donderdag 26 april 2012

Magie


Maandag is het Koninginnedag. U snapt dat ik de fruitmand al vol gestapeld heb met sinaasappels en kaki´s, dat de blikken tomatensoep en de bossen wortels al in de kelder liggen en dat de flessen oranjebitter klaar staan. Ik heb mijn sjerp al gestreken, de oranje krullenpruik hangt al aan de kapstok en als hoofddeksel had ik gedacht een pluchen oranje koekoeksklok met het opschrift ´tied vur een klökske’. Koninginnedag is immers feestvieren en van mijn kinderen heb ik begrepen dat ik dan uit een dak moet gaan, hoe dan ook.

Ach ja, kinders, sprak opa en hij lurkte aan zijn pijp, dat was vroeger anders. Op Koninginnedag gingen we naar school en dan liepen we met de hele klas naar het plein voor het gemeentehuis in Andelst. We gingen daar keurig in een carré staan, als waren we een cohort Romeinse soldaten, we zogen onze longen vol lucht en we zongen.

De wonderlijkste teksten, over de blanke top der duinen, die schitterde in de zonnegloed; over de Noordzee die vriendelijk bruisend onze smalle kust begroette. Dat we daar aan het vlakke strand juichten: ‘k Heb u lief, mijn Ne-hederland. ‘k Heb u lief, mijn Ne-hederland! Ik weet niet of ik toen al ooit aan het strand was geweest en of ik al ooit een duintop had gezien. In ieder geval had ik aan dat strand nooit staan juichen.

Wij moesten ook zingen dat we vrij en blij leefden op Neerlands dierb’ren grond. Daarna volgden de regels: Ontworsteld aan de slavernij, zijn wij door eendracht groot en vrij. We snapten er niets van. Wij zongen dan ook niet: ‘Ontworsteld aan de slavernij’, maar: ‘als worsten uit de slagerij’, omdat we wisten dat de meester ons dan verstoord aan zou kijken. Helemaal onlogisch was onze liedtekst niet: we hadden tijdens het zingen zicht op de slagerij van Bor.

Ik kan me vergissen, maar ik heb het idee dat deze liederen zo ongeveer van het repertoire zijn verdwenen. In een stadion hoor je nog wel eens zingen over een zilvervloot, maar het publiek komt niet verder dan het eindeloos herhalen van ‘Hij heeft gewonnen de zilvervlo-ho-ho-hoot!’ Nooit hoor je eens een ander deel uit het lied, zoals: Klommen niet de jongens als katten in het want en vochten ze niet als leeuwen?

Het Wilhelmus wordt natuurlijk nog wel gezongen. Voor de finale tegen Spanje stonden we te zingen dat we de koning van Spanje altijd geëerd hadden. Toen kon de wedstrijd al niks meer worden. En op sommige plaatsen wordt ook nog het zesde vers gezongen over ‘Mijn schild ende betrouwen.’ Maar het aantal Nederlanders die die teksten geheel uit hun hoofd kennen wordt snel kleiner.

Het is niet erg dat de meeste van de vaderlandse liederen zo ongeveer verstoft en verdwenen zijn. Wij moeten onze kinderen maar niet leren dat ze zich op de borst moeten kloppen omdat ze Nederlandertjes zijn. Voor je het weet, stemmen ze op de PVV.

Maar dat wij als kind met zijn allen volstrekt onbegrijpelijke teksten stonden te zingen, dat had toch wel wat. Ook in de kerk zongen we teksten waar we met ons verstand niet bij konden, maar waar toch een zekere magie van uitging, juist door die onbegrijpelijkheid. Die magie mis ik soms. Als ik voor de klas sta, roep ik nog wel eens ‘Hebban olla uogala nestas hagunnan’, maar daar blijft het dan ook bij.

Die magie zat trouwens niet alleen in teksten. Denk ook eens aan de staartdeling of aan het onder elkaar vermenigvuldigen. Hoe het zat, wist je niet, maar het werkte! Hoe groot of hoe vreemd de getallen ook waren, je kon ze met elkaar vermenigvuldigen. Je kon delingen maken met een enorme zwiepstaart en een rest en daarna klopte de wereld weer. Het was een soort toveren, dat je je eigen gemaakt had en dat je op elke bladzijde van je rekenschrift kon herhalen.

Nu moeten de leerlingen snappen hoe dat gaat, vermenigvuldigen en delen, maar ze zijn er niet beter door gaan rekenen. Daarom wil ik, juist vlak voor Koninginnedag, pleiten voor herinvoering van onbegrijpelijkheid.

We moeten weer onbegrijpelijke liederen gaan zingen en die koningin van ons die moet niet aanraakbaar dichtbij zijn, maar ze moet in een paleis wonen waar de wonderlijkste verhalen de ronde over doen. We moeten fantaseren dat ze thee drinkt uit een zingende theepot en haar behoefte doet op een gouden toilet. Niet naar Rhenen gaan dus en zeker niet naar Veenendaal. Terug in het paleis, terug in de sprookjes, de verhalen, de verbeelding.

En daarnaast mag Koninginnedag best een uitbundig feest blijven, waarop mensen vlaggetjes op hun wangen kleuren, een molen of een klomp op hun hoofd zetten of een oranje bh over hun kleren aantrekken. Wie uit zijn bol, uit zijn plaat of uit zijn dak wil gaan, moet dat maar doen. Laten we vooral vrolijk zijn, of de koningin nu jarig is of niet; of we die drie procent nu wel of niet halen; of we nu in Ede of in Veenendaal zijn.  Daarom nu: tied vur een klökske!


(Column, uitgesproken bij Cultureel Café Dante, vlak voor de pauze. Vandaar de slotzin.)

Teunis Bunt leest column voor

woensdag 25 april 2012

Petje (3) - Obama

De petjes zwerven over de hele wereld, zoals je ziet. Foto ingestuurd door Harry Oonk.


dinsdag 24 april 2012

Henk Knol - Gedicht over Ede

In Ede woekert het dichterdom. Op de verkiezingsavond hoorde ik iemand fluisteren dat er wel tachtig dichters  meegedongen zouden hebben naar de functie van stadsdichter en dat dus negentig procent al niet eens mocht meedoen op de bewuste avond. Voor zover ik weet, klopt dat verhaal niet, maar laten we dat vooral niet controleren; het verhaal is mooi genoeg.

En dan te weten dat verschillende gerenommeerde dichters niet eens aan de verkiezing hebben meegedaan. Uit met de wichelroede gevonden bronnen weet ik dat er geen inzending was Hilbrand Rozema, geen sollicitatiegedicht van Mart van der Hiele, niets van Henk Knol. Zij zullen hun redenen gehad hebben en laten we die respecteren.

Die reden zal niet geweest dat ze Ede een te min onderwerp vonden om over te schrijven. Kijk maar eens wat Henk Knol schreef over de sloop van de Luynhorstflats:


Reconstructie van een grafheuvel, ± 2000 na Chr.
                    
                       Bij de sloop van de Luynhorstflats in Ede, december 2011


Een stalen schaar heeft hier een rechthoek uit de lucht
gesneden. Aders van stroomdraad, leidingen en buizen
zijn gestript, maar lang niet alle sporen van bewoning
bleken uitgewist. Je blijft een ingeknipte leegte zien

van luchtkamers met klam behang, gesausd in waterige grijzen,
en geur van etenswaar: stamppot, vermoedelijk aangebrand,
en een tajine met gekruide kip en vijgen. Nog ruikt de lucht
beslapen boven de aangestampte deklaag van geel zand.

We vonden zeldzaam oude resten: een latexemmer, rode scherven
van tegels uit het trappenhuis, de wikkel van een pakje zware shag,
een maandverbandje. De bomen waren op die plek een winter lang

beslagen met witsel van vergruisd beton: grafheuvel die kort daarna
voor hergebruik al moet zijn afgegraven, als granulaat voor asfalt
op een vierbaansweg. Daar liep het spoor dood en we vonden weinig later.

Henk Knol



Daar wou ik maar niets meer aan toevoegen.

Foto gepikt van PEK

Petje (2)

Dank voor de foto's van stadsdichtersverkiezingsavondpetjes. Blijf gerust sturen, de foto's blijven welkom!

Petjes op verkiezingsavond   (foto: Albert Willemsen)

Verkiezingsavond (foto: Albert Willemsen)
Jolinda van Alfen, presentatrice verkiezingsavond


Harry Oonk, finalist stadsdichterverkiezing



Abdel
Marianne



Feiko


Michiel


Helen
Nog meer petjes?




maandag 23 april 2012

Petje (1) - Oproep


Jacoba. Petje af.

Jacoba. Petje op.

Vorige week woensdag werd de stadsdichter van Ede gekozen. Iedereen in het publiek had een petje gekregen en wie wilde stemmen, zette het petje op en ging staan. Intussen is die avond voorbij, maar waar zijn de petjes gebleven? De dichter Henk Knol meldde me dat hij het petje moedwillig achtergelaten had in het Atrium, maar veel petjes zullen meegegaan zijn naar huis.

Daarom mijn oproep: zet het petje op en fotografeer jezelf. Of zet het petje bij een ander op en fotografeer die. Of ga lekker fotoshoppen en zet Sarkozy, Napoleon, Tessa de Loo, Hitler, Mick Jagger, Johan Cruijff, koningin Beatrix, Geert Wilders of Linda de Mol een petje op. Mail de foto en de naam van de gefotografeerde naar mij (mailadres is in het profiel te vinden).

In het bericht hieronder zag je de stadsdichter van Ede, Arjan Keene al met een petje op. Hier nog een keer. Dezelfde pet, andere foto.

Doe mee! Stuur op die foto!

Arjan Keene, Stadsdichter van Ede


Wilma

Teunis




Stadsdichter (17) - Gedicht Arjan Keene

Je hebt al kunnen lezen met welke gedichten Peter Vermaat en Kila & Babsie meedongen naar de functie van stadsdichter. Maar de winnaar, Arjan Keene, had natuurlijk ook gedichten bij zich. Een ervan was het onderstaande.


De heideweek


De heide bloeit. De bronzen heide gonst en gloeit.
Een violette zee beweegt alsof het roeit.
Calluna, erica. Het ruist en wuift en groeit.
Een tweede lente. Beestjes zoemen, liefde broeit.
           
De herten springen bronstig loeiend in het rond,
een damhert schaakt een reetje met een mooie kont.
Een groepje zwijnen snuffelt truffels uit de grond,
een haas kust vrolijk een konijntje op de mond.

Ik kijk bedroefd naar deze vrije vleierij.
In 't dorp is men aan 't hossen, uitgedost en blij.
Waarom zij wel, en treur ik eenzaam op de hei?
Prinses en koningin, ze kijken niet naar mij.

Ik kauw op heideplantjes, als anti-depressiva.
Calluna brak mijn hart. Of was het Erica?

Arjan Keene

Arjan Keene met verkiezingspet



zondag 22 april 2012

De Marokkaansche reis (Zwart en wit 10)


Eigenlijk wist ik niet goed wat ik moest verwachten van De Marokkaansche reis van C.F.  van Dam: de schrijver kende ik niet, het boek ook niet. Van de uitgever had ik wel gehoord, maar ik zou geen drie boeken kunnen noemen die erdoor uitgegeven zijn.

Al kwoekelend op het net kwam ik weing verder. DBNL kon mij over de auteur alleen vertellen dat hij in negentiende eeuw geboren was en in de twintigste gestorven. Naast het boek dat ik gelezen heb wordt alleen Fred Donders onder de Arabieren genoemd.

Bij De Marokkaansche reis vond ik verschillende jaartallen, waaronder 1933, dat ik ook op andere sites terugvond. Maar uitgeverij Gottmer werd pas in 1938 opgericht, voor zover ik weet. Het boek zou eerder uitgegeven kunnen zijn en later als herdruk door Gottmer op de markt gebracht.

Het verhaal vond ik niet zo heel boeiend. Het gaat over twee vriendjes, Peer en Fred. Die Fred is Fred Donders, die blijkbaar ook al naar de Arabieren is geweest. Nu mag hij met Peer en zijn vader naar Marokko. Veel wordt er verteld over de voorbereidingen en over de reis naar Marokko.

Illustratie van Is. van Mens
Als de jongens daar eenmaal zijn, maken ze verschillende uitstapjes. Dat is als verhaal niet zo boeiend, maar als je iets over Marokko wilt weten, krijg je nog aardig wat informatie. Aan het eind is het nog even spannend: een 'ontvoering', maar door ingrijpen van het Vreemdelingenlegioen wordt voorkomen dat die ernstige gevolgen heeft.

Ik ben het boek gaan lezen, omdat ik wel eens wilde weten hoe voor de Tweede Wereldoorlog Marokkanen beschreven werden in een Nederlands jeugdboek. Tegen racisme wordt al snel stelling genomen:
'Zoo'n autobus neemt wel veertig passagiers op... En dan moet je daaar eens goed op letten: naast den chauffeur zijn nog drie plaatsen, daar zitten Europeanen, evenals op de tweede bank; op de volgende banken de Arabieren... En op de achterste banken de Marokkaansche joden. Een echt schandelijke toestand om verschil te maken tusschen blank en bruin. Het is een verdwaasde wereld. Alsof die andere geen menschen zijn. De Europeanen, in dit geval de Franschen, maar de Amerikanen en Engelschen zijn nog erger, drukken de Arabieren achteruit. Het is kleinzielig en belachelijk, van die intelligente, zich zelf zoo superieur vindende Europeanen: die mochten toch eindelijk wel eens wijzer worden.
Fred was al in Tunis geweest, maar Marokko is heel anders, krijgt hij te horen:
De Arabieren in Tunis zijn veel vredelievender en, ik zou haast zeggen, schooner dan in in Marokko. Marokko is in het geheel een beetje viezer, het landschap woester en in Zuid-Marokko geven de opstandige Arabieren den Franschen zelfs handen vol werk.
De beschrijving van de mensen die Fred en Peer zien, zouden we tegenwoordig op zijn minst dubieus noemen Eerst ontmoeten ze 'Een neger, geheel opgebouwd van chocoladeflikken' en even verder wordt hij beschreven als 'de chocolade-reclame'.

De stoker van een stoomschip blijkt zwart te zijn. Voor het zware werk worden vaak 'negerkrachten' gebruikt legt de vader van Peer uit. Daarna volgt dit gesprek:
'Waarom negers... Zijn die dan te stom om andere vakken te leeren?'
'Neen, stom zijn ze zeker niet. Dat bewijzen de [woord weggevallen? T.B.] tegenwoordig wel. Er zijn heel wat gestudeerde negers, maar je moet niet vergeten dat de slavernij, toen de negers geen schijntje van een kans kregen om te leeren om of iets anders te doen dan de meester beval, nog niet zo heel lang geleden is afgeschaft.'
'Ik heb toch wel eens gelezen,'zei Fred, 'dat negers niet heel erg goochem zijn.'
'Sommigen zeker niet... Maar in elk geval zijn zij heel sterk... Trouwens, er zijn wel stomme blanken...
Prompt daaarna wordt er een verhaal verteld over 'negeronnoozelheid, - stomheid mag je het eigenlijk niet noemen'. Peers vader weet nog meer verhalen, maar die zal hij later vertellen. Dat doet hij dan ook, bijvoorbeeld over Sebastiaan, 'een neger als een knotwilg. Niettegenstaande zijn belangrijke functie kon hij nog maar geen wol en leer aan zijn voeten velen, en liep als alle negers in de plaats op bloote onderdanen.' Later wordt hij aangesproken door 'een even erdal-achtige broeder'. Voor de jonge lezertjes: Erdal is een schoensmeermerk.

Dat zwarte mensen sterker zijn dan witte, komt ook nog een keer terug in het boek: 'Zijn patient was in een rustigen slaap geraakt: zoo'n sterk negerlijf kon wel tegen een beetje bloedverlies.'

Over het algemeen komen de Arabieren er wel wat beter van af. Als er een Arabier beschuldigd wordt, keurt de vader van Peer dat af: 'Maar er zal wel weer iets niet geheel in orde zijn, en dan krijgt maar direct een Arabier de schuld'. Fred zegt daarop: 'Het is een schande'. Wel wordt een Arabische gids een 'bruine boon' genoemd.

En hoe gaan Arabieren met vrouwen om?
Maar achter het paard liep, zich vasthouden[d] aan den staart, een Arabische vrouw te sjokken door het zand. Haar gezicht was met een sluier bedekt.
'Ja, mijn jongen, aan zulke dingen moet je je niet ergeren. Dit is bij sommige Arabieren de gewoonte, de vrouw is niet in tel... Dan zal je nog wel erger dingen zien...'
Let op de nuance: sommige Arabieren.

De Marokkaansche reis zal wel bedoeld zijn om de jonge lezers te informeren over een land en een cultuur die zij niet kennen. Het zou me niet verbazen als C.F. van Dam zelf in Marokko is geweest. Hij vertelt erover met enige humor, van tijd tot tijd en hij zal ook niet de bedoeling hebben gehad om Marokkanen negatief te schetsen.

Op verschillende plaatsen in het boek worden Arabieren nadrukkelijk verdedigd. Zwarte mensen zijn bijvoorbaat sterk en hun uiterlijk wordt weinig vleiend beschrevend. Ongetwijfeld is dat humoristisch bedoeld.

De Marokkaansche reis zal niet meer herdrukt boeken. Niet alleen is het verhaal domweg niet goed genoeg, maar de manier waarop de niet-Europeanen van tijd tot tijd beschreven worden, lijkt me dubieus.

Illustratie Is. van Mens







Gerard Reve: De blijde boodschap (Knipoog 7)



Vanochtend tijdens het onbijtlezen kwam ik een krantenkop tegen (NRC Handelsblad 21 april) die mijn hart meteen een sprongetje deed maken: 'Multi phyl ti corti rocci'. Het is potjeslatijn, ooit gebezigd door Gerard Reve in een gedicht:
De blijde boodschap
Ik zat met kloppend hart voor de kleurentelevisie,
en dacht: 'Zijne Heiligheid zal toch wel gewag maken
van het toenemend verval der zeden?'
En ja hoor, nauwelijks was hij begonnen, of ik hoorde al:
decadentia, immorale, multi phyl ti corti rocci;
influenza filmi i cinema bestiale
contra sacrissima matrimoniacale
criminale atheistarum rerum novarum,
(et com spiritu tuo), cortomo:
nix aan de handa.
Het was jammer, dat het zo kort duurde.
Maar toen het uit was, was er fijne muziek van het leger.
Ik vind dit leven al geweldig. En straks nog
het eeuwige leven in de Hemel. Je vraagt je wel eens af:
'Waar hebben wij het aan verdiend?'
Het artikel waarin geknipoogd wordt naar Reve is er eentje in de serie 'Made in Europe' waarin een soort canon van de Europese cultuur wordt doorlopen, van de Sixtijnse kapel tot Abba en van Kuifje tot Monty Python. Deze keer was de minirok aan de beurt.

Pieter Steintz vertelt in het artikel dat het Vaticaan in 1969 de minirok in de ban heeft gedaan en dat was mij niet bekend. Dat zou ook de aanleiding zijn geweest dat Reve het gedicht hierboven schreef. Weer wat geleerd.

Het gedicht van Gerard Reve wordt door Steintz 'legendarisch' genoemd en ik ga ervan uit dat veel lezers meteen aan Reve moesten denken bij 'multi phyl ti corti rocci'. Maar ook wie de knipoog niet opmerkt, zal waarschijnlijk toch wel willen weten waar de vreemd aandoende en toch begrijpelijke zinsnede vandaan komt.

Hieronder een filmpje dat ik op YouTube vond. Alles is goed te verstaan, maar het beeld is niet best. Ik denk dat de filmer zijn camera op een televisiescherm heeft gericht. Dat heeft wel iets aandoenlijks. Je bent fan van Reve, merkt dat hij op tv is, maar hebt zo gauw geen videorecorder of dvd-recorder bij de hand en wilt toch dat de stem en het gezicht van Reve langer bij je zijn dan alleen die paar minuten van de uitzending. Je neemt dus je camera of je mobieltje en filmt en daarna ben je zo opgetogen dat je het ook met anderen wilt delen.

En nu staat het filmpje hier. Voor even zijn we in een huiskamer in Voorst, Dalfsen, Leiden, Vlissingen of Venlo. Ook wij zitten met kloppend hart voor de kleurentelevisie en zien Reve spreken, alsof hij nog leeft. We vragen ons af: 'Waar hebben wij het aan verdiend?'






vrijdag 20 april 2012

Stadsdichter (16) - Gedichten van ex-kandidaten

Arjan Keene is stadsdichter. We weten het, maar het is goed om het te herhalen. Felicitaties, bloemen, pet af! En wie liet hij niet achter zich! Kila & Babsie bijvoorbeeld en Peter J.R. Vermaat en dat zijn niet de eersten de besten. Kijk maar.


Zomerheide

Een nieuwe zomer en een nieuw geluid,
Calluna opent haar ogen.
Haar naamgenoten omringen haar, dragen haar
voor aan de zon. Dit is de nieuwe vorst,
zegt de wind, streelt haar wakker.

De struikhei heeft symmetrische bloemen met twee schutblaadjes. De bloeiwijze is trosvormig,
de blaadjes zijn ongesteeld en lancetvormig, met aan de voet twee priemvormige oortjes.

Calluna is onrustig, voelt opeens
de lancetten op haar huid.
De zon die haar altijd vriendelijk toelacht
is feller geworden. Haal je zusje,
de zomer begint, het is tijd.

Een hand op de arm van Erica,
loom uit haar slaap, paarse bloemen
in het haar, lichte ogen, lichte jurk.

Dophei heeft kleine altijdgroene, naaldachtige bladeren in kransen van drie of vier. De viertandige bloemkroon met vrije meeldraden is omgeven door een groene kelk. De vruchten lijken op notendoppen. Soms zijn de meeldraden met de bloemkroon vergroeid.

De zomer begint, zegt haar zus,
het is tijd om ons te bevrijden
uit het vergroeide paars.
De wind voert ons naar de randen
van onze wereld.

De Heideweek wordt jaarlijks gehouden in de laatste volledige week van augustus.
De heidehoogheden ontvangen aan het begin van deze week van de burgemeester de sleutel van Ede.

De herder met zijn witgewolde kudde
overziet zijn paarse zee,
sluit zijn ogen in de zon
en ziet twee zussen hand in hand
zijn golven oversteken
en lacht. De zomer begint.

Kila & Babsie



De verwijzing naar Mei van Gorter stond mij aan. Ik werd als achttienjarige helemaal omver geblazen toen ik  het las. Ook het afwisselen van informatieve gedeelten met wat gebruikelijk is in een gedicht stond mij aan. Jammer van die 'witgewolde kudde'. 

En Peter J.R. Vermaat! De eerste opdracht was: schrijf een gedicht over Ede in 2025. Dat deed Peter als volgt:

Smakelijk Ede
lente 2025

Wisten wij veel? De Kernhempromenade,
het zesbaans wandelpad naar Bennekom,
ligt er verlaten bij. Het hooggeëerd publiek
raakt aangewezen op de satellieten.

Vanaf het Jac. P. Thijsse-ecoduct
neemt ook de kuddenradar elke twijfel weg:
de grote wolventrek doet dit jaar Ede aan,
de hongertocht bereikt haar jongste dag.

Het grauwe pak legt vraatzucht aan
de dag waar niemand vlees vermoedt,
op Planken Wambuis blijft het janken,
bij Ginkel houdt een kinkel zijn skelet.

Een grijze wolf loopt in de schemering
over het marktplein, slechts de deur
van Geert, de slager van halal
staat op een kier.


Peter J.R. Vermaat



Mooi gedaan, humoristisch slot. Maar Peter kwam met dit gedicht alleen in de halve finale omdat de jury het wilde. Het publiek zette er niet genoeg petten voor op. Hakken over de sloot en een ronde later een nat pak. 

Slachtofferhulp heeft aangeboden de afgewezen kandidaten te begeleiden. Voor zover ik weet, hebben ze dat van de hand gewezen. Ze hebben de poëzie immers! En over drie jaar zijn ze vast weer kandidaat.

Ehm... zullen we dan de verkiezing op de Nationale Gedichtendag doen?

Stadsdichter (15) - Verslagen verkiezingsavond

De Edese Post publiceerde een verslag van de verkiezingsavond. Wie er niet bij geweest is, weet nu toch hoe het geweest is. Lees maar:


De Edese Post
  • 19 apr 2012
EDE - Ede heeft een stadsdichter. Arjan Keene (48) zal de komende drie jaar bij bijzondere gebeurtenissen in de gemeente Ede een speciaal geschreven gedicht voordragen. Keene groeide gedurende de avond en versloeg zo zeven andere kandidaten in de strijd om het stadsdichterschap.
Arjan Keene is door de jury unaniem benoemd tot stadsdichter.
Arjan Keene is door de jury unaniem
benoemd tot stadsdichter.
Foto: Albert Willemsen
De theaterzaal van Cultura is goed gevuld. Op de eerste rij de zenuwachtige dichters. Er staat nogal wat op het spel benadrukt presentatrice Jolinda van Alfen. De eer om jezelf stadsdichter van Ede te mogen noemen, daar lonken alle acht kandidaten naar. Of eigenlijk zijn het er negen, er doet ook een dichtersduo mee.
Het publiek heeft er zin in, de blauwe petjes waarmee gestemd mag worden zwaaien hier en daar vrolijk door de lucht. Na een korte uitleg over het stemmen, is het podium voor de eerste kandidaten en de speciaal geschreven gedichten met het thema ‘Ede in 2025’.
Larissa Verhoeff komt stralend op en bijt het spits af. Jan Durk Tuinier neemt het tegen haar op. Het publiek kiest overtuigend voor Verhoeff. Zij wordt verlegen bij het zien van alle blauwe petjes die opgaan. Door naar de volgende twee kandidaten. Peter Vermaat tegen Arjan Keene. De zaal kleurt blauw, dit keer voor Arjan Keene. Hij is aangenaam verrast. Dan is het de beurt aan het duo, Kila & Babsie. Die bindt de dichtersstrijd aan met Harry Oonk. Laatstgenoemde krijgt één stem meer van het publiek. Een lichte teleurstelling is op de jonge gezichten van Kila&Babsie te bespeuren. Tenslotte mag de oudste deelnemer Dirk Blokland (80) zijn dichterskunsten laten zien naast Pineaux Franke. Pineaux eindigt zijn gedicht met een mooie buiging richting publiek. Blokland heeft de lachers op zijn hand en wint toch overtuigend. Aan de jury de lastige taak om uit de vier afvallers nog twee halve finalisten te kiezen, zodat de halve finale met zes dichters van start kan gaan. De jury, bestaande uit Julia Hofstede van boekhandel het Paard van Troje, Jan van Es namens Wegener, wethouder Evert van Milligen en de voorzitter Gerry Poelert, directeur van Cultura, trekt zich even terug. Het publiek kan ondertussen genieten van de intieme muziek van Laurens Collee. De jury kiest uiteindelijk voor Peter Vermaat en Kila & Babsie. In de halve finale mogen de dichters met het thema ‘Heideweek’ aan de gang. Larissa Verhoeff staat tegenover Peter Vermaat en Arjan Keene. Het publiek heeft een overduidelijke voorkeur voor Arjan Keene. Kila & Babsie strijden tegen Harry Oonk en Dirk Blokland. Hoewel Blokland wederom de lachers op zijn had heeft met zijn ‘Kukeleku’ lied, kiest het publiek Harry Oonk. Zijn vlotte optreden maakt veel indruk. Na elke voordracht, maakt hij van het gedicht een propje en gooit dat in het publiek. Aan de jury weer de zware taak om uit de afvallers een laatste finalist te kiezen. De jury kan de vermanende toon van Peter ‘Vermaant’ waarderen, maar geeft als tip om wat meer aan de presentatie te werken. Dirk Blokland kreeg het dringende advies om zangles te nemen. Kila en Babsie imponeerden door originaliteit en de mooie vorm van de gedichten, maar de jury vindt dit duo als stadsdichter minder geschikt. De jury kiest voor Larissa Verhoef. Zij staat in de finale naast Arjan Keene en Harry Oonk. Het gedicht met als thema ‘Stadsdichter van Ede’ van Arjan Keene spreekt de jury het meeste aan. Vooral de balans tussen maatschappelijke en een persoonlijke, toch kritische noot overtuigt de jury. Hij heeft het stadsdichterschap volgens Gerry Poelert echt verdiend.

Volgende week donderdag treedt Arjan Keene op in cultureel café Dante.

Op zijn weblog doet Peter J.R. Vermaat verslag.Kijkend naar de finale concludeerde hij dat de twee afvallers hun werk wel goed voordroegen, maar dat het hun aan 'taalkracht' ontbrak, 'zodat Arjan Keene terecht is gekozen tot stadsdichter'. 

donderdag 19 april 2012

Stadsdichter (14) - Arjan Keene stadsdichter van Ede

Ede heeft een stadsdichter en zijn naam is Arjan Keene. In de voorronde versloeg hij Peter J.R.Vermaat, in de halve finale nogmaals Peter J.R. Vermaat en Larissa Verhoeff en in de finale Larissa Verhoeff en Harry Oonk.

Gerry Poelert (voorzitter van de jury)
Jolinda van Alfen (presentatrice)
Arjan Keene (stadsdichter)

Een paar dingen vielen mij op. Ten eerste dat Harry Oonk een prima performer is en dat zijn teksten beter zijn dan wat ik eerder op zijn website had gelezen. Dat hij tot de finale door zou dringen, had ik niet voorzien.

Kila & Babsie had ik in de finale verwacht. In de voorronde legden ze het af tegen Harry Oonk en toen ze als lucky losers in de halve finale weer tegenover hem kwamen te staan verloren ze nog een keer.

Peter J.R. Vermaat had de pech dat hij twee keer tegenover Arjan Keene kwam te staan. Zijn teksten waren goed, maar performance telt ook. Daar was niet zoveel mis mee, maar de jury meende toch er een opmerking over te moeten maken.

Het was jammer dat tussendoor steeds de jury aan het woord werd gelaten. Na een enkel gedicht mochten vier juryleden een reactie geven. Dat haalde de vaart uit de avond en leidde af van de gedichten, waarvoor het publiek gekomen was, neem ik aan.

Bij de indeling in de halve finales troffen de tegenstanders uit de voorronde elkaar weer. Dat had beter gekund.

Maar goed, het was een leuke avond en Arjan Keene zal ongetwijfeld een goede stadsdichter zijn. Wacht maar af!

Jan Durk Tuinier, Arjan Keene, Harry Oonk,
Kila van der Starre, Julia Hofstede (jurylid)

De muziek werd verzorgd door Lauren Collee, die meer moest spelen dan voorzien, omdat de jury soms wat langer tijd nodig had dan verwacht.


Kila en Babsie 

Dirk Blokland, Ollekebollekedichter


Larisssa Verhoeff



Jolinda met de jury


Peter Vermaat, Jolinda van Alfen, Arjan Keene

Kila, Babsie, Jolinda, Harry Oonk


Pineaux Franke





dinsdag 17 april 2012

Stadsdichter (13) - Petjes op tijdens de verkiezingsavond

Van de site van Edese Post haalde ik zojuist dit artikel.

Petjes op bij Stadsdichter Verkiezing Ede 2012


De Stadsdichter van Ede wordt woensdagavond 18 april gekozen door het Edes publiek en een vakjury. Vanaf 20.00 uur strijden acht dichters in de theaterzaal van Cultura om de felbegeerde titel ‘Stadsdichter van Ede’.
Petje op of petje af voor de stadsdichter? Jolinda van Alfen presenteert namens de Edese Post de eerste Stadsdichter verkiezing van Ede.
Petje op of petje af voor de
stadsdichter? Jolinda van Alfen
presenteert namens de Edese Post de
eerste Stadsdichter verkiezing van Ede.
De winnaar zal de komende 3 jaar bij enkele belangrijke gebeurtenissen en evenementen een speciaal daarvoor geschreven gedicht voordragen. De verkiezing wordt georganiseerd door Cultura, de gemeente Ede en de Edese Post. Het publiek kan door middel van het opzetten van speciale stadsdichterspetjes stemmen op de dichter van zijn of haar keuze. Deze petjes worden mogelijk gemaakt door Herma Goris van Kado-Uniek uit Lunteren. De avond is gratis toegankelijk, doel van de verkiezing is de poezie dichter bij de Edenaar brengen. Singer/songwriter Laurens Collee zal zorgen voor een muzikale aanvulling op het programma. Inloop vanaf 19.30, Cultura





U snapt dat die petjes collector's items worden. Allemaal morgenavond naar Cultura dus!

Jan Timman. De geest van het spel



Het zal je gebeuren: je heet Jan Timman, je bent een geniaal schaker en er wordt een biografie over je geschreven. En dan is de biograaf John Kuipers. Tja.

Kuipers heeft ervoor gekozen om een journalistieke biografie te schrijven in plaats van een wetenschappelijke. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat hij bijna niets verantwoordt. Achter in het boek noemt hij weliswaar zijn bronnen, maar van kranten en tijdschriften wordt alleen de titel genoemd. Wat zegt het mij dat ik weet dat Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad zijn geraadpleegd? De boeken die Kuipers noemt, hebben een onvolledige titelbeschrijving.

Ook in de biografie is Kuipers bijzonder slordig, wanneer hij moet verantwoorden waar hij zijn informatie vandaan heeft. Op bladzijde 179 bijvoorbeeld citeert hij een stel krantenkoppen en hij noemt keurig de kranten waar die uit komen maar bij de laatste zegt hij alleen dat dat een kop is van 'een ander'. Over welke krant hebben we het? Maakt blijkbaar niet uit; Kuipers heeft het ergens gelezen.

Dat gerommel met bronnen maakt dat je vaak niet meer kunt zien wat nu informatie is en wat Kuipers' interpretatie van die informatie. Beroerd genoeg, maar eigenlijk vind ik dat niet het ergste. Dat is namelijk de stijl waarin het boek geschreven is.

Kuipers heeft een soort luchtigheid en misschien zelfs wel lolligheid in zijn stijl die al na een paar bladzijden tegen gaat staan. Het is gebabbel, waarmee hij waarschijnlijk aan de bar wel wegkomt, maar niet in een boek. Bovendien is hij zelf veel te veel aanwezig. Ik heb het idee dat het zicht op Timman mij steeds ontnomen wordt door de kletsende kop van Kuipers die ervoor zit.

Natuurlijk heb ik het boek wel met interesse gelezen, want het gaat over Timman. Veel nieuws staat er niet in, maar het bekende is wat geordend. Er staan aardige foto's in (al is er een foto twee keer afgedrukt) en het boek geeft ook best een aardig overzicht.

Maar een idee zit er niet achter, visie ontbreekt. Erg diep gaat ook allemaal niet. Ik heb niet het idee dat Kuipers echt tot Timman is doorgedrongen. Daardoor bevat dit boek ook zo weinig nieuws.

Kuipers heeft blijkbaar gegokt op een publiek van niet-schakers. Er is namelijk geen schaakpartij in het boek terug te vinden, zelfs nog geen diagrammetje van bijvoorbeeld Timmans beroemde eindspel tegen Velimirovic. Ook miste ik de wedstrijdtabellen van de belangrijkste toernooien waaraan Timman deelgenomen heeft.

Een zo groot schaker als Timman verdient een betere biografie en dus een betere biograaf dan deze kwebbelkont.

Timman - Velimirovic, Rio de Janeiro 1979

zaterdag 14 april 2012

Stadsdichter (12) - Kandidaten in Edese Post

Gisteren stelde Edese Post de kandidaten voor. Aangezien ik de papieren krant meestal niet onder ogen, weet ik niet hoe het er op papier uitzag. Op het scherm oogde het wel mooi: foto's van alle kandidaten, korte biografie en bij de meesten een/de reden om stadsdichter te willen worden.

Kijk maar: Klik!

donderdag 12 april 2012

Frisse Blik (2)

Al eerder schreef ik iets over de expositie Frisse Blik. Intussen heeft Salman Ezzamoury zijn filmpje van de inrichting en de opening van de expositie op YouTube geplaatst.

Knip, plak:


De expositie van het Platform Edese Kunstenaars (PEK) is nog te bezichtigen.

woensdag 11 april 2012

Stadsdichter (11) - Dirk Blokland

Toen ik de kandidaten voorstelde, kon ik geen foto tonen van Dirk Blokland. Die heb ik intussen wel:


Met dank aan zijn vrouw, een geboren en getogen Edese.

De kandidaten komen ook nog, met foto en al, in Edese Post terecht. Hou het in de gaten.

Stadsdichter (10) - Gang van zaken op 18 april

Op 18 april kiest Ede de nieuwe stadsdichter. De kandidaten zijn: Peter J.R. Vermaat, Arjan Keene, Kila & Babsie, Larissa Verhoeff, Dirk Blokland, Jan Durk Tuinier, Harry Oonk en Pineaux Franke.

Aan elke kandidaat is gevraagd om vier gedichten voor te bereiden met in ieder geval de onderwerpen 'Ede2025', 'De Heideweek' en 'Stadsdichter'.

In de eerste ronde vallen vier van de acht kandidaten af, maar de jury kiest uit de vier afvallers nog twee kandidaten die alsnog doorgaan, zodat er zes kandidaten in de halve finale zitten. Van die zes kiest het publiek er twee, de jury kiest daarna nog een kandidaat.

Dan hebben we dus drie kandidaten in de finale. De jury wijst daarna aan wie stadsdichter wordt.

Vanaf 19.30 kunnen de bezoekers binnenlopen. Om 20.00 kondigt Jolinda van Alfen op wervelende wijze de dichters aan. Om 22.00 weten we wie de nieuwe stadsdichter is. Aansluitend is er in het Atrium een offerfeest aan Bacchus.

De muziek wordt die avond verzorgd door Laurens Collee. Die heb ik bij Dante gehoord. Goede keuze.

Laurens Collee

dinsdag 10 april 2012

Naar de overkant van de nacht



Nog nooit had ik iets van Jan van Mersbergen  gelezen. Maar nu heb ik zijn laatste boek, Naar de overkant van de nacht, gelezen en zijn debuut, De grasbijter, ligt op me te wachten. Er zijn veel goede boeken, maar sommige goede boeken steken boven de andere uit. Het laatste jaar had ik dat bijvoorbeeld met Bonita Avenue van Pieter Buwalda en met Grip van Stephan Enter, maar nu ook met Naar de overkant van de nacht. Het is een van de meest ontroerende boeken die ik sinds lange tijd gelezen heb. 

'Tijdens Vastelaovend ben je niet verkleed als iemand anders, tijdens Vastelaovend ben je eindelijk jezelf.' Dat is de openingszin van het boek. Het wordt gezegd door iemand die als pastoor verkleed is, door de ik-figuur, verkleed als veerman, compleet met pet, tas en kaartjes. Bij hem kunnen de mensen kaartjes kopen voor de overtocht naar de overkant van de nacht.

Ach, ik kom van tussen de grote rivieren en ben intussen opgeschoven tot boven de grote rivieren. Van carnaval weet ik dus niets. Veel zuipen door mensen met een fluitketel op hun hoofd of verkleed als winterpeen, dacht ik. Maar bij Van Mersbergen is de Vastelaovend een serieuze zaak. Natuurlijk, er wordt veel gedronken en er is veel dat je liederlijk zou kunnen noemen, maar de ik-figuur wordt ook geconfronteerd met zichzelf en met het leven dat hij leidt.

Wij, de lezers, zitten opgesloten binnen het hoofd van Ralf, de ik-figuur. We maken het mee hoe hij zich staande houdt in deze nacht en eigenlijk al zijn hele leven. Hij is een zoon van een binnenvaartschippersechtpaar, dat bijna nooit samen was. De een stond aan het roer de ander was ergens anders op het schip. Met zijn vader is hij bijvoorbeeld nog niet klaar.

En dan is er Sara, die als meisje van elf al verliefd op hem was, maar hij niet op haar, zoals hij tegen haar vriendinnetje zei, waarna hij Sara hoorde snikken achter de schutting. Na enkele decennia komt hij haar weer tegen in de supermarkt, met haar vier kinderen. Het is een moeilijk gezin en Sara redt het nauwelijks. Ralf trekt bij haar in, en doet zijn best.

Maar nu is hij in Venlo, in zijn veermannenpekske, dat later een kraanvogelpekske wordt en hij weet niet meer zeker wat hij nog wil.
'Ik ben al zo lang bij Sara en de kinderen, ik weet niet meer wat ik zocht, wat ik heb, wat ik verwacht. Ik ben er, maar toch ook niet. Alsof ik jaren op een stoel gezeten heb en nu ben opgestaan en de zitting nog voel aan mijn kont, warm en comfortabel, maar zonder steun.' 
De veerman en de kraanvogel, ze lijken maar een buitenkant, maar ze zijn ook symbolen. Bij de veerman is Charon natuurlijk niet ver weg en uiteindelijk wordt Ralf letterlijk de rivier over gezet, naar een nieuw leven of terug naar het oude, of naar het oude op een nieuwe manier. En dan die kraanvogel die zo ver moet vliegen.

Je kunt niet anders dan meeleven met deze Vastelaovendvierder, meevoelen met hem, meevieren en meelijden. Ik was helemaal beduusd van het boek. Echt heel goed! Lezen dus! Kopen! Weggeven! Er reclame voor maken!



maandag 9 april 2012

Hoe God verdween uit Jorwerd (Knipoog 6)


Eigenlijk hoef ik er niets meer over te zeggen, want (bijna) iedereen kent het: Hoe God verdween uit Jorwerd, het boek waarmee Geert Mak doorbrak bij het grote publiek. Mak beschreef een klein dorp in Friesland. Hij schetste voor ons hoe ooit het dorpsleven daar bloeide: er was een bakker, een slager, een fietsenmaker en er waren allerlei andere middenstanders. Hij liet ons zien hoe de jongeren binnen die gemeenschap een plaats hadden, hoe de landbouwgrond gebruikt werd, welke rol het geloof speelde en hoe alles uiteindelijk veranderde.

Mak schetste ons Jorwerd, en uiteindelijk bleek Jorwerd overal in Nederland te liggen. Op de Veluwe, in Brabant, in Zeeland - overal bleken dezelfde ontwikkelingen plaats te hebben gevonden en aan de gang te zijn. Wie het boek nog niet gelezen heeft, moet dat alsnog doen.

Het boek werd zo bekend, dat je ernaar kunt verwijzen zonder het expliciet te noemen. Dat deed bijvoorbeeld Eginhard Meijering, die onlangs een boek publiceerde met de titel Hoe God verdween uit de Tweede Kamer. Is het slim om mee te liften op de bekendheid van het boek van Mak? Of is het een zwaktebod? Ik neig naar het laatste.

Bij Mak ging het niet alleen om God, maar om een hele dorpscultuur die veranderde en zo anders werd dat het oude dorpsleven grotendeels verdween. Bij Meijering gaat het wel om God of, nauwkeuriger gezegd, om religie: hij bekijkt in hoeverre er gedebatteerd werd met de Bijbel in de hand en in hoeverre er dus religieuze argumenten gebruikt zijn door de jaren heen. Het onderwerp is interessant genoeg, maar voorlopig zie ik niet hoe ik tijd zou kunnen vinden om het boek te lezen.


zondag 8 april 2012

Aslander



Vanochtend stond ik om halfzeven tussen de graven voor de paasjubel. Om zeven uur kwam de zon boven de horizon uit en de hele tijd zongen de vogels. In de boom schuin voor ons zat een grote lijster en op een hoekjes gras bloeiden enkele tientallen koekoeksbloemen. Pasen.

Dat is een mooi startpunt om iets te schrijven over Aslander van Rien van den Berg, dat op Pasen eindigt. Het begint een week eerder, als de veerboot waarmee dominee Lammert Aslander in te ondiep water komt en vastloopt. Een groepje mensen op de boot praat met elkaar over een krantenbericht dat over een moord gaat. Samen komen ze erachter dat het verhaal dat een verdachte heeft opgehangen niet klopt.

Op het eiland zet het groepje het onderzoek voort en uiteindelijk wordt de schuldige opgepakt. Dominee Aslander, die half overwerkt op vakantie gestuurd was, blijkt na het weekje weg aardig opgekikkerd. Met Pasen houdt hij in zijn kerk een preek, onder anderen voor de familie van een overledene.

Aslander was het christelijke actieboek voor de Boekenweek. Het is bedoeld voor een groot publiek en de schrijver had geen literaire bedoelingen. Als actieboek heeft het ongetwijfeld voldaan. Het boek is toegankelijk en leest lekker weg. Het heeft ook zijn titel mee, waarin zowel Aslan (Lewis) als Wallander resoneren. De hacker in het boekje zou bij Stieg Larsson vandaan kunnen komen.

Door een detective moet je je mee laten nemen en dat heb ik dan ook gedaan. Ik had wel wat twijfels bij de uiteindelijke verdachte. De schrijver doet er alles aan om mij ervan te overtuigen dat iemand in een dergelijke situatie (omwille van de plot zal ik daar niet al te duidelijk over zijn) kan gaan moorden, maar ik heb wel mijn twijfels.

Een groter bezwaar is dat er zo ontzettend veel gepraat en geredeneerd wordt in het boek. Bijna nergens is er actie. Als er iets gebeurt (de arrestatie van de verdachte) wordt dat in terugblik verteld, zodat je er als lezer niet daadwerkelijk bij bent. Het enige actiemoment dat je direct meemaakt is de hardloopwedstrijd tussen Lammert en de geheimzinnige vrouw Mila.

Het is een manco van veel christelijke boeken. Ze komen uit een traditie waarin het woord centraal staat en dat zullen we weten ook. Dat Aslander aardig wegleest ondanks al die gesprekken is dan ook best bijzonder. Die redeneringen vinden we overigens niet alleen terug in de gesprekken, maar ook in de interpretaties in het hoofd van Lammert Aslander. Zo'n beetje alles moet geduid worden, waardoor er voor de lezer weinig overblijft om zelf te doen.

Bij het slot haakte ik af. Daar houdt Aslander een preek, letterlijk en figuurlijk. Er moest blijkbaar nog een Grote Boodschap in het boek, maar het moralisme werd mij te erg. Ik denk dat zo'n slot ontstaat door zelfonderschatting. Ook zonder een expliciete boodschap wordt meer dan duidelijk waar de schrijver staat, dat er ruimte moet zijn voor mensen en ook voor mensen die in de fout gaan.

Het lijkt erop dat Van den Berg nog meer delen gepland heeft. Hij zal niet voor niets Mila geheimzinnig gehouden hebben, lijkt me. Ook voor die boeken zal ongetwijfeld een markt zijn.

zaterdag 7 april 2012

Frisse blik

(openingswoord bij de expositie Frisse blik)

Misschien zou het gepast zijn om op Stille Zaterdag een expositie ook in stilte te openen. Wij hoeven ons niet mit Tränen nieder zu setzen, maar wij zouden zwijgend naar de kunstwerken kunnen kijken en de beelden met onze ogen in kunnen drinken.

Maar uit ijdelheid en plichtsbesef wil ik toch wat zeggen. Al was het maar omdat het voor PEK is, een kunstenaarsplatform waarvan ik de geboorte nog heb meegemaakt. Toen was het een gezonde baby, die wel wat nukken had (waarover ik niet zal uitweiden). Intussen is PEK volgens mij volwassen geworden, wat u trouwens straks zelf kunt beoordelen.

Maar PEK heeft gelukkig ook iets kinderlijks behouden: de onbevangen kinderblik of, zoals de PEK'ers zeggen: de frisse blik. Zonder die blik, is er geen kunst mogelijk. Alle kunst begint bij de waarneming. Nu lijkt kijken niet zo moeilijk, maar dat is het wel. Vaak menen we dat we niet echt hoeven te kijken, omdat we al weten wat er te zien is.

K. Schippers schreef ooit een gedicht met de titel 'Bij Loosdrecht'. Het is maar heel kort:

Als dit Ierland was,
zou ik beter kijken.

Kunstenaars zijn altijd in Ierland, zij kijken met een frisse blik. Zij weten dat wij niet moeten stoppen bij de antwoorden, maar dat we daar doorheen naar de vragen moeten. Met vragende ogen hebben deze eenentwintig kunstenaars om zich heen gekeken en vandaag mogen wij met hen meekijken.

Die frisse blik is dus niet alleen voor de kunstenaars, maar ook voor ons, gewone stervelingen, met een baan van negen tot vijf, een vakantie met de caravan op een camping met andere Nederlanders, een of twee keer seks in de week (of alleen met Pasen), nog zoveel jaar tot ons pensioen en een uitvaartverzekering. Ook wij mogen nu dingen zien die we nog nooit gezien hebben of dingen zoals we ze nog nooit gezien hebben.

Nadat ik de portier had omgekocht, mocht ik hier gisteren al rondkijken en ik zag dat ik terechtgekomen was op een lente-expositie. Bij Salman Ezzamoury dansen de vlinders rond, Anne Idsinga heeft haar schilderij in lentegroen geschilderd, met daarop een wel heel frisse krop sla en bij Cobi van de Kuit zijn de archiefladen niet gevuld met stoffige documenten, maar met piepers, rabarber en zelfs ijzige lucht. De aardappels lopen al uit.

Zullen we na deze expositie ooit nog op dezelfde manier een ladenkastje kunnen zien? Stiekem hoop ik op een vogelnestje in mijn keukenla, kaneelgeur in de schoenpoetsdoos en geneurie in de koelkast.

En dan moet ik natuurlijk nog iets zeggen over de haas van Eveline Kieskamp. Mijn vader had een boomgaard aan de rand van het bos. Konijnen en hazen schilden in de winter wel eens een stammetje en daarom kregen wij van de boswachter altijd een haas, als er gejaagd was. Een dood dier, met een zacht velletje. Dat had iets zieligs, maar ik geloof dat ik de smaak van het hazenvlees belangrijker vond.

Ik stond oog in oog met Evelines haas, een beest met indrukwekkende afmetingen. 'Vanitas' had ze erbij geschreven en inderdaad, het is onmiskenbaar een dode haas. Maar naast de dood, zijn er ook de bloemen die uit zijn buik bloeien, waarmee de haas voor mij een echte paashaas wordt. Niet zo'n grappig bedoeld beest met een lullig mandje op zijn rug. Maar een haas die laat zien dat uit de dood het leven bloeit, zoals koren groeit uit dode graankorrels.

Van die haas word ik helemaal warm. Dat zal ook te maken hebben met de knopen op de haas, die mij doen herinneren aan moeders knopenbus. Die mocht ik als kind graag omkiepen op de tafel om tussen al die knopen te rommelen. De dekens waarvan de haas gemaakt is, doen mij het gekriebel weer voelen van de AaBe-dekens waar ik als kind onder lag. Ja, we spreken hier van voor de tijd van het dekbed en de elektrische deken.

Op die AaBe-dekens stond een plaatje van een rendierslee vol dekens. Bij de slee stonden een paar eskimo's (die wij niet meer zo mogen noemen), wat wel aangaf hoe warm ze waren. De haas van Eveline bracht mij terug in mijn kinderbed, waardoor dood, bloei en veiligheid op een fijne en tegelijk verwarrende manier met elkaar verbonden werden.

Ongetwijfeld hebt u dezelfde soort ervaringen als u rondloopt en vooral ook rondkijkt, met de frisse blik van de kunstenaar en de frisse blik van uzelf. U zult ogen tekort komen. Kom op, genoeg gekletst. Naar de kunst! De expositie is geopend.

Cobi van de Kuit

Cobi van de Kuit

Eveline Kieskamp

Eveline Kieskamp

Yoke Ferwerda