, waarin moslims en mensen met een migrantenachtergrond worden verdrukt?
De situatie van toen acht hij vergelijkbaar met die van nu. Om een soortgelijk gevolg te voorkomen, moeten we iets doen, vindt Kuzu:
We moeten in verzet komen tegen xenofobisch nationalisme. Niet het type verzet waarbij we onder het mom van vrijheid van meningsuiting anderen tot op het bot kwetsen. Maar verzet waarbij we opstaan tegen de verrechtsing van Nederland, de verruwing van onze omgangsvormen en de verharding van onze harten.
Voor de goede orde: Kuzu pleit er  niet voor om de Dodenherdenking een andere inhoud te geven. Daar is elk jaar weer gedoe over. Wie moeten we herdenken? Mogen we ook Duitse oorlogsslachtoffers herdenken? Bij de plechtigheid die ik gisteren meemaakte, sprak iemand namens de gemeente Overbetuwe ook over slachtoffers van terrorisme.

En Prem Radhakishun twitterde gisteren:


Dat wil Kuzu allemaal niet. Hij vraagt alleen om bij het terugdenken aan de Tweede Wereldoorlog ook eens te bedenken hoe die heeft kunnen ontstaan en roept ons op ervoor te zorgen dat dat niet nog een keer gebeurt.

Dat Kuzu zich uitgelaten had, kwam ik te weten doordat iemand onderstaande bijdrage had gedeeld:

De bijdrage is intussen 286 keer gedeeld en meer dan tweeduizend mensen hebben die 'geliket' door op welk icoontje dan ook te klikken. 

Op het bericht werd meer dan 750 keer gereageerd. Die reacties heb ik niet allemaal gelezen. Bij 150 ben ik gestopt. Intussen had ik wel een redelijke indruk van de gemiddelde strekking. 

Wie op de link op Facebook klikt, komt op de site van PowNed. Daarop staat de link naar het artikel in Trouw en een filmpje waarop Kuzu zijn artikel voorleest. Het is de vraag of mensen dat filmpje helemaal gezien of het artikel helemaal gelezen hebben. Het kan zijn dat reageerders alleen afgegaan zijn op het artikel op PowNed of op het inleidende stukje van Steun de PVV.

Er zijn maar weinig reageerders die inhoudelijk ingaan op wat Kuzu schrijft. Een enkeling onderschrijft de visie van Kuzu dat de manier waarop er voor de oorlog op Joden werd gereageerd vergelijkbaar is met de manier waarop moslims nu behandeld worden. Op de site van  PowNed schrijft Synecdoche: 'Er is één groot verschil: joden gaven geen aanleiding.' Blame the victim: als moslims slecht behandeld worden, hebben ze het er zelf naar gemaakt. 

De meeste andere reacties komen neer op:
- vertekenen van het standpunt: bijvoorbeeld zeggen dat Kuzu vindt dat we tijdens de Dodenherdenking moslims moeten gedenken of vertellen dat Kuzu niet weet dat de Dodenherdenking al lang niet alleen maar gaat over de Tweede Wereldoorlog. 
- Kuzu aanspreken op de genocide op de Armeniërs.
- schrijven dat Kuzu in de slachtofferrol kruipt.
- Kuzu aanspreken op het feit dat hij Turks is en zeggen dat hij dus wel een vriend van Erdogan zal zijn. 
- schrijven dat Kuzu terug moet naar Turkije. Hij is geen Nederlander, omdat hij twee paspoorten heeft. Of zeggen dat iemand die in Nederland geboren is, daarmee geen Nederlander wordt: als een hond in een paardenstal geboren wordt, is het nog geen paard. 
- veel gescheld
- bedreigingen

Wat dat laatste betreft: er zijn verschillende reageerders die Kuzu zelf wel willen doden. Een bloemlezing uit de bedreigingen (waarbij er eentje aan het adres is van iemand die het voor Kuzu opneemt):





Verschillende reageerders verklaren dat niet de moslims onderdrukt worden, maar juist de Nederlanders en dat het niet lang meer zal duren voordat de moslims de macht overnemen. In hoeverre die angst echt bestaat, kan ik moeilijk beoordelen.

En blijkbaar vinden verschillende mensen dat Kuzu hun de les leest. Met het belerende in het artikel van Kuzu valt het nog wel mee, vind ik, maar uit de reacties blijkt dat mensen vinden dat Kuzu zijn mond moet houden.

Uit alle reacties blijkt in ieder geval dat Kuzu gelijkheeft. Kuzu schrijft, ik citeerde het al, dat een minderheid tot ongewenst wordt bestempeld, stelselmatig beschimpt wordt en in een kwaad daglicht wordt gesteld. Dat is precies wat er in de reacties op zijn artikel met hem, als vertegenwoordiger van die minderheid, gebeurt.

Ik kan me voorstellen dat mensen het helemaal niet met Kuzu eens zijn, maar dan zouden ze uit moeten leggen waarom niet. Nu wordt er op de man gespeeld, het argument jij-ook wordt gebruikt (kijk eerst maar eens naar de genocide op de Armeniërs), maar nooit krijgt hij inhoudelijk weerwoord.

Dat de reageerders met hun reactie zichzelf diskwalificeren, lijken ze niet te merken. Iemand schrijft: 'Pleur toch op met je vieze Gore rotkop en neem je verdere rotzooitje mee, respectloze vetnek'. Er is moeilijk iets aan te wijzen in het artikel van Kuzu dat respectloos is. De reacties zijn dat zo ongeveer allemaal.

De gemiddelde Facebookvriend van Steun de PVV blijkt weinig op te hebben met de vrijheid die de PVV nog steeds in de naam en daardoor in het vaandel heeft. Als iemand een andere mening heeft, moet hij op zijn minst zijn kop houden of oprotten naar zijn eigen land. Maar eigenlijk moet hij dood.

Bastiaan Rijpkema schreef een boek over weerbare democratie, met daarin de vraag: wat moeten we doen als een democratisch gekozen partij de democratie wil afschaffen? Ik schreef daarover hier. Het niet accepteren dat er mensen zijn met andere meningen, lijkt me een anti-democratische tendens. Bij een kleine bevolkingsgroep, schat ik in, maar wel een bevolkingsgroep die veel lawaai maakt. In een latere bijdrage zal ik terugkomen op anti-democratische tendensen.

Kuzu stelt terecht dat we alert moeten zijn op ontwikkelingen in onze samenleving. Dat moslims of Nederlanders met een allochtone achtergrond het gemiddeld genomen moeilijker hebben dan autochtone Nederlanders lijkt me evident. De manier waarop over sommigen van hen gesproken wordt, gaat ver over de schreef, zoals in dit geval is gebleken.

Naschrift: Ron de Weerd wees me erop dat de opmerking over de tweet van Prem niet klopt:
Bij dezen rechtgezet.

Wellicht bent u ook geïnteresseerd in: Het resultaat van zalvend beleid?

woensdag 4 mei 2016

X & Y (Franca Treur)


Romans verkopen beter dan korte verhalen, gemiddeld genomen. Blijkbaar heeft de gemiddelde lezer een voorkeur voor werk van de wat langere adem. Een schrijver die een paar bundels met verhalen heeft gepubliceerd, krijgt dan ook vroeg of laat de vraag wanneer er nu een roman komt. Dat is blijkbaar het echte werk. Er zijn wel verschillende pogingen ondernomen om het korte verhaal populair te maken, bijvoorbeeld door bloemlezingen op de markt te brengen, maar ik heb het idee dat dat niet echt geholpen heeft.

Dat is zonde, want er waren en er zijn auteurs die geweldige verhalen hebben geschreven: F.B. Hotz, Sanneke van Hassel, Louis Couperus, Elma van Haren, Belcampo, Elke Geurts, Bernlef, Remco Campert, om er te hooi en te gras een paar te noemen.

Naast het korte verhaal hebben we ook het heel korte verhaal. Sinds A.L. Snijders worden die verhalen ook wel aangeduid met ZKV, Zeer Kort Verhaal. Snijders komt vaak zelf in zijn zeer korte verhalen voor: het gaat om dingen die hij meegemaakt heeft, boeken die hij gelezen heeft, verhalen die hij gehoord heeft.

Franca Treur heeft met X & Y ook een bundel met heel korte verhalen geschreven, maar ze komt daar niet zelf in voor. Er zullen best verhalen in staan die teruggaan op wat ze zelf heeft meegemaakt, maar ze worden gepresenteerd als fictie. Ze deden me een beetje denken aan de 'miniaturen' die C. Buddingh' schreef in bijvoorbeeld Een rookwolkje voor God (1982).

De x en de y uit de titel doen denken aan de onbekenden in wiskundeopgaven. Ook in het dagelijks taalgebruik komt 'een x aantal' wel voor, als we niet precies weten om hoeveel het gaat. Dat zou betekenen dat de verhalen gaan over min of meer willekeurige mensen. We komen dan ook in elk verhaal andere namen tegen; alleen de naam Jacob komt een keer of drie voor.

We kunnen ook denken aan het x- en het y-chromosoom. Veel van de verhalen gaan over vrouwen en mannen.

Aan de korte verhalen van Treur moest ik even wennen. Omdat ze echt heel kort zijn, gaat de schrijfster met grote stappen door de gebeurtenissen heen: zo snel mogelijk naar de kern en dan, soms bijna gehaast, afronden.

Niet alle verhalen hebben een duidelijke plot. Bij bijvoorbeeld het hilarische verhaal 'Op zijn gemak' stopt het verhaal vlak voor de ontknoping en dat is precies op het goede moment. Bij sommige verhalen vond ik het slot net een beetje tegenvallen, misschien juist doordat er gezocht is naar een manier om het verhaal rond te maken ('Verrast', 'Fladderig'). Maar van de meeste gevallen heb ik zonder reserve genoten.

Verschillende keren schrijft Treur over misverstanden tussen mensen, over momenten waarop het net niet helemaal goed zit tussen hen. Een vrouw wil niet te snel reageren op een bericht, omdat ze niet te gretig wil lijken, maar daardoor geeft ze een signaal af wat ook niet gewenst is. Een andere vrouw wordt gebeld, net op het moment dat ze een tent op zolder heeft gevonden. Ze denkt goed te kunnen doen door de tent beschikbaar te stellen, maar dan blijkt de belster heel iets anders van haar te willen.

Vaak zijn het kleinigheidjes: een vrouw is een zakdoekje, ooit cadeau gekregen, kwijtgeraakt. Zo'n kleinigheid is voor de ander minder klein, omdat het een symbool wordt. In dit geval staat het voor het slordig omspringen met cadeaus en als je er op die manier naar kijkt, vind je al gauw meer argumenten.

Het is fijner om te schrijven (en te lezen) over wat er niet helemaal goed gaat, dan over het gladde watertje van geluk en tevredenheid. De bijna rapporterende stijl die Treur gebruikt, werkt daarbij goed. Ze laat ons zien hoe mensen onhandig of kwaadaardig zijn en gaat daar niet als vertelster tussen zitten. Zo schetst ze in het verhaal 'Aardigst' een ronduit onuitstaanbaar persoon, die door de omgeving w ook nog met veel begrip wordt aangehoord. Treur hoeft het alleen maar te laten zien, maar ik vermoed dat iedere lezer dezelfde indruk en waarschijnlijk ook hetzelfde oordeel zal hebben.

Bij 'Aardigst' staat er een fraaie illustratie van Olivia Ettema, die helemaal klopt met het verhaal. Eigenlijk is dat  bij alle illustraties het geval. Het zijn sobere tekeningen, waarbij de personen in vrij dikke lijnen worden getekend. De vlakken zijn met de hand ingekleurd. Soms doet de plaatjes denken aan viltstifttekeningen. De grotere vlakken zullen wel met penseel en waterverf zijn gedaan.


De omslagillustratie komt ook voor als illustratie bij het verhaal 'Emotionele waarde', maar er zijn wel verschillen. Op de tekening voorop komen bijvoorbeeld kleine zwarte lijntjes voor, zoals je bij linosnede of houtsnede wel ziet. Ook de lijken de lijnen, in vergelijking met het plaatje bij het verhaal, bijgewerkt, evenals de inkleuring.

X & Y is een heerlijk boek, vol leessnacks die je snel tot je kunt nemen. Enkele verhalen zullen me zeker bijblijven. Om het slot van 'Makkelijk' blijf ik, ook na herhaalde herlezing, lachen. En natuurlijk riep 'Slacht' de dorpsjongen in mij wakker.

Bij ons werd er aan huis geslacht, door Piet Petoet, die we van mijn moeder niet zo mochten noemen, maar als hij binnenkwam, wees hij met zijn kromme wijsvinger naar mij en vroeg: 'Hoe hiet ik?' Als ik dan toch 'Piet Petoet' zei, grijnsde hij. Waarom hij zo genoemd werd, weet ik niet. Mogelijk is hij als stroper enkele keren opgepakt. Hij droeg zijn bijnaam als een geuzennaam.

Na het 'afhakken' stuurde mijn moeder mij op de fiets langs familieleden om een 'hutspotje' te brengen. Bijvoorbeeld wat verse worst en een paar karbonaden. Die wereld was weer helemaal terug bij  het lezen van 'Slacht'. Ik heb het intussen al voorgelezen. Toch lijkt 'Slacht' zich niet in een ver verleden af te spelen. Je leest het als een hedendaags plattelandsverhaal.

Over het vorige boek van Franca Treur was ik niet zo positief, maar voor X & Y wil ik wel reclame maken: lezen!

dinsdag 3 mei 2016

De zomer haalt nog één keer uit


Breukers was ooit de spil van de site De Contrabas, ooit lid van het Utrechtse dichtersgilde, verschillende keren onderwerp van gegons over buitenliteraire zaken. Maar vooral is hij iemand die altijd tot zijn nek in de literatuur heeft gestaan, als redacteur, dichter, essayist, romanschrijver, uitgever.

Over zijn boeken heb ik eerder bericht. Hieronder staat een lijstje met links. Ik was bijvoorbeeld erg tevreden over Het eerste gedicht, waarin Breukers naar voren komt als een nauwkeurig poëzielezer. En ook heb ik waarderend geschreven over Een zoon uit Limburg.

Nu is er een gedichtenbundel, De zomer haalt nog één keer uit. Graag had ik ook daar waarderend over geschreven, maar eerlijk gezegd deden de meeste gedichten me niet veel. Ze zitten aardig in elkaar, met hier een treffende vergelijking en daar een rake zin. Degelijke gedichten, waarbij een slot soms verwijst naar het begin van het gedicht, de schroefjes keurig aangedraaid, zodat er niets rammelt.

Veel melancholie, soms iets olijks, nu en dan wat knorrigheid of wat verdriet. Haat zelfs: 'Ik weet niet waar ik met mijn haat naartoe moet', schrijft Breukers. Nou, niet naar het gedicht blijkbaar. Want hoewel de haat ook aan het slot genoemd wordt, is die niet voelbaar. Er wordt een barbecue op een schoolplein genoemd. De 'ik' in het gedicht zal daar niet gezellig zijn braadworst om gaan keren. Maar haat? Ik haal het er niet uit.

Dat geldt zo'n beetje voor de hele bundel. De gedichten komen op me over als maakwerk. Niet slecht gemaakt, maar ik mis de ziel, ik mis de noodzaak, de inzet. Met één uitzondering:
Dochters
Voed mijn dochters op en maak er vrouwen van.
Stuur ze naar me toe, bewapend, ruisend, klaar.
De vader die ik zelf niet had, de vader die ze missen,
de vader met de lege handen en het bange hart.
Voed mijn dochters op en lever hellevegen af.
Pook het vuur dat in hen sluimert op. Het kan, 
het lukt je wel. Je moederhaat als aanmaakblok,
je vrouwentoorn als lucifer. Je minnaressenhoon.
Voed mijn dochters op en laat ze in de wereld los.
Straks gaan ze. Dat ze mannen, ooit, tot vader slaan,
hoe ze ongelukkig zijn of niet, grenzeloos, ontaard.
Voed mijn dochter op en jaag ze naar me toe. 
Je kunt dit gedicht pathethisch noemen. Dat bange hart is misschien een beetje te, en dat sluimerende vuur is misschien clichématig en misschien zitten er meer vlekjes op. Maar ik geloof dit gedicht wel en dat geldt voor veel van de andere gedichten niet.

Nogmaals gezegd: dat zijn helemaal geen slechte gedichten, maar ze zijn me te veilig. Er lijkt nooit echt iets op het spel te staan. Aangename gedichten, maar juist dat heb ik erop tegen.

Soms blijf ik haken aan een zin. Over een kat: 'Ze droeg / een muizenlijkje als ging het om haar kind.' Soms is er een strofe die bij herlezing geheimzinnig wordt:
Een hond werd al gebiedender geroepen. Voor een huis
stond iemand iets te roken, een man die sprekend op mijn
vader leek. Hij stond te dromen met het ganglicht achter zich.
Het is me te weinig. Ik kan me voorstellen dat anderen wel genieten van de bundel, dat ze het mooi vinden dat er verwijzingen naar Nijhoff, Rilke en Ian Dury in zitten, dat ze de toon in veel gedichten prettig ingehouden vinden. Ik kan het begrijpen en misschien ligt het wel gewoon aan mij en ben ik niet de goede lezer voor deze gedichten. De meeste zijn aan mij in ieder geval niet besteed.

Chrétien Breukers, De zomer haalt nog één keer uit. Gedichten.
Uitgeverij Marmer, Baarn 2016. 48 blz. € 15,-

Andere bijdragen over Breukers
Lot
Een zoon van Limburg
Naar een einde waar niemand ons bijstaat
Het eerste gedicht
Chrétien Breukers en de paus